Getypte brief (doorslag of officieel afschrift).
Origineel
Getypte brief (doorslag of officieel afschrift). 20 juli 1943. Waarnemend Directeur (vermoedelijk van een Amsterdamse gemeentelijke dienst, gezien de locaties). 46A/209/2 M.
[Handgeschreven: Verzonden 20/7]
VD/SV
20 Juli 1943.
Den Heer Directeur der Nederlandsche
Visscherijcentrale,
2e Adelheidstraat 300,
's-Gravenhage (ZH)
Onder terugzending van het met Uw apostille d.d. 26 Mei 1943 en 2 Juli jl. om advies ontvangen stukken no. Verd. 14120/281 bericht ik U, dat aan het verzoek om in voormalig Watergraafsmeer en in Nieuwendam een verkoopplaats van visch te vestigen, niet kan worden voldaan. De bewoners van dezen buurt zullen, wanneer zij visch willen koopen, moeten gaan naar de verkoopplaatsen Dapperstraat en Mosplein, welke plaatsen niet op zoo een grooten afstand van Watergraafsmeer en Nieuwendam zijn gelegen.
Inwilliging van de onderhavige verzoeken zou ongetwijfeld tot consequenties voor andere buurten leiden zoodat mede gezien de zeer geringe aanvoeren van visch vooralsnog geen termen aanwezig zijn om het Gemeentebestuur voorstellen in den door adressanten bedoelden zin te doen.
De Directeur,
wnd. In deze brief reageert een (waarnemend) directeur van een Amsterdamse gemeentelijke instantie op een adviesaanvraag van de Nederlandsche Visscherijcentrale. Het verzoek betreft de vestiging van nieuwe verkooppunten voor vis in de wijken Watergraafsmeer en Nieuwendam.
De directeur wijst dit verzoek resoluut af op basis van drie argumenten:
1. Bereikbaarheid: De bestaande markten/verkooppunten aan de Dapperstraat (Oost) en het Mosplein (Noord) worden geacht op acceptabele afstand te liggen voor de bewoners van de genoemde wijken.
2. Precedentwerking: Men vreest dat het toestaan van nieuwe plekken in deze wijken zal leiden tot soortgelijke verzoeken uit andere delen van de stad.
3. Schaarste: Er is sprake van een zeer geringe aanvoer van vis, waardoor uitbreiding van het aantal verkooppunten niet zinvol wordt geacht. Het document dateert uit juli 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog. De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) was een door de Duitse bezetter ingesteld orgaan (onderdeel van de Voedselvoorziening) dat de gehele productie en distributie van vis controleerde.
De schaarste die in de brief wordt genoemd ("geringe aanvoeren van visch"), was een direct gevolg van de oorlogssituatie. De visserij op de Noordzee was door de bezetter nagenoeg stilgelegd vanwege de aanleg van de Atlantikwall en het gevaar van mijnen en geallieerde aanvallen. Bovendien werd een groot deel van de schaarse vangst direct naar Duitsland getransporteerd.
De genoemde locaties, de Dappermarkt en het Mosplein, waren destijds de centrale distributiepunten voor respectievelijk Amsterdam-Oost en Amsterdam-Noord. De bureaucratische toon van de brief is kenmerkend voor het distributiesysteem tijdens de bezetting, waarbij elke uitbreiding van de detailhandel strikt werd gereguleerd door zowel lokale als centrale autoriteiten.