Getypte rapportage of ambtelijk schrijven (pagina 5).
Origineel
Getypte rapportage of ambtelijk schrijven (pagina 5). -5-
draaien. De handelaar nl. die er bijv. 200 klanten van een colle-
ga, die uitvalt, moet bijnemen, zal, op basis van zijn bestaande
toewijzing, langer werk hebben om zijn klanten te bedienen, dan
de andere kooplieden die ~~en~~ geen klanten hebben bijgekregen.
Dus telkens, wanneer er kooplieden uitvallen, zou een geheel
nieuwe indeeling van de klanten moeten worden opgemaakt, met
nieuwe codenummers etc. ~~Dit is~~ vanzelfsprekend volkomen onmogelijk.
Uit het bovenstaande blijkt, dat het uitvallen van reeds één
koopman, hetgeen regelmatig kan plaats vinden; ziekte e.d., de
klantenbinding in gevaar brengt.
Het eenvoudigste zou zijn om de klanten in te deelen op de
bestaande kooplieden. Wanneer er kooplieden uitvallen, worden de
klanten op de overblijvende handelaren in dezelfde buurt over-
geschreven. Het aantal kooplieden, waarop wordt overgeschreven
moet zoo groot mogelijk zijn, zoodat ieder van hen er niet teveel
klanten bijkrijgt~~.~~ Deze kleinhandelaren zullen dan dus nog
klanten moeten bedienen, terwijl de overige handelaren al hun
klanten hebben bediend. Dit kan slechts worden ondervangen door
bon 2 tijdig bekend te maken en daarbij te bepalen, dat bon 1
eveneens nog geldig is. Zooals hierboven onder C reeds is ver-
meld, is het onmogelijk een zoodanige verdeeling te maken, dat
de geheele bevolking op een bepaald moment door alle handelaren
is bediend.
Uiteindelijk maakt het, zooals hieronder onder F zal blijken,
voor de kooplieden weinig uit, hoeveel klanten zij moeten be-
dienen. Het gaat er slechts om, te voorkomen, dat er groote ver-
schillen ontstaan in het aantal klanten per kleinhandelaar, om
te voorkomen, dat een gedeelte der bevolking reeds voor de 2e
keer visch zou krijgen, terwijl in een ander gedeelte der stad
bon 1 nog niet volledig is gehonoreerd. Met klem moet worden ont-
raden om de toewijzingen van kleinhandelaren, die ~~onder~~ om de
een of andere reden afvallen, op eenige collega's in dezelfde
buurt over te schrijven. Dit zal op de Vischmarkt technische
moeilijkheden veroorzaken, doordat steeds in verschillende cou-
pures zou moeten worden gewogen. Verder zou dit stelsel groote
onrust op de Vischmarkt onder de kleinhandelaren veroorzaken,
omdat daardoor de bestaande verhoudingen, waaraan men thans is
gewend geraakt, willekeurig zouden worden verstoord.
Bij het uitgeven van standplaatsen in de stad kan vooraf
zooveel mogelijk met den leeftijd van de kooplieden worden reke-
ning gehouden, zoodat op iedere standplaats ongeveer eenzelfde
aantal personen onder de 45 jaar geplaatst zullen worden. Hier- In dit document wordt een organisatorisch probleem besproken binnen de visdistributie tijdens een periode van schaarste. Het centrale knelpunt is de continuïteit van de levering wanneer een visboer ("kleinhandelaar") wegvalt door bijvoorbeeld ziekte.
De tekst waarschuwt tegen het simpelweg 'overschuiven' van klanten naar naburige handelaren. Dit zou namelijk leiden tot scheve verhoudingen: sommige handelaren zijn dan veel langer bezig met het verwerken van hun klantenbestand dan anderen. Hierdoor ontstaat het risico dat een deel van de stad al toe is aan de tweede distributieronde ("bon 2"), terwijl elders de eerste ronde ("bon 1") nog niet is afgerond. Men wil voorkomen dat mensen dubbel bedeeld worden terwijl anderen nog niets hebben gehad.
Opvallend is de vermelding van de "Vischmarkt" en de technische complicatie van het wegen in verschillende "coupures" (hoeveelheden/porties), wat duidt op een strak gereguleerd systeem waarbij elke handeling tijd kost. Ook wordt er geadviseerd om bij de indeling van standplaatsen rekening te houden met de leeftijd van de kooplieden (een spreiding van handelaren onder de 45 jaar), vermoedelijk om de fysieke belastbaarheid en de kans op uitval door ziekte statistisch te middelen over de stad. Dit document stamt zeer waarschijnlijk uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er een strikt distributiesysteem van kracht voor vrijwel alle levensmiddelen, waaronder vis. Burgers hadden distributiestamkaarten en bonnen nodig om hun rantsoen te kunnen kopen.
De overheid (of de ingestelde distributie-instanties) probeerde dit proces zo eerlijk en efficiënt mogelijk te laten verlopen om sociale onrust ("onrust op de Vischmarkt") te voorkomen. Het document toont de enorme bureaucratische complexiteit van het systeem: elk detail, van codenummers voor klanten tot de fysieke locatie en leeftijd van de handelaren, werd nauwgezet geanalyseerd om haperingen in de voedselvoorziening te vermijden. De Vischmarkt was in veel steden (zoals Groningen of Leiden) het centrale punt voor deze handel.