Getypte ambtelijke brief (doorslag).
Origineel
Getypte ambtelijke brief (doorslag). 9 juli 1943. De Directeur (vermoedelijk van een Amsterdamse gemeentelijke dienst, zoals de Dienst der Marktwezen of Voedselvoorziening). [Linksboven, handgeschreven]:
J. 1/8
Inspecteur [gevolgd door paraaf]
[Linksboven, getypt]:
46a/227/2 M.
1
[Rechts, getypt]:
9 Juli 1943.
[Geadresseerde]:
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
[Inhoud]:
In bijlage dezes heb ik de eer U een afschrift over te leggen van een van de Nederlandsche Visscherijcentrale ontvangen brief inzake levering van visch door de Ymuider firma H.A. Osendarp aan eenige restaurants te Amsterdam.
Deze aangelegenheid is dezerzijds nader met de Nederlandsche Visscherijcentrale besproken, waarbij is gebleken, dat deze leveringen niet plaatsvinden ten koste van de aanvoeren, welke aan de Amsterdamsche verdeeling worden gezonden. Deze zendingen komen dus extra naar Amsterdam.
Op dezen grond zou tegen de voorgestelde regeling geen bezwaar behoeven te bestaan. Slechts rijst de vraag of levering niet via een Amsterdamsche kleinhandelaar zou kunnen plaatsvinden.
De firma Osendarp te Ymuiden is een combinatie van grootkleinhandelaar.
Het komt mij gewenschter voor, dat de groothandelaar Osendarp aan Amsterdam levert, waarna een Amsterdamsche kleinhandelaar de leverantie kan uitvoeren. Ook voor andere restaurants zou een dergelijke regeling kunnen worden getroffen, indien vast zou staan, dat de levering niet gaat ten koste van de aanvoeren, welke thans naar Amsterdam plaatsvinden.
Ik verzoek U mij te machtigen in dezen zin aan de Nederlandsche Visscherijcentrale te berichten.
De Directeur, In deze brief adviseert een directeur aan de Amsterdamse wethouder voor Levensmiddelen over een verzoek van de firma H.A. Osendarp uit IJmuiden. De firma wil rechtstreeks vis leveren aan specifieke Amsterdamse restaurants.
De kernpunten van het advies zijn:
1. Geen belemmering voor de algemene voedselvoorziening: De directeur stelt vast dat deze extra visleveringen niet worden afgetrokken van de reguliere rantsoenen voor de Amsterdamse bevolking. Het is dus een extra toevoer voor de stad.
2. Bescherming van de lokale tussenhandel: Hoewel de directeur akkoord gaat met de extra levering, maakt hij een voorbehoud bij de distributiewijze. Hij adviseert om de levering via een Amsterdamse kleinhandelaar te laten verlopen in plaats van een rechtstreekse levering van de IJmuidense groothandel naar het restaurant. Dit dient waarschijnlijk om de Amsterdamse middenstand te steunen en de controle op de distributie te behouden.
3. Precedentwerking: De directeur ziet mogelijkheden om deze regeling ook voor andere restaurants toe te passen, mits het "extra" vis betreft. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (juli 1943). De voedselvoorziening was in deze jaren een kritieke en strikt gereguleerde aangelegenheid.
- Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC): Dit was een in 1941 door de bezetter ingesteld orgaan dat de volledige controle had over de vangst, handel en distributie van vis. Niets mocht buiten de NVC om verhandeld worden.
- Schaarste en distributie: Omdat veel voedsel naar Duitsland werd afgevoerd, was er in Nederland grote schaarste. Amsterdamse wethouders (in 1943 waren dit veelal NSB-aanstellingen, aangezien de gemeenteraad was ontbonden) moesten toezien op de eerlijke verdeling van de schaarse middelen.
- Restaurants: Voor restaurants was het tijdens de oorlog erg lastig om aan voldoende voorraad te komen. Extra leveringen zoals die van de firma Osendarp waren daarom zeer welkom, maar moesten strikt volgens de bureaucratische regels worden vastgelegd om beschuldigingen van zwarte handel te voorkomen.
- Administratieve controle: De brief illustreert de verregaande bemoeienis van de overheid met elk detail van de economie; zelfs een extra levering vis aan een paar restaurants vereiste machtiging op wethoudersniveau en afstemming met centrale instanties.