Handgeschreven ambtelijke notitie/werknotitie.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie/werknotitie. 15 juni 1943 (met referentie naar een brief van 5 mei 1943). [Bovense deel, doorgestreept:]
Burgerweeshuis Stadsbestedingen
voorstel With
geen uitst. in wervavigheid (?)
met de regeling treffen
+- 200 kinderen tussen 7-13 jaar
Antwoordbrief 5 Mei 1943 no 282 LM
[Onderste deel, niet doorgestreept:]
15/6 1943 vischdistributie en
klantenbinding
F bbl. 3. speciale vischsoorten
rookers e.d. toevoegen
aan verschevisschhandelaren
met eigen codenummer.
wordt dan echter bezwaar over-
vangen? neen. Want de comb.
houdt dan toch bv. dubbel zeevisch.
comb. maken bv. 4 dubbele toew.
bij elkaar en 5 enkele toew.
aantal klanten bepalen is
niet doenlijk op basis van
toew. zeevisch vooruit opgegeven
meestal sneller dan fijne zeevisch * Onderwerp: De notitie betreft de logistiek rondom de visdistributie tijdens de Duitse bezetting. Specifiek gaat het over het koppelen van consumenten aan specifieke handelaren ("klantenbinding") en hoe verschillende soorten vis (gerookte vis vs. verse zeevis) moeten worden toegewezen.
* Terminologie:
* "Rookers": Hiermee worden gerookte vissoorten bedoeld (zoals haring of paling).
* "Toew.": Afkorting voor toewijzing, een kernbegrip in het distributiestelsel.
* "Klantenbinding": Een maatregel waarbij burgers zich moesten registreren bij een vaste winkelier om rantsoenen te kunnen ophalen, om zo de voorraadbeheersing te controleren.
* Handschrift: Het handschrift is een vlot, ambtelijk cursief uit de jaren '40. De schrijver hanteert een zekere mate van steno-achtige afkortingen, wat gebruikelijk was voor interne notities. Dit document stamt uit juni 1943, een periode waarin de voedselschaarste in bezet Nederland toenam en het distributiestelsel steeds complexer werd. Vis was een van de weinige eiwitbronnen die (beperkt) beschikbaar bleven, maar de aanvoer was onregelmatig door de oorlogssituatie op de Noordzee.
De discussie over het toevoegen van "speciale vischsoorten" aan reguliere handelaren wijst op een poging om de distributie te stroomlijnen. De opmerking dat het aantal klanten "niet doenlijk" te bepalen is op basis van de toewijzing, illustreert de bureaucratische worsteling om vraag en aanbod in een schaarste-economie op elkaar af te stemmen. De referentie naar het Burgerweeshuis in het doorgestreepte deel suggereert dat deze ambtenaar zich bezighield met de voedselvoorziening van instellingen in een specifieke stad (mogelijk Amsterdam of een andere grote stad met een Burgerweeshuis).