Getypte fragmenttekst op grijs/bruin papier.
Origineel
Getypte fragmenttekst op grijs/bruin papier. handelaren over, waarvoor, wanneer er 5 bijelkaar komen te staan
50 punten nodig zijn is gemiddeld 10 punten per stadsdeel.
Wanneer men in aanmerking neemt, dat lang n et alle kooplieden
tegelijk een toewijzing ontvangen doch ~~slechts~~ ^ongeveer^ een 1/5 gedeelte,
dan lijkt ons een controle met 10 ambtenaren zeer goed mogelijk. De tekst is een fragment van een betoog of rapportage over de efficiëntie van toezicht. De kern van de redenering is rekenkundig:
* Er wordt uitgegaan van 50 "punten" (waarschijnlijk standplaatsen of controlepunten) verdeeld over stadsdelen, wat neerkomt op 10 punten per stadsdeel.
* Er wordt een nuancering gemaakt over de werklast: omdat niet alle kooplieden tegelijkertijd een "toewijzing" (waarschijnlijk een vergunning of toewijzing van goederen/plaatsen) hebben, maar slechts ongeveer een vijfde deel, is de werkelijke druk op de controleurs lager.
* De conclusie is dat een team van 10 ambtenaren volstaat om dit proces te controleren.
* De handgeschreven correctie van "slechts" naar "ongeveer" duidt op een behoefte aan feitelijke nauwkeurigheid in de rapportage; "slechts" klinkt subjectief, terwijl "ongeveer" een schatting impliceert. Dit document lijkt deel uit te maken van een ambtelijk voorstel of evaluatie betreffende markttoezicht of distributie-controle in een grote Nederlandse stad (gezien de term "stadsdeel"). De terminologie ("kooplieden", "toewijzing", "controle met ambtenaren") en de fysieke verschijningsvorm van het papier en de typemachineletter wijzen waarschijnlijk op de periode rond de Tweede Wereldoorlog of de vroege wederopbouw. In die tijd was er sprake van strikte regulering van de handel en distributie van schaarse goederen, waarbij efficiënte inzet van controlepersoneel cruciaal was.
Samenvatting
De tekst is een fragment van een betoog of rapportage over de efficiëntie van toezicht. De kern van de redenering is rekenkundig:
* Er wordt uitgegaan van 50 "punten" (waarschijnlijk standplaatsen of controlepunten) verdeeld over stadsdelen, wat neerkomt op 10 punten per stadsdeel.
* Er wordt een nuancering gemaakt over de werklast: omdat niet alle kooplieden tegelijkertijd een "toewijzing" (waarschijnlijk een vergunning of toewijzing van goederen/plaatsen) hebben, maar slechts ongeveer een vijfde deel, is de werkelijke druk op de controleurs lager.
* De conclusie is dat een team van 10 ambtenaren volstaat om dit proces te controleren.
* De handgeschreven correctie van "slechts" naar "ongeveer" duidt op een behoefte aan feitelijke nauwkeurigheid in de rapportage; "slechts" klinkt subjectief, terwijl "ongeveer" een schatting impliceert.
Historische Context
Dit document lijkt deel uit te maken van een ambtelijk voorstel of evaluatie betreffende markttoezicht of distributie-controle in een grote Nederlandse stad (gezien de term "stadsdeel"). De terminologie ("kooplieden", "toewijzing", "controle met ambtenaren") en de fysieke verschijningsvorm van het papier en de typemachineletter wijzen waarschijnlijk op de periode rond de Tweede Wereldoorlog of de vroege wederopbouw. In die tijd was er sprake van strikte regulering van de handel en distributie van schaarse goederen, waarbij efficiënte inzet van controlepersoneel cruciaal was.