Archief 745
Inventaris 745-410
Pagina 330
Dossier 100
Jaar 1943
Stadsarchief

Handgeschreven ambtelijke of zakelijke notitie.

10 juni 1943.

Origineel

Handgeschreven ambtelijke of zakelijke notitie. 10 juni 1943. 10 Juni 1943. klantenbinding no. 7

2 onpersoonlijke kaart
geen klantenlijst.

Mr. Bast toont overbodigheid klantenlijst
aan; kaart is gefixeerd op
publiek en op handelaar.
Deze kaart in register en kan
als lijst functionneeren.
dwingend voorschrijven, dat bonnen
alleen met geldig zijn; de
handelaar moet bonnen afscheuren
zulks om te voorkomen, dat niet
rechthebbenden met een bonnetje
komen.
en voorschrijven:
distributiestamkaart over-
leggen, wanneer daarom wordt
gevraagd.

4 bij diefstal: handelaar waar-
schuwen onder opgave v. contr-
nummer. deze kan dan nummer
blokkeeren.
ruimte laten op kaart voor
naam consument. Het document bevat richtlijnen voor een nieuw systeem van "klantenbinding" door middel van een "onpersoonlijke kaart". De kernpunten zijn:

  1. Administratieve vereenvoudiging: Er hoeft geen aparte klantenlijst bijgehouden te worden; de kaarten in het register dienen zelf als lijst.
  2. Fraudepreventie: Om te voorkomen dat onbevoegden losse bonnen gebruiken, wordt benadrukt dat bonnen alleen geldig zijn onder specifieke voorwaarden (waarschijnlijk in combinatie met de kaart). De handelaar is verplicht de bonnen zelf af te scheuren.
  3. Controle: Consumenten moeten hun distributiestamkaart kunnen tonen als daar om gevraagd wordt.
  4. Beveiliging: Bij diefstal kan een kaart geblokkeerd worden op basis van een controlenummer ("contr-nummer").
  5. Personalisatie: Ondanks dat de kaart "onpersoonlijk" wordt genoemd (waarschijnlijk bedoeld als 'niet vooraf op naam gesteld'), moet er wel ruimte zijn om de naam van de consument later in te vullen. Dit document stamt uit de Tweede Wereldoorlog (juni 1943). In deze periode was in het bezette Nederland vrijwel alles "op de bon". Het distributiesysteem was uiterst complex en fraudegevoelig. De overheid en handelaren zochten voortdurend naar manieren om de schaarse goederen eerlijk te verdelen en de zwarte handel tegen te gaan.

De genoemde "Mr. Bast" is zeer waarschijnlijk een referentie naar een functionaris binnen de Distributiedienst of een aanverwante overheidsinstelling. Het systeem dat hier beschreven wordt, lijkt een poging om de band tussen de consument en de specifieke winkelier (klantenbinding) strakker te regelen, zodat de stroom van goederen beter controleerbaar bleef voor de bezettingsautoriteiten en de Nederlandse administratie. De nadruk op het tonen van de "distributiestamkaart" was een standaard controle-instrument om te verifiëren of iemand recht had op de toegewezen rantsoenen.

Samenvatting

Het document bevat richtlijnen voor een nieuw systeem van "klantenbinding" door middel van een "onpersoonlijke kaart". De kernpunten zijn:

  1. Administratieve vereenvoudiging: Er hoeft geen aparte klantenlijst bijgehouden te worden; de kaarten in het register dienen zelf als lijst.
  2. Fraudepreventie: Om te voorkomen dat onbevoegden losse bonnen gebruiken, wordt benadrukt dat bonnen alleen geldig zijn onder specifieke voorwaarden (waarschijnlijk in combinatie met de kaart). De handelaar is verplicht de bonnen zelf af te scheuren.
  3. Controle: Consumenten moeten hun distributiestamkaart kunnen tonen als daar om gevraagd wordt.
  4. Beveiliging: Bij diefstal kan een kaart geblokkeerd worden op basis van een controlenummer ("contr-nummer").
  5. Personalisatie: Ondanks dat de kaart "onpersoonlijk" wordt genoemd (waarschijnlijk bedoeld als 'niet vooraf op naam gesteld'), moet er wel ruimte zijn om de naam van de consument later in te vullen.

Historische Context

Dit document stamt uit de Tweede Wereldoorlog (juni 1943). In deze periode was in het bezette Nederland vrijwel alles "op de bon". Het distributiesysteem was uiterst complex en fraudegevoelig. De overheid en handelaren zochten voortdurend naar manieren om de schaarse goederen eerlijk te verdelen en de zwarte handel tegen te gaan.

De genoemde "Mr. Bast" is zeer waarschijnlijk een referentie naar een functionaris binnen de Distributiedienst of een aanverwante overheidsinstelling. Het systeem dat hier beschreven wordt, lijkt een poging om de band tussen de consument en de specifieke winkelier (klantenbinding) strakker te regelen, zodat de stroom van goederen beter controleerbaar bleef voor de bezettingsautoriteiten en de Nederlandse administratie. De nadruk op het tonen van de "distributiestamkaart" was een standaard controle-instrument om te verifiëren of iemand recht had op de toegewezen rantsoenen.

Kooplieden in dit dossier 77

A.J. Henneveld geturft
A.J. Henneveld geturft
A.J. Henneveld geturft
A.J. Meeuwissen geturfd door marktmeester
A.J. Meeuwissen geturfd
C. Buys geturft
C. Buys geturft
C. Buys geturft
Chr.straathandelaren (zonder Vol.) 314
Chr.straathandelaren (zonder Volend.) 48,9
Chr.winkeliers (zonder Volend.) 61
Chr.winkeliers (zonder Volend.) 9,51
A. Duits gewogen 4 pond ter eere van zilveren bruiloft; 2 p. ontbreken is over gereclameerd.
A. Duits gewogen 4 pond ter eere van zilveren bruiloft; 2 p. ontbreken is meerder gerecla.
F.J. Visser gewogen
F.J. Visser gewogen
F.J. Visser gewogen
F. Ossendorp). eigen gebruik na afloop gewogen.
F. Ossendorp). eigen gebruik na afloop gewogen.
F. Ossendorp). eigen gebruik na afloop gewogen.
G. Koning geturfd
G. Koning geturfd
H. Boor 2 Kg. eigen gebruik. 1 Kg. ingewogen.
H. Boor 2 Kg. eigen gebruik. 1 Kg. ingewogen.
Alle 77 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 4