Archief 745
Inventaris 745-409
Pagina 241
Dossier 44
Jaar 1943
Stadsarchief

Politierapport (type-exemplaar)

11 juni 1943

Origineel

Politierapport (type-exemplaar) 11 juni 1943 Hoofdbureau van Politie
te Amsterdam.
9e Bur. Econ. Zaken.

R A P P O R T .

Naar aanleiding van het schrijven van den Heer Directeur van het Marktwezen alhier, Agenda 1943, no. 1698 E. Z., hebben wij ondergeteekenden J. H. Prette en L. de Vlieg, assistenten der Directe Belastingen, Invoerrechten en Accijnzen, tevens opsporingsambtenaar als bedoeld in artikel 24 van het Prijsbeheerschingsbesluit, dienstdoende aan het Hoofdbureau van Politie, 9e Bureau te Amsterdam, een onderzoek ingesteld op 11 Juni 1943, omstreeks 10 uur in en bij de vischwinkel van Mooyer (Puul), Frederik Hendrikstraat alhier, alwaar ons bleek dat aan de klanten genummerde kaartjes waren uitgereikt, alle voorzien van een opvolgend nummer. Volgens een in de zaak aanwezig bordwaren dien dag de nummers 780-830 aan de beurt voor visch of garnalen. De garnalen dien dag aan Mooyer verstrekt waren reeds verkocht. Gedurende onze aanwezigheid kwam een der bedienden juist van de markt met een mand visch (schol). Na bekendmaking onzer kwaliteit aan deze bediende toonde hij ons een koopbriefje afgegeven door het Marktwezen alhier voor 40 kilogram schol, benevens een hierbij gaand geleibiljet voor het vervoer van 25 kilogram schol naar hotel "Neuf", Kalverstraat alhier. Volgens een mededeeling van de bediende was in verband met de levering aan dit hotel hem op de vischmarkt dit geleibiljet afgegeven.

Hij verklaarde ons dat de hierin bedoelde 25 kilogram schol van de toewijzing van 40 kilogram moest worden afgenomen. Hetgeen naar onze meening niet juist was,,aangezien er sslechts 15 kilogram visch voor het publiek beschikbaar bleef. De 15 kilogram visch is aan het publiek verkocht op volgorde der uitgereikte nummers.

Het hierbij gaan de geleibiljet is door ingetrokken en wordt bij dit rapport gevoegd.

Hierna hebben wij ons in verbinding gesteld met den Directeur van het Marktwezen alhier, die ons verklaarde dat de afgifte van een geleibiljet voor deze visch onjuist was, daar hotel "Neuf" geen toewijzing had ontvangen, en deze geheele hoeveelheid visch bestemd was geweest voor het publiek.

De 25 kilogram visch vermeld in het geleibiljet is ter beschikking gelaten van hotel "Neuf".

Amsterdam, 11 Juni 1943.

De opsporingsambtenaren voornoemd:

[Handtekening: J.H. Prette] [Handtekening: L. de Vlieg]

(J. H. Prette). (L. de Vlieg). Dit rapport documenteert een controle op de naleving van het Prijsbeheerschingsbesluit tijdens de Duitse bezetting. De kern van de zaak is de schaarste van voedsel (in dit geval vis) en de strikte regulering van de distributie daarvan.

De inspecteurs constateren dat een visboer in de Frederik Hendrikstraat een partij van 40 kg schol heeft ontvangen. Hoewel er een lange rij wachtenden met nummers staat (nummers 780-830 waren aan de beurt), blijkt dat 25 kg — meer dan de helft — apart is gezet voor Hotel "Neuf" in de Kalverstraat. Dit gebeurde op basis van een 'geleibiljet' (vervoersbewijs) dat onterecht door een ambtenaar op de vismarkt was verstrekt. De directeur van het Marktwezen bevestigt later dat het hotel helemaal geen recht had op deze toewijzing; de vis had volledig naar het "gewone" publiek moeten gaan. Opvallend is de laatste zin: ondanks de geconstateerde onregelmatigheid, bleef de vis toch bij het hotel. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de voedselvoorziening in Nederland onderworpen aan een streng distributiestelsel. Vis was, naast andere basisbehoeften, schaars en de prijzen en hoeveelheden werden gecontroleerd door het 9e Bureau (Economische Zaken) van de Amsterdamse politie. Dit bureau hield toezicht op zwarthandel en prijsopdrijving.

Het document illustreert de dagelijkse realiteit van de bezettingsjaren:
1. Rantsoenering en wachtrijen: De vermelding van klantenkaarten met nummers tot boven de 800 toont aan hoe groot de drukte en hoe beperkt het aanbod was.
2. Corruptie en bureaucreatie: Het feit dat er op de vismarkt een onterecht geleibiljet werd afgegeven, suggereert ofwel een administratieve fout, ofwel vriendjespolitiek waarbij horecagelegenheden bevoordeeld werden boven de burgerbevolking.
3. Handhaving: De opsporingsambtenaren traden op als assistenten van de Directe Belastingen, wat aangeeft dat economische delicten in oorlogstijd zwaar werden gewogen.

Samenvatting

Dit rapport documenteert een controle op de naleving van het Prijsbeheerschingsbesluit tijdens de Duitse bezetting. De kern van de zaak is de schaarste van voedsel (in dit geval vis) en de strikte regulering van de distributie daarvan.

De inspecteurs constateren dat een visboer in de Frederik Hendrikstraat een partij van 40 kg schol heeft ontvangen. Hoewel er een lange rij wachtenden met nummers staat (nummers 780-830 waren aan de beurt), blijkt dat 25 kg — meer dan de helft — apart is gezet voor Hotel "Neuf" in de Kalverstraat. Dit gebeurde op basis van een 'geleibiljet' (vervoersbewijs) dat onterecht door een ambtenaar op de vismarkt was verstrekt. De directeur van het Marktwezen bevestigt later dat het hotel helemaal geen recht had op deze toewijzing; de vis had volledig naar het "gewone" publiek moeten gaan. Opvallend is de laatste zin: ondanks de geconstateerde onregelmatigheid, bleef de vis toch bij het hotel.

Historische Context

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de voedselvoorziening in Nederland onderworpen aan een streng distributiestelsel. Vis was, naast andere basisbehoeften, schaars en de prijzen en hoeveelheden werden gecontroleerd door het 9e Bureau (Economische Zaken) van de Amsterdamse politie. Dit bureau hield toezicht op zwarthandel en prijsopdrijving.

Het document illustreert de dagelijkse realiteit van de bezettingsjaren:
1. Rantsoenering en wachtrijen: De vermelding van klantenkaarten met nummers tot boven de 800 toont aan hoe groot de drukte en hoe beperkt het aanbod was.
2. Corruptie en bureaucreatie: Het feit dat er op de vismarkt een onterecht geleibiljet werd afgegeven, suggereert ofwel een administratieve fout, ofwel vriendjespolitiek waarbij horecagelegenheden bevoordeeld werden boven de burgerbevolking.
3. Handhaving: De opsporingsambtenaren traden op als assistenten van de Directe Belastingen, wat aangeeft dat economische delicten in oorlogstijd zwaar werden gewogen.

Locaties

Amsterdam (Frederik Hendrikstraat en Kalverstraat)

Kooplieden in dit dossier 1

Stuks schoon ontvangen . . . . .

Gerelateerde Documenten 6