Getypte brief op officieel papier.
Origineel
Getypte brief op officieel papier. 27 October 1943. De Directeur (vermoedelijk van de Amsterdamse tak van de visdistributie of gemeentereiniging/marktwezen). [Handgeschreven: Verzonden 28/10] [Onleesbare krabbel]
vD/RP.
46a/290/2 M.
27 October 1943.
den Heer Directeur der
Nederlandsche Visscherijcentrale,
2e Adelheidstraat 300
DEN HAAG. ZH
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 25 September jl.
no. 23372 - A.Z./H. bericht ik U, dat de onderhavige aangele-
genheid is behandeld in de Verdeelingscommissie voor visch te
dezer stede.
Posthumius krijgtper beurt toewijzingen voor:
Zoetwatervisch: 80 ½ Kg.
Aal: 80 "
Zeevisch: 100 "
garnalen ongepeld: 4 kistjes
gerookte visch: 20 ½ Kg.
Hij moet deze visch verkoopen op de hem aangewezen
marktplaats Albert Cuypstraat.
De Verdeelingscommissie heeft overwegend bezwaar om
eraan mede te werken, dat straathandelaren zich in een winkel
gaan vestigen, aangezien men zich dan aan de strenge contrôle
op de markten kan onttrekken.
Tot nu toe zijn dergelijke verzoeken voor wat Amster-
dam betreft dan ook steeds afgewezen. Er is trouwens in dezen
tijd geen enkele behoefte aan uitbreiding van het aantal visch-
winkels.
Met het advies der Commissie kan ik mij vereenigen
en ik geef U dan ook in overweging aan het verzoek van Posthu-
mius niet te voldoen.
De Directeur, * Inhoud: De brief is een formeel advies van een Amsterdamse instantie aan de centrale visserijautoriteit in Den Haag. Een straathandelaar genaamd Posthumius, die een standplaats heeft op de Albert Cuypmarkt, heeft verzocht om een vaste viswinkel te mogen openen. Dit verzoek wordt resoluut afgewezen.
* Argumentatie: De afwijzing steunt op drie pijlers:
1. Controle: Op de open markt is de controle op de handel (en waarschijnlijk de naleving van distributieregels) strenger. Men vreest dat een handelaar in een besloten winkel makkelijker aan dit toezicht kan ontsnappen.
2. Beleid: Het is vaste praktijk in Amsterdam om dergelijke verzoeken van straathandelaren af te wijzen.
3. Economische noodzaak: Er wordt gesteld dat er in de huidige tijd (oorlogstijd) geen behoefte is aan meer viswinkels.
* Taalgebruik: Het taalgebruik is ambtelijk en directief. Opvallend is de typefout "krijgtper" in de tekst. De genoemde hoeveelheden vis geven een inkijkje in de toewijzingen (rantsoenering) per beurt voor een individuele handelaar. Dit document stamt uit oktober 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de voedselvoorziening volledig gereguleerd via een complex systeem van distributie en toewijzingen. De "Verdeelingscommissie voor visch" speelde een cruciale rol in het verdelen van de schaarse voorraden.
De angst voor het "onttrekken aan de strenge contrôle" verwijst indirect naar de zwarte handel. De bezetter en de meewerkende Nederlandse bureaucratie probeerden elke vorm van handel buiten de officiële kanalen om te onderdrukken. Straathandel op markten zoals de Albert Cuypstraat was makkelijker te surveilleren door inspecteurs dan handel achter gesloten winkeldeuren. De brief illustreert de starheid van het ambtelijk apparaat en de beperkte bewegingsvrijheid voor kleine ondernemers in oorlogstijd.