Officiële correspondentie (brief)
Origineel
Officiële correspondentie (brief) 3 mei 1943 Nederlandsche Visscherijcentrale, Afdeeling Verdeeling ('Verd.') Den Heer Directeur van het Marktwezen te Amsterdam NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE
AFDEELING: Verd.
BETREFFENDE: Van Bambergen.
'S-GRAVENHAGE, 3 Mei 1943.
BERICHT OP SCHRIJVEN: [leeg]
BIJ ANTWOORD VERMELDEN: 11733-V/Wit.
BIJLAGEN: [leeg] STUKS, T.W.
[Handgeschreven nummer rechtsboven:] 875
[Groot paars stempel:] No. 46x/167/M. 1943
Den Heer Directeur van het
Marktwezen
te
AMSTERDAM.-
Hierbij deelen wij U mede, dat de Heer C. van Bambergen, Westerstraat 254, Amsterdam ons verzocht heeft, de door zijn commissiekoopers uit Enkhuizen voor hem aan Uw afslag gezonden paling zelf te mogen rooken en daarna aan Uw afslag te mogen terugzenden. Wanneer er van Uw zijde geen bezwaar tegen een dergelijke regeling bestaat, kunnen wij hiermede ook accoord gaan.
NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE,
[Handgeschreven handtekening, onleesbaar]
[Handgeschreven aantekeningen links onderaan:]
voorloopig opbergen!
2-7-43
de Boer
Be.
[Handgeschreven aantekening rechts midden:]
Insp. bespr. [..]
[Handgeschreven nummer rechtsonder:] 46H
[Voetnoot:]
ADELHEIDSTRAAT 300, 'S-GRAVENHAGE — POSTGIROREKENING 245271 — TELEGRAMADRES: NEDVISCEN
TELEFOON 720080 EN 772162, INTERCOMM. XX. VOOR AFDEELING DISTRIBUTIE 722641
(A) 40710 - 20000 - 12 - '42 - V.V.O. 1001 - K 983 In deze brief communiceert de Nederlandsche Visscherijcentrale met de directeur van het Marktwezen in Amsterdam over een specifiek logistiek verzoek. De heer C. van Bambergen, een visverkoper/handelaar uit de Westerstraat in de Jordaan, wil paling die hij via commissiekopers uit Enkhuizen betrekt, zelf roken voordat deze weer via de afslag (veiling) gaat.
De Visscherijcentrale geeft aan hier geen bezwaar tegen te hebben, mits de lokale Amsterdamse marktmeester ook akkoord gaat. De handgeschreven kanttekening "voorloopig opbergen!" met de datum 2-7-43 suggereert dat de zaak na verloop van tijd werd gearchiveerd of dat er op dat moment geen verdere actie vereist was. Dit document stamt uit mei 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Nederlandsche Visscherijcentrale was in deze periode een cruciaal controle-orgaan. Onder het regime van de bezetter was de gehele voedselvoorziening en distributie strikt gereguleerd om zwarte handel te voorkomen en de export naar Duitsland te waarborgen.
Vis, en met name paling, was een belangrijk onderdeel van de voedselvoorziening. Elke stap in de keten — van vangst in Enkhuizen tot verkoop in Amsterdam — moest officieel worden vastgelegd en goedgekeurd. Het verzoek van Van Bambergen om "zelf te mogen roken" was een afwijking van het standaardproces waarbij de vis direct via de afslag verhandeld zou worden. Dergelijke verzoeken werden kritisch bekeken omdat het bewerken van producten buiten de directe controle van de centrale afslag kansen bood voor illegale onttrekking aan de distributieketen (de 'zwarte markt').