Archief 745
Inventaris 745-409
Pagina 168
Dossier 100
Jaar 1943
Stadsarchief

Handgeschreven memo of verslag (pagina 2).

Vermeldt data als "1/10 jl." en "4 Mei jl.". Gezien de context (visdistributie, namen en regelgeving) stamt het document waarschijnlijk uit de periode van de Duitse bezetting (ca. 1941-1943).

Origineel

Handgeschreven memo of verslag (pagina 2). Vermeldt data als "1/10 jl." en "4 Mei jl.". Gezien de context (visdistributie, namen en regelgeving) stamt het document waarschijnlijk uit de periode van de Duitse bezetting (ca. 1941-1943). [Rechtsboven: 2.]

De toewijzingen van H.
Wijnschenk en Cohen moeten
voor 100% naar A’dam –
die van Cohen [en] Wijnschenk
niet? Volgens eigen
mededeeling van een der
heeren van de Invoer,
de heer Gauda, voldoet deze
firma thans niet aan
haar verplichting omdat
zij ook nog doorlevert. [Marge-aantekening: 1 (!!?)]
Volgens uw brief van
1/10 jl. moet zij echter
in de zaken H. Wijnschenk
en Cohen 100% aan
den gem. afslag leveren.
Op 4 Mei jl. zou de Invoer
[Marge-aantekening: Volgens dezerzijds verkregen inlichtingen]
in IJmuiden hebben toege-
wezen gekregen voor H. Wijnschenk
en Cohen ± 1000 kg zeevisch
(2 beurten). Dinsdag is te
A’dam door de voren aange-
voerd 9 manden visch = 450 kg. De tekst betreft een administratieve onregelmatigheid of een controle op de naleving van distributievoorschriften in de vishandel. Centraal staat de vraag of de firma van de heren H. Wijnschenk en Cohen hun volledige voorraad (100%) moeten afstaan aan de gemeentelijke afslag in Amsterdam.

Er is sprake van een discrepantie:
1. De bewering van de firma: Een zekere heer Gauda (van "de Invoer") stelt dat de firma niet aan haar verplichtingen voldoet omdat zij "ook nog doorlevert" (waarschijnlijk directe verkoop buiten de afslag om).
2. De officiële instructie: De schrijver verwijst naar een brief van 1 oktober waarin staat dat zij wel degelijk 100% aan de afslag moeten leveren.
3. De feitelijke levering: Op 4 mei werd er in IJmuiden circa 1000 kg zeevis toegewezen aan deze firma. Echter, op de bewuste dinsdag werd er in Amsterdam slechts 450 kg (9 manden) aangevoerd. Er ontbreekt dus meer dan de helft van de toegewezen vis, wat duidt op illegale handel of achterhouding van goederen. Dit document moet vrijwel zeker geplaatst worden in de context van de voedselvoorziening en distributie tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Tijdens de bezetting was de handel in schaarse goederen zoals vis onderworpen aan strikte regels van de Rijksbureaus (zoals het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening).

De vermelding van de namen Wijnschenk en Cohen is historisch wrang. Joodse handelaren stonden in deze periode onder extreem toezicht. Vanaf 1941 werden Joodse bedrijven vaak onder het beheer van een 'Verwalter' (bewindvoerder) gesteld of gedwongen geliquideerd. Het feit dat hun leveringen zo nauwkeurig werden gecontroleerd en genoteerd, kan een voorbode zijn geweest van de onteigening van hun bedrijf of verdere vervolging wegens "economische overtredingen". De toon van de memo is ambtelijk en onderzoekend, typerend voor de bureaucratische controleapparatuur die destijds over de zwarte markt en distributie waakte.

Samenvatting

De tekst betreft een administratieve onregelmatigheid of een controle op de naleving van distributievoorschriften in de vishandel. Centraal staat de vraag of de firma van de heren H. Wijnschenk en Cohen hun volledige voorraad (100%) moeten afstaan aan de gemeentelijke afslag in Amsterdam.

Er is sprake van een discrepantie:
1. De bewering van de firma: Een zekere heer Gauda (van "de Invoer") stelt dat de firma niet aan haar verplichtingen voldoet omdat zij "ook nog doorlevert" (waarschijnlijk directe verkoop buiten de afslag om).
2. De officiële instructie: De schrijver verwijst naar een brief van 1 oktober waarin staat dat zij wel degelijk 100% aan de afslag moeten leveren.
3. De feitelijke levering: Op 4 mei werd er in IJmuiden circa 1000 kg zeevis toegewezen aan deze firma. Echter, op de bewuste dinsdag werd er in Amsterdam slechts 450 kg (9 manden) aangevoerd. Er ontbreekt dus meer dan de helft van de toegewezen vis, wat duidt op illegale handel of achterhouding van goederen.

Historische Context

Dit document moet vrijwel zeker geplaatst worden in de context van de voedselvoorziening en distributie tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Tijdens de bezetting was de handel in schaarse goederen zoals vis onderworpen aan strikte regels van de Rijksbureaus (zoals het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening).

De vermelding van de namen Wijnschenk en Cohen is historisch wrang. Joodse handelaren stonden in deze periode onder extreem toezicht. Vanaf 1941 werden Joodse bedrijven vaak onder het beheer van een 'Verwalter' (bewindvoerder) gesteld of gedwongen geliquideerd. Het feit dat hun leveringen zo nauwkeurig werden gecontroleerd en genoteerd, kan een voorbode zijn geweest van de onteigening van hun bedrijf of verdere vervolging wegens "economische overtredingen". De toon van de memo is ambtelijk en onderzoekend, typerend voor de bureaucratische controleapparatuur die destijds over de zwarte markt en distributie waakte.

Kooplieden in dit dossier 1

Stuks schoon ontvangen . . . . .

Gerelateerde Documenten 6