Ambtelijke brief (doorslag van een uitgaand schrijven).
Origineel
Ambtelijke brief (doorslag van een uitgaand schrijven). 31 mei 1943. De Directeur (vermoedelijk van de Marktdienst of de Gemeentelijke Handelsinrichtingen). [Handgeschreven: Verzonden 31/5 Imp]
vD/SV
46a/188/2 M.
31 Mei 1943.
Plaatsen in de
gevormde rijen.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 14 dezer no. 340 L.M. 1943 heb ik de eer U te berichten, dat het toezicht op de rij van wachtend publiek bij den vischverkoop krachtens afspraak met de politie aan deze wordt overgelaten.
De marktambtenaar houdt slechts toezicht op de kooplieden gedurende den verkoop van visch doch gaat na beëindiging van dezen taak, weder verder met zijn werk op de markt zelve.
Het is mij bekend, dat het regelmatig voorkomt, dat de in de rij staande vrouwen tusschen den ochtend- en den middagverkoop blijven staan om te trachten des middags visch te bemachtigen. Of zij in dezen tijd naar huis gaan om te koffiedrinken, kan door het marktpersoneel dan ook niet worden beoordeeld of tegengegaan.
Ik geef U beleefd in overweging hieromtrent het oordeel in te winnen van den Hoofdcommissaris van Politie.
De Directeur, In dit schrijven reageert een directeur op een brief van de wethouder betreffende de ordehandhaving bij de verkoop van vis. De kern van de kwestie is de verantwoordelijkheid voor het toezicht op de wachtrijen. De directeur stelt helder dat zijn marktambtenaren enkel verantwoordelijk zijn voor het toezicht op de kooplieden tijdens de verkoopuren. Zodra de verkoop stopt, hervatten zij hun reguliere markttaken.
Een opmerkelijk detail in de brief is de observatie over "de in de rij staande vrouwen". Zij blijven tussen de ochtend- en middagsessies in de rij staan om hun plek te verzekeren. De directeur geeft aan dat het marktpersoneel niet kan (en wil) controleren of deze vrouwen de rij tussentijds verlaten (bijvoorbeeld voor "koffiedrinken") en schuift de verantwoordelijkheid voor de handhaving van de openbare orde en de wachtrij-discipline door naar de politie. Het document dateert uit mei 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van toenemende schaarste aan voedsel en werden veel producten gerantsoeneerd. Vis was een belangrijk onderdeel van het dieet, maar de aanvoer was onregelmatig en beperkt.
Lange rijen voor winkels en marktkramen waren een dagelijks verschijnsel en een bron van sociale spanning. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was een cruciale functie in het lokale bestuur om de distributie van schaarse goederen in goede banen te leiden. De brief illustreert de bureaucratische afbakening van taken (Marktwezen versus Politie) in een tijd waarin de druk op de voedselvoorziening en de publieke moraal tot het uiterste werd gespannen. De vermelding van vrouwen die urenlang wachten, tekent de zware dagelijkse taak van huisvrouwen tijdens de oorlogsjaren.