Handgeschreven brief (mogelijk een briefkaart of kort schrijven).
Origineel
Handgeschreven brief (mogelijk een briefkaart of kort schrijven). 14 oktober 1943. Amsterdam 14 Oct. 1943.
Mijnheer.
Sinds vijf jaar heb ik altijd vis
gehad bij den Heer Harry Boom op
de Hoogte-Kadijk, zoo lang de oorlog
duurd heb ik geen vis meer van hem
kunnen krijgen. Kunt u mij daar van
de oorzaak niet mee deelen. Of Harry
Boom heeft geen toewijzing of hij
verkoopt zijn vis doch niet aan mij. In
ieder geval een ander heeft wel vis op
zijn tijd, ik niet. In afwachting. De brief is een klacht of een informatieverzoek gericht aan een onbekende instantie (waarschijnlijk een distributie- of controleorgaan voor de vishandel). De afzender beklaagt zich over het feit dat hij of zij sinds het begin van de oorlog geen vis meer kan verkrijgen bij de vaste leverancier, de heer Harry Boom, gevestigd aan de Hoogte Kadijk in Amsterdam.
De schrijver uit twee vermoedens:
1. De handelaar krijgt geen officiële toewijzing (quota) meer.
2. De handelaar geeft de voorkeur aan andere klanten ("...verkoopt zijn vis doch niet aan mij").
De frustratie van de schrijver is duidelijk merkbaar door de opmerking dat anderen blijkbaar wel vis weten te bemachtigen terwijl de schrijver met lege handen blijft. Het document stamt uit het hart van de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In 1943 was er sprake van grote schaarste en een streng distributiesysteem. Voedsel, waaronder vis, was uitsluitend op de bon verkrijgbaar en handelaren waren gebonden aan strikte toewijzingen van de overheid.
De "Hoogte Kadijk" is een bekende straat in de Amsterdamse Kadijkenbuurt, die van oudsher veel bedrijvigheid en handel kende. Klachten over oneerlijke verdeling van schaarse goederen kwamen in deze periode veelvuldig voor, aangezien corruptie en de zwarte handel floreerden terwijl de officiële rantsoenen voor de gewone burger steeds kleiner werden. De afzender probeert via officiële weg te achterhalen of er sprake is van onrechtmatige uitsluiting.
Samenvatting
De brief is een klacht of een informatieverzoek gericht aan een onbekende instantie (waarschijnlijk een distributie- of controleorgaan voor de vishandel). De afzender beklaagt zich over het feit dat hij of zij sinds het begin van de oorlog geen vis meer kan verkrijgen bij de vaste leverancier, de heer Harry Boom, gevestigd aan de Hoogte Kadijk in Amsterdam.
De schrijver uit twee vermoedens:
1. De handelaar krijgt geen officiële toewijzing (quota) meer.
2. De handelaar geeft de voorkeur aan andere klanten ("...verkoopt zijn vis doch niet aan mij").
De frustratie van de schrijver is duidelijk merkbaar door de opmerking dat anderen blijkbaar wel vis weten te bemachtigen terwijl de schrijver met lege handen blijft.
Historische Context
Het document stamt uit het hart van de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In 1943 was er sprake van grote schaarste en een streng distributiesysteem. Voedsel, waaronder vis, was uitsluitend op de bon verkrijgbaar en handelaren waren gebonden aan strikte toewijzingen van de overheid.
De "Hoogte Kadijk" is een bekende straat in de Amsterdamse Kadijkenbuurt, die van oudsher veel bedrijvigheid en handel kende. Klachten over oneerlijke verdeling van schaarse goederen kwamen in deze periode veelvuldig voor, aangezien corruptie en de zwarte handel floreerden terwijl de officiële rantsoenen voor de gewone burger steeds kleiner werden. De afzender probeert via officiële weg te achterhalen of er sprake is van onrechtmatige uitsluiting.