Archief 745
Inventaris 745-410
Pagina 518
Dossier 23
Jaar 1943
Stadsarchief

Archiefdocument

11 augustus 1943. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Dienst voor de Voedselvoorziening of een vergelijkbare instantie in Amsterdam).

Origineel

11 augustus 1943. De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Dienst voor de Voedselvoorziening of een vergelijkbare instantie in Amsterdam). (Bovenaan de pagina is met blauw potlood handgeschreven: "extra")

vD/HG.

46A/269/1 M.
11 Augustus 1943.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat ik, naar
aanleiding van het verzoek dat de heer Vogelenzang van het De-
partement van Bijzondere Economische Zaken te Amsterdam, Kei-
zersgracht 666-668 U heeft gedaan om voor 20 personen van zijn
Departement buiten de verdeelingsregeling om visch te mogen be-
trekken een onderzoek heb ingesteld, waarbij het volgende is
gebleken.
Bovenbedoelde personen hebben zich eerst sedert kort
in Amsterdam gevestigd en hebben dus geen vaste leverancier. De
leverantie zou moeten geschieden door bemiddeling van Drukker,
Amstelveld 7 (een der Imex-zaken; zie rapport d.d. 7 April 1943
no.46b/16/7 M.), die visch zou ontvangen van de Imex Groothandel
te IJmuiden; deze laatste zou de benoodigde visch voor dit doel
ontnemen aan de 10% overwicht, welke de grossiers op de primaire
afslagen onder andere te IJmuiden ontvangen en welke door hem
niet behoeven te worden doorgeleverd aan den kleinhandel. Gere-
kend wordt volgens Hr. Vogelenzang, dat op deze wijze per maand
50 kg. voor dit doel beschikbaar zou komen, eventueel meer. De
visch zou via den Amsterdamschen afslag worden aangevoerd. De
bedrijfsleider van Drukker deelde mede, dat als de hier bedoelde
maatregel zou worden doorgevoerd eventueel ook uit de overwichten
verkregen visch voor zoover niet noodig voor het personeel van
Bijzondere Economische Zaken, in zijn zaak aan anderen zouden
kunnen worden verkocht, hetgeen de vischvoorziening der stad ten
goede zou komen.
Ten aanzien van een en ander merk ik op, dat het per-
soneel van Bijzondere Economische Zaken, voor zoover tot de
geevacueerden behoorende in geen andere omstandigheden verkeert
dan de zeer talrijke geevacueerden uit andere plaatsen en dan
het gros van de Amsterdamsche bevolking, welke ook geen vaste
leverancier heeft. De bewuste personen kunnen zich op de markten
voorzien, waar ieder koopen kan.
Een speciale maatregel voor personeel van Bijzondere
Economische Zaken is mijns inziens daarom niet noodig en in ver-
band met de consequenties ook niet gewenscht. Ik moge er hierbij
nog op wijzen, dat door een dergelijke regeling een bijzondere
bevoorrechting van een kleinhandelaar zou plaats vinden.

De Directeur,

--- * Kern van de zaak: Een ambtenaar (de heer Vogelenzang) van het Departement van Bijzondere Economische Zaken (BeZ) vraagt om een uitzondering op de distributieregels voor vis voor 20 medewerkers. Zij willen vis betrekken buiten de officiële rantsoenering om, gebruikmakend van "overwichten" (het extra gewicht dat grossiers ontvangen bovenop de officiële partijen) via de firma Drukker.
* Argumentatie voor het verzoek: De medewerkers zijn nieuw in de stad (geëvacueerden) en hebben geen vaste leverancier. Daarnaast zou het overschot van deze regeling de algemene visvoorziening in de stad helpen.
* Standpunt van de Directeur: Hij adviseert de wethouder negatief. Zijn belangrijkste argumenten zijn gelijkheid (deze ambtenaren verschillen niet van andere geëvacueerden of gewone burgers) en de vrees voor ongewenste precedentwerking. Bovendien wijst hij op de ongeoorloofde bevoordeling van één specifieke handelaar (Drukker).

--- Dit document stamt uit de zomer van 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening was op dat moment uiterst precair en alles was strikt gerantsoeneerd via de distributiedienst.

Het Departement van Bijzondere Economische Zaken (BeZ) was een overheidsorgaan dat tijdens de bezetting een grote rol speelde in de regulering van de economie, maar ook vaak geassocieerd werd met de belangen van de bezetter of pro-Duitse elementen.

De genoemde "Imex-zaken" (Import-Export) stonden bekend om hun nauwe banden met de Duitse instanties; de "Imex Groothandel" was een belangrijke speler in de vishandel die vaak probeerde de reguliere distributiekanalen te omzeilen. Het document laat een interessant conflict zien tussen een departement dat privileges zoekt voor zijn eigen mensen en een lokale overheid die probeert de schaarse middelen eerlijk te verdelen en corruptie of bevoordeling (zwarte handel-achtige constructies met "overwichten") tegen te gaan.

Samenvatting

  • Kern van de zaak: Een ambtenaar (de heer Vogelenzang) van het Departement van Bijzondere Economische Zaken (BeZ) vraagt om een uitzondering op de distributieregels voor vis voor 20 medewerkers. Zij willen vis betrekken buiten de officiële rantsoenering om, gebruikmakend van "overwichten" (het extra gewicht dat grossiers ontvangen bovenop de officiële partijen) via de firma Drukker.
  • Argumentatie voor het verzoek: De medewerkers zijn nieuw in de stad (geëvacueerden) en hebben geen vaste leverancier. Daarnaast zou het overschot van deze regeling de algemene visvoorziening in de stad helpen.
  • Standpunt van de Directeur: Hij adviseert de wethouder negatief. Zijn belangrijkste argumenten zijn gelijkheid (deze ambtenaren verschillen niet van andere geëvacueerden of gewone burgers) en de vrees voor ongewenste precedentwerking. Bovendien wijst hij op de ongeoorloofde bevoordeling van één specifieke handelaar (Drukker).

Historische Context

Dit document stamt uit de zomer van 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening was op dat moment uiterst precair en alles was strikt gerantsoeneerd via de distributiedienst.

Het Departement van Bijzondere Economische Zaken (BeZ) was een overheidsorgaan dat tijdens de bezetting een grote rol speelde in de regulering van de economie, maar ook vaak geassocieerd werd met de belangen van de bezetter of pro-Duitse elementen.

De genoemde "Imex-zaken" (Import-Export) stonden bekend om hun nauwe banden met de Duitse instanties; de "Imex Groothandel" was een belangrijke speler in de vishandel die vaak probeerde de reguliere distributiekanalen te omzeilen. Het document laat een interessant conflict zien tussen een departement dat privileges zoekt voor zijn eigen mensen en een lokale overheid die probeert de schaarse middelen eerlijk te verdelen en corruptie of bevoordeling (zwarte handel-achtige constructies met "overwichten") tegen te gaan.

Kooplieden in dit dossier 77

A.J. Henneveld geturft
A.J. Henneveld geturft
A.J. Henneveld geturft
A.J. Meeuwissen geturfd door marktmeester
A.J. Meeuwissen geturfd
C. Buys geturft
C. Buys geturft
C. Buys geturft
Chr.straathandelaren (zonder Vol.) 314
Chr.straathandelaren (zonder Volend.) 48,9
Chr.winkeliers (zonder Volend.) 61
Chr.winkeliers (zonder Volend.) 9,51
A. Duits gewogen 4 pond ter eere van zilveren bruiloft; 2 p. ontbreken is over gereclameerd.
A. Duits gewogen 4 pond ter eere van zilveren bruiloft; 2 p. ontbreken is meerder gerecla.
F.J. Visser gewogen
F.J. Visser gewogen
F.J. Visser gewogen
F. Ossendorp). eigen gebruik na afloop gewogen.
F. Ossendorp). eigen gebruik na afloop gewogen.
F. Ossendorp). eigen gebruik na afloop gewogen.
G. Koning geturfd
G. Koning geturfd
H. Boor 2 Kg. eigen gebruik. 1 Kg. ingewogen.
H. Boor 2 Kg. eigen gebruik. 1 Kg. ingewogen.
Alle 77 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 4