Zakelijke correspondentie (brief op briefpapier).
Origineel
Zakelijke correspondentie (brief op briefpapier). 1 juni 1943. H. Jongman - Vollenhove, Vischhandel - Palingrookerij. H. JONGMAN - VOLLENHOVE
VISCHHANDEL - PALINGROOKERIJ
TELEF. INTERC. No. 13
Dag en nacht geopend
POSTREKENING 138553
No. 464/234/1 M. 1943 29/6 (stempel)
VOLLENHOVE, 1 Juni 1943
Gemeentelijke Visafslag
De Ruijterkade
Amsterdam
Mijnheer,
In antwoord op Uw schrijven van 27 Mei 1943 betreffende het door U geconstateerde onderwicht van 3 pond aal op de zending van 7 kistjes gerookte aal, deelen wij U mede dat ons hieruit niet blijkt of dit onderwicht op het totale gewicht of in 1 kistje werd bevonden.
Wij kunnen ons niet indenken hoe dit mogelijk is aangezien hier ook alles op een Berkel-bascule wordt gewogen en wij ervan overtuigd zijn dat van onderwicht bij afzending geen sprake kan zijn, evenmin als van overwicht.
Volgens onze meening is het ook onmogelijk dat wanneer versch gerookt wordt ingepakt na 1 of 2 dagen precies hetzelfde kwantum wordt uitgewogen, dit ondervinden wij dagelijks met de aanvoer van versch-vis.
Hoogachtend
(w.g. H. Jongman) In deze brief reageert de vishandelaar H. Jongman uit Vollenhove op een klacht van de Amsterdamse Gemeentelijke Visafslag over een tekort in gewicht ("onderwicht") van drie pond gerookte aal in een levering van zeven kistjes. De toon van de brief is beleefd doch defensief.
Jongman voert drie argumenten aan om de klacht te weerleggen of te nuanceren:
1. Onduidelijkheid: Het is hem niet helder of het tekort over de hele zending verspreid was of slechts in één kistje voorkwam.
2. Betrouwbare apparatuur: Hij benadrukt dat hij gebruikmaakt van een "Berkel-bascule" (een precisieweegschaal van het bekende merk Van Berkel), wat menselijke of technische fouten bij de afzending onwaarschijnlijk maakt.
3. Natuurlijk gewichtsverlies: Hij voert een biologisch-fysisch argument aan: vers gerookte vis verliest door indroging en uitwaseming in de dagen na het verpakken onvermijdelijk aan gewicht. Hij stelt dat het onmogelijk is dat de vis na enkele dagen nog exact hetzelfde weegt als direct na het roken. Dit document stamt uit juni 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de voedselvoorziening strikt gereguleerd en schaars. Nauwkeurigheid bij de handel en distributie van vis (een belangrijke eiwitbron) was van groot economisch belang.
De brief illustreert de logistieke keten tussen de vissersplaatsen aan het IJsselmeer (zoals Vollenhove) en de grote centrale afzetpunten in de steden (de Visafslag aan de De Ruijterkade in Amsterdam). De vermelding "Dag en nacht geopend" in het briefhoofd getuigt van de intensiteit waarmee het bedrijf destijds werd gevoerd, waarschijnlijk gedicteerd door de aanvoer van de vis en de noodzaak tot snelle verwerking om bederf te voorkomen. De "Berkel-bascule" was destijds de gouden standaard voor gewichtsmeting in de handel, en het gebruik ervan diende als bewijs van professionaliteit. H. Jongman