Archief 745
Inventaris 745-409
Pagina 75
Dossier 100
Jaar 1943
Stadsarchief

Handgeschreven concept of kopie van een ambtelijke brief/nota.

Origineel

Handgeschreven concept of kopie van een ambtelijke brief/nota. (2

In het geval van advenant
wordt evenwel de visverkoop
in een afzonderlijk perceel
gedreven en geheel als zelf-
standige zaak geexploiteerd,
zij het ook, dat de uitkomsten
uiteindelijk ten goede komen
aan den eigenaar van de
beide zaken.
Een soortgelijk geval
heeft zich voorgedaan bij
den groenten- en fruithandelaar
Glazer, Vijzelgracht, die ook
een geheel op zichzelf staande
vischhandel in gez. visch drijft.
Wij mogen U in dit verband
verwijzen naar Uw brief
van 14 October 1942 no. 1376
L.H. 1941, waarin U heeft be-
paald, dat de fa. Glazer voor
haar vischzaak een vischtoe-
wijzing kon worden verleend.
In verband met het De tekst is een juridisch-administratief betoog betreffende de distributie en regelgeving van handelstegoeden (contingenten) tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van het argument is dat een nevenactiviteit (in dit geval visverkoop door een groentenhandelaar) als een aparte entiteit beschouwd moet worden als deze in een apart pand ("afzonderlijk perceel") plaatsvindt en als zelfstandige zaak wordt uitgebaat.

Er wordt verwezen naar een precedent: de firma Glazer aan de Vijzelgracht in Amsterdam. Glazer was van oorsprong een groenten- en fruithandelaar, maar dreef blijkbaar ook een handel in gezouten ("gez.") vis. De schrijver van dit document probeert voor een nieuwe cliënt of situatie dezelfde gunstige regeling te verkrijgen die Glazer op 14 oktober 1942 ontving (brief nr. 1376 L.H. 1941). De afkorting "L.H. 1941" verwijst zeer waarschijnlijk naar een specifieke verordening of circulair van de Landelijke Hoofdbedrijfsgroep of de Voedselvoorzieningsorganisatie uit 1941. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) was de economie strak gereguleerd via een systeem van vergunningen en toewijzingen (rationering). Bedrijven moesten bewijzen dat ze recht hadden op bepaalde grondstoffen of handelswaar.

Voor winkeliers was het essentieel om hun verschillende handelsactiviteiten erkend te krijgen om aanspraak te maken op "toewijzingen". De firma Glazer (Mozes Glazer) was inderdaad een bekende groentewinkel op de Vijzelgracht 31. Het feit dat er in 1942 correspondentie over werd gevoerd, past in de bureaucratische strijd die ondernemers moesten voeren met de bezettingsautoriteiten en de Nederlandse distributieorganen om hun nering voort te kunnen zetten. De paginanummering "(2" suggereert dat dit een vervolgblad is van een langer pleidooi.

Samenvatting

De tekst is een juridisch-administratief betoog betreffende de distributie en regelgeving van handelstegoeden (contingenten) tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van het argument is dat een nevenactiviteit (in dit geval visverkoop door een groentenhandelaar) als een aparte entiteit beschouwd moet worden als deze in een apart pand ("afzonderlijk perceel") plaatsvindt en als zelfstandige zaak wordt uitgebaat.

Er wordt verwezen naar een precedent: de firma Glazer aan de Vijzelgracht in Amsterdam. Glazer was van oorsprong een groenten- en fruithandelaar, maar dreef blijkbaar ook een handel in gezouten ("gez.") vis. De schrijver van dit document probeert voor een nieuwe cliënt of situatie dezelfde gunstige regeling te verkrijgen die Glazer op 14 oktober 1942 ontving (brief nr. 1376 L.H. 1941). De afkorting "L.H. 1941" verwijst zeer waarschijnlijk naar een specifieke verordening of circulair van de Landelijke Hoofdbedrijfsgroep of de Voedselvoorzieningsorganisatie uit 1941.

Historische Context

Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) was de economie strak gereguleerd via een systeem van vergunningen en toewijzingen (rationering). Bedrijven moesten bewijzen dat ze recht hadden op bepaalde grondstoffen of handelswaar.

Voor winkeliers was het essentieel om hun verschillende handelsactiviteiten erkend te krijgen om aanspraak te maken op "toewijzingen". De firma Glazer (Mozes Glazer) was inderdaad een bekende groentewinkel op de Vijzelgracht 31. Het feit dat er in 1942 correspondentie over werd gevoerd, past in de bureaucratische strijd die ondernemers moesten voeren met de bezettingsautoriteiten en de Nederlandse distributieorganen om hun nering voort te kunnen zetten. De paginanummering "(2" suggereert dat dit een vervolgblad is van een langer pleidooi.

Locaties

Vermelding van de Vijzelgracht (Amsterdam).

Kooplieden in dit dossier 1

Stuks schoon ontvangen . . . . .

Gerelateerde Documenten 6