Handgeschreven conceptbrief of ambtelijke notitie.
Origineel
Handgeschreven conceptbrief of ambtelijke notitie. 22 juli 1943. [Doorgestreept bovenaan de pagina:]
Gaaikema belde over
gelovigheid politieke bewogen-
heid controleurs
46 A/225 B A’dam 22/7 1943
N.V.C. 20/7 [onleesbaar, mogelijk 43]
Onder terugzending
van het met Uwe voornoemde
brief dd. 13 dezer no.
18182 - V / Kam [?] om advies
ontvangen stuk bericht ik
u, dat krachtens art. 9 van
het 2e Uitv. besluit het
leveren van visch aan
restaurants e.d. zonder
schriftelijke toestemming
niet is geoorloofd.
Deze toestemmingen zijn tot
nu toe aan geen enkelen
kleinhandelaar verleend,
doch oogluikend wordt
toegestaan, dat de fijne
vischsoorten door de klein-
handelaren aan hun
oude afnemers i.c. de restaurants
e.d. worden doorgeleverd. De kern van dit document is een ambtelijk advies over de regulering van de visdistributie tijdens de Duitse bezetting. De schrijver reageert op een verzoek om advies (gedateerd 13 juli) betreffende de levering van vis aan de horeca.
De conclusie is tweeledig:
1. Formeel/Juridisch: Volgens de geldende regelgeving (Artikel 9 van het 2e Uitvoeringsbesluit) is het verboden om zonder schriftelijke vergunning vis aan restaurants te leveren. De schrijver merkt op dat dergelijke vergunningen nog aan geen enkele kleinhandelaar zijn verleend.
2. In de praktijk: Er wordt expliciet melding gemaakt van een gedoogbeleid. Men staat "oogluikend" toe dat kleinhandelaren hun vaste, oude klanten in de horeca blijven voorzien van "fijne vischsoorten". Dit wijst op een pragmatische omgang met de distributiewetten om bestaande handelsrelaties niet volledig te laten instorten, of wellicht om de betere restaurants (die vaak door de bezetter of collaborateurs werden bezocht) te blijven bedienen.
Opvallend is de doorgestreepte tekst bovenaan, waarin ene Gaaikema melding maakt van de "gelovigheid" en "politieke bewogenheid" van controleurs. Dit suggereert dat de betrouwbaarheid en ideologische achtergrond van het controlepersoneel een punt van aandacht of zorg was binnen de organisatie. Dit document stamt uit de zomer van 1943, een periode waarin de schaarste in bezet Nederland toenam en de distributieregels steeds strenger werden. De vissector viel, net als alle andere voedselsectoren, onder het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd.
Het gebruik van de term "oogluikend" is historisch interessant; het illustreert de grijze zone tussen de strikte letter van de nationaalsocialistische ordening en de weerbarstige praktijk van de dagelijkse voedselvoorziening. De genoemde "fijne vischsoorten" (zoals tong of tarbot) waren luxeproducten die op de zwarte markt of in dure restaurants terechtkwamen, ver buiten het bereik van de gemiddelde burger die afhankelijk was van de beperkte rantsoenen. Rijksbureau