Archief 745
Inventaris 745-410
Pagina 315
Dossier 100
Jaar 1943
Stadsarchief

Notities/Verslag van een bespreking (concept).

7 juni 1943.

Origineel

Notities/Verslag van een bespreking (concept). 7 juni 1943. [Marge boven, paars potlood:] spoed 2 uur klaar
[Marge boven, grafietpotlood:] concept 3 x

Notities van een bespreking op 7 Juni 1943 van de Heeren C.F. Sissing, F. v. Meurs, Mr. Bart, Sissingh, De Haer, van Duinhoven, Lammerts en Böhme over het onderwerp:
Vischregeling: klantenbinding.

Heer van Meurs deelt mede, dat hij omtrent het bovenstaande onderwerp een bespreking heeft gehad met vertegenwoordigers van het R.B.V.V.O. en van de N.V.C. Er zijn nl. zeer veel klachten over de vischregeling in de groote steden, vooral wat betreft den verkoop in de winkels. Uit een (ingesteld) onderzoek is spreker gebleken, dat de vischverkoop te A'dam voor 75% in handen is van straathandelaars en slechts voor 25% in handen van winkeliers. Spreker heeft er dan ook te Den Haag op gewezen, dat een klantenbinding alleen voor de winkeliers geen enkel nut heeft en dat, wanneer men op dit gebied iets wil bereiken, voor de geheele vischhandel in de groote steden, bij wijze van proef, een klantenbinding moet voorschrijven.

Als voorbeeld kan daarbij worden genomen: het plan voor de klantenbinding voor groenten, neergelegd in spreker's voorstel aan den B.m. dd. 22/8 1942.
De hoofdpunten daaruit zijn:
(overnemen I, II, III)

De aanvoeren van visch in 1942 waren zoodanig, dat de per hoofd van de bevolking eens per 3 maanden ongeveer 1/2 pond visch beschikbaar is.

Inspecteur De Haer heeft naast bovenstaand plan een idee voor een betere distributie der visch uitgewerkt, waarvan de korte samenvatting hieronder volgt.

Het verschil tusschen beide plannen bestaat hierin, dat de Heer van Meurs een persoonskaart wil uitgeven en Heer De Haer een gezinskaart.
De persoonskaart geeft een eerlijke verdeling; de gezinskaart niet, aangezien daarbij niet wordt gelet op de grootte van het gezin.

Mr. Bart acht het uitgeven van gezinskaarten practisch onuitvoerbaar. Dat heeft de uitgifte van de kolenkaarten wel bewezen. Daarbij zijn nl. zeer groote moeilijkheden gerezen. Voor den Distributiedienst is het uitgeven van persoonskaarten het meest eenvoudige.

Besloten wordt om voorloopig laatstgenoemd stelsel aan te houden. Dit document betreft de notulen van een ambtelijk overleg over de distributie van vis tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van de discussie is hoe de schaarse hoeveelheid vis (slechts een half pond per persoon per kwartaal in 1942) eerlijk verdeeld kan worden onder de bevolking in de grote steden.

Er worden twee belangrijke knelpunten gesignaleerd:
1. De marktstructuur: In Amsterdam wordt 75% van de vis door straathandelaars verkocht. Een regeling die alleen winkeliers bindt, zou dus zinloos zijn. Men stelt voor een algemene "klantenbinding" (verplichte registratie van consumenten bij een specifieke handelaar) in te voeren.
2. Persoonskaart vs. Gezinskaart: Er is onenigheid over de administratieve vorm. De voorkeur gaat uiteindelijk uit naar de persoonskaart, omdat ervaringen met de kolendistributie hebben geleerd dat gezinskaarten die geen rekening houden met de gezinsgrootte onrechtvaardig en lastig uitvoerbaar zijn.

De notities tonen de bureaucratische worsteling met schaarste en de pogingen om de zwarte handel in de steden te beperken door striktere distributiesystemen. Het document dateert van juni 1943, een periode waarin de voedselvoorziening in het bezette Nederland steeds nijpender werd. De genoemde instanties zijn tekenend voor de tijd:
* R.B.V.V.O.: Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd. Dit orgaan controleerde de productie en distributie van voedsel.
* N.V.C.: Waarschijnlijk het Nederlandsche Verbond van Consumptie-verenigingen.
* Klantenbinding: Dit was een systeem waarbij burgers zich moesten laten registreren bij één specifieke winkelier voor bepaalde producten, om hamsteren en dubbele distributie te voorkomen.

De vermelding van de mislukte distributie via "kolenkaarten" refereert aan de eerdere problemen met de brandstofvoorziening, waarbij gezinnen vaak te weinig kregen om hun huizen te verwarmen. De besluitvorming in dit document reflecteert de verschuiving naar een individueel distributiesysteem (per persoon) om de efficiëntie te verhogen. C.F. Sissing De Haer (Inspecteur) N.V.C. Er Rijksbureau

Samenvatting

Dit document betreft de notulen van een ambtelijk overleg over de distributie van vis tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van de discussie is hoe de schaarse hoeveelheid vis (slechts een half pond per persoon per kwartaal in 1942) eerlijk verdeeld kan worden onder de bevolking in de grote steden.

Er worden twee belangrijke knelpunten gesignaleerd:
1. De marktstructuur: In Amsterdam wordt 75% van de vis door straathandelaars verkocht. Een regeling die alleen winkeliers bindt, zou dus zinloos zijn. Men stelt voor een algemene "klantenbinding" (verplichte registratie van consumenten bij een specifieke handelaar) in te voeren.
2. Persoonskaart vs. Gezinskaart: Er is onenigheid over de administratieve vorm. De voorkeur gaat uiteindelijk uit naar de persoonskaart, omdat ervaringen met de kolendistributie hebben geleerd dat gezinskaarten die geen rekening houden met de gezinsgrootte onrechtvaardig en lastig uitvoerbaar zijn.

De notities tonen de bureaucratische worsteling met schaarste en de pogingen om de zwarte handel in de steden te beperken door striktere distributiesystemen.

Historische Context

Het document dateert van juni 1943, een periode waarin de voedselvoorziening in het bezette Nederland steeds nijpender werd. De genoemde instanties zijn tekenend voor de tijd:
* R.B.V.V.O.: Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd. Dit orgaan controleerde de productie en distributie van voedsel.
* N.V.C.: Waarschijnlijk het Nederlandsche Verbond van Consumptie-verenigingen.
* Klantenbinding: Dit was een systeem waarbij burgers zich moesten laten registreren bij één specifieke winkelier voor bepaalde producten, om hamsteren en dubbele distributie te voorkomen.

De vermelding van de mislukte distributie via "kolenkaarten" refereert aan de eerdere problemen met de brandstofvoorziening, waarbij gezinnen vaak te weinig kregen om hun huizen te verwarmen. De besluitvorming in dit document reflecteert de verschuiving naar een individueel distributiesysteem (per persoon) om de efficiëntie te verhogen.

Genoemde Personen 3

C.F. Sissing De Haer (Inspecteur) N.V.C. Er

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Huishoudelijk: Brandstof Huishoudelijk: Kolen Olie & Techniek: Lood Olie & Techniek: Olie Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vis & Zee: Visch Vleeswaren: Vlees Vleeswaren: Worst

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Rijksbureau

Kooplieden in dit dossier 77

A.J. Henneveld geturft
A.J. Henneveld geturft
A.J. Henneveld geturft
A.J. Meeuwissen geturfd door marktmeester
A.J. Meeuwissen geturfd
C. Buys geturft
C. Buys geturft
C. Buys geturft
Chr.straathandelaren (zonder Vol.) 314
Chr.straathandelaren (zonder Volend.) 48,9
Chr.winkeliers (zonder Volend.) 61
Chr.winkeliers (zonder Volend.) 9,51
A. Duits gewogen 4 pond ter eere van zilveren bruiloft; 2 p. ontbreken is over gereclameerd.
A. Duits gewogen 4 pond ter eere van zilveren bruiloft; 2 p. ontbreken is meerder gerecla.
F.J. Visser gewogen
F.J. Visser gewogen
F.J. Visser gewogen
F. Ossendorp). eigen gebruik na afloop gewogen.
F. Ossendorp). eigen gebruik na afloop gewogen.
F. Ossendorp). eigen gebruik na afloop gewogen.
G. Koning geturfd
G. Koning geturfd
H. Boor 2 Kg. eigen gebruik. 1 Kg. ingewogen.
H. Boor 2 Kg. eigen gebruik. 1 Kg. ingewogen.
Alle 77 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 4