Handgeschreven brief / correspondentie.
Origineel
Handgeschreven brief / correspondentie. 2 juni 1943 (genoteerd als 2/6 1943). Onbekend (geen handtekening op deze zijde zichtbaar). 46a/207/1 A'dam, 2/6 1943
Aan den Heer
Secretaris van de
Ondervakgroep
Detailhandel Visch
J.P. Coenstr. 25
Den Haag
In aansluiting op
het telef. onderhoud
vraag ik hierbij uw
speciale aandacht voor de zaak van
de fa Busman's
Vischhandel, Nieuwendijk 5
te A'dam.
Busman is zoowel
groot- als kleinhandelaar.
Hij zelf verzorgt zijn zaken
in IJmuiden, terwijl zijn
vrouw de kleinhandels-
zaken in A'dam waarneemt.
Hij heeft thans in
zijn kleinhandelszaak nog Het document is een zakelijke brief uit de oorlogsperiode (1943), geschreven in een duidelijk en regelmatig handschrift. De correspondentie heeft betrekking op de organisatie van de vishandel tijdens de bezetting.
De schrijver refereert aan een eerder telefoongesprek ("telef. onderhoud") en bepleit de zaak van een specifieke ondernemer: de firma Busman aan de Nieuwendijk 5 in Amsterdam. De tekst benadrukt de tweeledige aard van de onderneming: een groothandel in IJmuiden (verzorgd door de eigenaar) en een kleinhandel in Amsterdam (beheerd door zijn echtgenote). De brief breekt halverwege een zin af aan de onderzijde van het blad.
Opvallend is het gebruik van de archaïsche naamvallen en spelling ("Aan den Heer", "Vischhandel", "zoowel"), die destijds gebruikelijk waren in officiële correspondentie. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de Nederlandse economie strak gereguleerd door de bezetter. Bedrijven moesten zich aansluiten bij zogenaamde 'Vakgroepen' en 'Ondervakgroepen'. Deze organisaties maakten deel uit van de 'Organisatie-Stut' (het corporatieve stelsel van publiekrechtelijke bedrijfsorganisaties) en waren verantwoordelijk voor de distributie van goederen, vergunningen en de handhaving van prijsvoorschriften.
De "Ondervakgroep Detailhandel Visch" was het orgaan dat toezicht hield op de viswinkels. Gezien de datum (1943) en de schaarste aan voedsel, was een dergelijke brief waarschijnlijk bedoeld om een uitzonderingspositie, een extra toewijzing van handelswaar of een vergunning voor het behoud van beide bedrijfstakken (groot- en kleinhandel) te bewerkstelligen voor de firma Busman. De vermelding dat de vrouw de zaak in Amsterdam waarneemt terwijl de man in IJmuiden werkt, duidt op een poging om de noodzaak en efficiëntie van de bedrijfsvoering aan te tonen. J.P. Coenstr J.P. Coenstraat
Samenvatting
Het document is een zakelijke brief uit de oorlogsperiode (1943), geschreven in een duidelijk en regelmatig handschrift. De correspondentie heeft betrekking op de organisatie van de vishandel tijdens de bezetting.
De schrijver refereert aan een eerder telefoongesprek ("telef. onderhoud") en bepleit de zaak van een specifieke ondernemer: de firma Busman aan de Nieuwendijk 5 in Amsterdam. De tekst benadrukt de tweeledige aard van de onderneming: een groothandel in IJmuiden (verzorgd door de eigenaar) en een kleinhandel in Amsterdam (beheerd door zijn echtgenote). De brief breekt halverwege een zin af aan de onderzijde van het blad.
Opvallend is het gebruik van de archaïsche naamvallen en spelling ("Aan den Heer", "Vischhandel", "zoowel"), die destijds gebruikelijk waren in officiële correspondentie.
Historische Context
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de Nederlandse economie strak gereguleerd door de bezetter. Bedrijven moesten zich aansluiten bij zogenaamde 'Vakgroepen' en 'Ondervakgroepen'. Deze organisaties maakten deel uit van de 'Organisatie-Stut' (het corporatieve stelsel van publiekrechtelijke bedrijfsorganisaties) en waren verantwoordelijk voor de distributie van goederen, vergunningen en de handhaving van prijsvoorschriften.
De "Ondervakgroep Detailhandel Visch" was het orgaan dat toezicht hield op de viswinkels. Gezien de datum (1943) en de schaarste aan voedsel, was een dergelijke brief waarschijnlijk bedoeld om een uitzonderingspositie, een extra toewijzing van handelswaar of een vergunning voor het behoud van beide bedrijfstakken (groot- en kleinhandel) te bewerkstelligen voor de firma Busman. De vermelding dat de vrouw de zaak in Amsterdam waarneemt terwijl de man in IJmuiden werkt, duidt op een poging om de noodzaak en efficiëntie van de bedrijfsvoering aan te tonen.