Ambtelijke correspondentie / memorandum.
Origineel
Ambtelijke correspondentie / memorandum. 13 augustus 1943. Rooken van
aal voor de
Rüstungsbe-
triebe
[Rood potlood:] 46 A/21715 3 doorsl.
A'dam, 13/8 1943
W.h.M.
VZ
Onder terugzending
van de met Uw kantbrief
dd. 21 Juli jl. om advies
ontvangen stukken No
459 L.M. 1943 hebben de
ondergeteekenden de eer
U te berichten, dat zij
van den inhoud van den
brief der N.V.C. dd. 19
Juli jl. kennis hebben
genomen. Daaruit blijkt,
dat slechts de twee groote
loonrookerijen van Dammen
en Boehelman zijn inge-
schakeld bij het rooken van
aal voor de Rüstungsbetriebe.
Naar de N.V.C. ons
mededeelde, houdt dit
voor de overige A'damsche [tekst breekt af] Het document is een formele ambtelijke mededeling uit de periode van de Tweede Wereldoorlog. Het taalgebruik is zakelijk en volgt de toenmalige bureaucratische conventies (zoals "hebben de ondergeteekenden de eer U te berichten").
De kern van de tekst is een reactie op een eerdere vraag om advies (kantbrief van 21 juli). De schrijver rapporteert dat, op basis van informatie van de N.V.C. (Nederlandsche Visscherij-Centrale), is vastgesteld dat de productie van gerookte aal voor de Duitse oorlogsindustrie in Amsterdam geconcentreerd is bij twee specifieke bedrijven: de loonrokerijen van Van Dammen en Boehelman. De tekst onderaan suggereert dat dit gevolgen heeft voor de andere ("overige") Amsterdamse rokerijen, maar het document breekt hier af. Dit schrijven biedt inzicht in de economische aspecten van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). De term Rüstungsbetriebe duidt op bedrijven die cruciaal waren voor de Duitse oorlogsvoering. Voedselvoorziening, waaronder proteïnerijke producten zoals paling, werd streng gereguleerd en vaak gevorderd voor consumptie door Duitse troepen of arbeiders in de bewapeningsindustrie.
De N.V.C. (Nederlandsche Visscherij-Centrale) was een door de bezetter gecontroleerd orgaan dat de gehele visketen reguleerde. Het feit dat slechts twee grote rokerijen werden ingeschakeld, wijst op een beleid van centralisatie om de controle op de distributie en kwaliteit van de goederen voor de bezetter te vergemakkelijken. De genoemde firma's Van Dammen en Boehelman waren destijds prominente namen in de Amsterdamse visverwerkende industrie.