Archief 745
Inventaris 745-410
Pagina 617
Dossier 93
Jaar 1943
Stadsarchief

Getypte notulen of rapportage (pagina 5).

Origineel

Getypte notulen of rapportage (pagina 5). - 5 -

landsche Visscherij Centrale stelt de vraag of het gewenscht is de rook-capaciteit van Amsterdam uit te breiden.
De Commissie is van meening, dat hieraan thans geen enkele behoefte bestaat. Het verzoek zal na den oorlog opnieuw moeten worden ingediend.

Verzoek van N. Posthumius (via Nederlandsche Visscherij Centrale) tot verkrijging van een vergunning voor het vestigen van een vischwinkel. Hij heeft voor den oorlog steeds een winkel gehad, doch zoolang de verdeeling duurt, staat hij als koopman ingeschreven. De Commissie heeft overwegend bezwaar om eraan mee te werken, dat straathandelaren zich in een winkel gaan vestigen. Dit is alleen een poging om onder de strenge controle op de markten uit te komen. Tot nu toe zijn dergelijke verzoeken dan ook steeds afgewezen en de Commissie adviseert ook hier om niet aan het verzoek te voldoen.

H.F. Reitema Jr. visch en fruitzaak; vraagt uitbreiding van vischtoewijzingen. De Commissie adviseert afwijzend. Reitema heeft momenteel een groote groenten- en fruitzaak.

G. Wezer toewijzing fijne zeevisch. Behandeld in de eerste vergadering. Wezer legt thans een verklaring over van den vischgrossier L. Zwaan, waarin deze meedeelt in het basisjaar 1939 1500 kg fijne zeevisch (tarbot, tong en griet te hebben geleverd).
De Commissie heeft thans niet langer bezwaar, dat Wezer wordt opgevoerd voor 1/2 toewijzing fijne zeevisch.

Verzoek van de halhouders D. Fleysman, B. Visser Jr., Dombroek, J. Haagedoorn, M. Rotter-Jansen, J. Bergen, H. ter Voort en S. Stoeltie om voor fijne zeevisch in aanmerking te mogen komen.
Het verzoek houdt verband met den aanvoer van een groote partij Deensche visch, waaronder zeer veel kabeljauw en schelvisch.
De groote kabeljauw is toen verdeeld onder winkeliers, die voorkomen op de fijne zeevischlijst. De overige handelaren wijzen erop, dat deze visch vroeger ook door straathandelaren werd verkocht en speciaal de halhouders voelen zich benadeeld. De Commissie stelt vast, dat tong, tarbot, griet, groote roode poon en zalm in ieder geval onder fijne zeevisch hoort. De halhouders kunnen niet zonder meer voor fijne zeevisch in aanmerking komen. Zij moeten bewijzen overleggen, dat zij deze vischsoorten ook vroeger hebben verkocht.
Ten aanzien van de Deensche visch moet de practijk worden afgewacht. Voordat tot verdeeling van elke zending zal worden overgegaan, zal worden beoordeeld, waaronder de kabeljauw en schelvisch zal worden gerangschikt. Hierbij zal de grootte van den aanvoer een belangrijke rol spelen. De Commissie acht het onjuist om ten aanzien hiervan reeds bij voorbaat een gedragslijn uit te stippelen.

S.C. Marinus Jr. verzoekt om alsnog in de vischverdeeling te worden opgenomen. Verzoek is reeds meermalen afgewezen. Laatstelijk met goedkeuring van den Wethouder. Thans heeft hij zich tot de Centrale gewend, die zich tot het Marktwezen wendt, onder mededeeling, dat haar onomstotelijk is gebleken, dat Marinus reeds jaren in den Amsterdamsche vischhandel een vrij groote rol heeft gespeeld.
Dit nu kan de Commissie wel onderschrijven, doch deze rol was niet die van een bona fide kleinhandelaar, integendeel. S.C. Marinus leende zich ervoor om voor de Urker visschers als gangmaker en prijszetter te fungeeren zulks ten nadeele van den bona fiden kleinhandel. Dit document biedt een inkijk in de bureaucratische afhandeling van schaarste tijdens de bezettingsjaren. Enkele kernpunten:

  1. Strenge scheiding tussen handelstypen: De Commissie waakt streng over het onderscheid tussen "straathandelaren" en "winkeliers". Men vreest dat straathandelaren een winkel willen openen enkel om aan de strikte marktcontroles te ontsnappen.
  2. Referentiejaar 1939: Voor het verkrijgen van toewijzingen (quota) van luxe vis ("fijne zeevisch" zoals tarbot en tong) is het bewijzen van handelsactiviteit in het laatste vredesjaar (1939) essentieel.
  3. Import uit Denemarken: Er is sprake van import van Deense vis (kabeljauw en schelvis). De classificatie hiervan (is het "fijne zeevisch" of gewone vis?) bepaalt wie het mag verkopen.
  4. Marktverstoring: De zaak rond S.C. Marinus Jr. illustreert de strijd tegen ongewenste handelspraktijken. Hij wordt ervan beschuldigd een "prijszetter" te zijn voor Urker vissers, wat door de Commissie als schadelijk voor de eerlijke kleinhandel ("bona fide") wordt beschouwd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de voedselvoorziening in Nederland strikt gereguleerd via een distributiesysteem. De Nederlandsche Visscherij Centrale (NVC) hield toezicht op de vangst en distributie. Omdat de Noordzee grotendeels afgesloten was voor de visserij, was de aanvoer beperkt en werd er vis geïmporteerd uit andere bezette gebieden, zoals Denemarken.

De lokale Commissies moesten beslissen over de schaarse vergunningen. Hierbij werd vaak gekeken naar het verleden van de handelaar: wie voor de oorlog geen gevestigde winkelier was, kwam in de oorlogstijd zeer moeilijk aan de benodigde papieren. Dit leidde tot spanningen tussen verschillende groepen handelaren (marktlui vs. winkeliers).

Samenvatting

Dit document biedt een inkijk in de bureaucratische afhandeling van schaarste tijdens de bezettingsjaren. Enkele kernpunten:

  1. Strenge scheiding tussen handelstypen: De Commissie waakt streng over het onderscheid tussen "straathandelaren" en "winkeliers". Men vreest dat straathandelaren een winkel willen openen enkel om aan de strikte marktcontroles te ontsnappen.
  2. Referentiejaar 1939: Voor het verkrijgen van toewijzingen (quota) van luxe vis ("fijne zeevisch" zoals tarbot en tong) is het bewijzen van handelsactiviteit in het laatste vredesjaar (1939) essentieel.
  3. Import uit Denemarken: Er is sprake van import van Deense vis (kabeljauw en schelvis). De classificatie hiervan (is het "fijne zeevisch" of gewone vis?) bepaalt wie het mag verkopen.
  4. Marktverstoring: De zaak rond S.C. Marinus Jr. illustreert de strijd tegen ongewenste handelspraktijken. Hij wordt ervan beschuldigd een "prijszetter" te zijn voor Urker vissers, wat door de Commissie als schadelijk voor de eerlijke kleinhandel ("bona fide") wordt beschouwd.

Historische Context

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de voedselvoorziening in Nederland strikt gereguleerd via een distributiesysteem. De Nederlandsche Visscherij Centrale (NVC) hield toezicht op de vangst en distributie. Omdat de Noordzee grotendeels afgesloten was voor de visserij, was de aanvoer beperkt en werd er vis geïmporteerd uit andere bezette gebieden, zoals Denemarken.

De lokale Commissies moesten beslissen over de schaarse vergunningen. Hierbij werd vaak gekeken naar het verleden van de handelaar: wie voor de oorlog geen gevestigde winkelier was, kwam in de oorlogstijd zeer moeilijk aan de benodigde papieren. Dit leidde tot spanningen tussen verschillende groepen handelaren (marktlui vs. winkeliers).

Kooplieden in dit dossier 77

A.J. Henneveld geturft
A.J. Henneveld geturft
A.J. Henneveld geturft
A.J. Meeuwissen geturfd door marktmeester
A.J. Meeuwissen geturfd
C. Buys geturft
C. Buys geturft
C. Buys geturft
Chr.straathandelaren (zonder Vol.) 314
Chr.straathandelaren (zonder Volend.) 48,9
Chr.winkeliers (zonder Volend.) 61
Chr.winkeliers (zonder Volend.) 9,51
A. Duits gewogen 4 pond ter eere van zilveren bruiloft; 2 p. ontbreken is over gereclameerd.
A. Duits gewogen 4 pond ter eere van zilveren bruiloft; 2 p. ontbreken is meerder gerecla.
F.J. Visser gewogen
F.J. Visser gewogen
F.J. Visser gewogen
F. Ossendorp). eigen gebruik na afloop gewogen.
F. Ossendorp). eigen gebruik na afloop gewogen.
F. Ossendorp). eigen gebruik na afloop gewogen.
G. Koning geturfd
G. Koning geturfd
H. Boor 2 Kg. eigen gebruik. 1 Kg. ingewogen.
H. Boor 2 Kg. eigen gebruik. 1 Kg. ingewogen.
Alle 77 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 4