Handgeschreven conceptbrief of ambtelijke notitie.
Origineel
Handgeschreven conceptbrief of ambtelijke notitie. 22 mei 1943. [Linksboven, schuin en doorgehaald:]
Vijfsprong op de marktplaatsen in de gemeente zijn
[Linkermarge, verticaal geschreven:]
L. Marktense spreekt met de publiek
[Rechtsboven:]
A’dam, 22/5 1943
W. v. M.
[Hoofdtekst:]
Naar aanleiding van Uw brief dd. 14 dezer no. 340 L.M. 1943 heb ik de eer U te berichten, dat het toezicht op de rij van wachtend publiek bij den vischverkoop [doorgehaald: wordt overgelaten aan het politiepersoneel] aan deze de marktambtenaar houdt slechts toezicht op de kooplieden gedurende den verkoop van visch en gaat, na beëindiging van dezen taak, weer verder met zijn werk op de markt zelve.
Het is mij bekend, dat het regelmatig voorkomt, dat de [doorgehaald: vrouwen] in de rij staande vrouwen tusschen den ochtend- en den middagverkoop blijven staan om te trachten des middags... * Inhoud: De schrijver reageert op een eerdere brief over de ordehandhaving bij viskramen op de Amsterdamse markten. Er wordt een duidelijk onderscheid gemaakt in verantwoordelijkheden: de marktambtenaar houdt toezicht op de kooplieden (de verkoop zelf), terwijl het toezicht op het wachtende publiek (de rijen) blijkbaar een taak voor anderen (politie of specifiek aangewezen personeel) is.
* Taalgebruik: Formeel ambtelijk Nederlands ("heb ik de eer U te berichten", "dd. 14 dezer"). De tekst bevat correcties die wijzen op een conceptfase.
* Fysieke kenmerken: Het handschrift is een vlot lopend cursief uit de helft van de 20e eeuw. Er is gebruik gemaakt van zowel blauwe inkt als rood potlood voor archiefnummers. Dit document stamt uit mei 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van grote voedselschaarste. Vis was een van de weinige producten die (soms) nog buiten het strikte bonnensysteem of met minder punten verkrijgbaar was, wat leidde tot enorme wachtrijen ("rijen-cultuur").
De passage over vrouwen die tussen de ochtend- en middagverkoop blijven staan, illustreert de wanhoop en de tijd die burgers moesten investeren om aan voedsel te komen. De overheid en het marktwezen probeerden deze rijen te reguleren om onrust en samenscholingen te voorkomen, wat de noodzaak voor dit soort ambtelijke correspondentie over toezicht verklaart.