Getypt verslag/besluit (doorslag), waarschijnlijk van een commissievergadering.
Origineel
Getypt verslag/besluit (doorslag), waarschijnlijk van een commissievergadering. 19-10-43 (19 oktober 1943). - 6 -
De Commissie handhaaft haar standpunt, dat Marinus nooit daadwerkelijk
als kleinhandelaar is opgetreden. Zij adviseert derhalve met klem om
op het onderhavige verzoek afwijzend te beschikken.
J.J.Looyen Jr. vraagt verhooging toewijzing zoetwatervisch en garnalen.
Commissie adviseert afwijzend. Looyen kan geen rechten op een hoogere
toewijzing doen gelden.
Marktw.Hoofdk.
19-10-43 SV.
No.153. Het document bevat twee specifieke besluiten van een niet nader genoemde commissie:
- Geval Marinus: Er is een verzoek ingediend door of namens iemand met de naam Marinus. De commissie blijft bij een eerder standpunt dat deze persoon nooit echt als kleinhandelaar heeft gewerkt. Op basis daarvan wordt geadviseerd het verzoek af te wijzen. Dit suggereert dat de status van 'erkend kleinhandelaar' noodzakelijk was voor bepaalde rechten of toewijzingen.
- Geval J.J. Looyen Jr.: Deze persoon heeft verzocht om een grotere hoeveelheid zoetwatervis en garnalen te mogen ontvangen. De commissie wijst dit af met de motivatie dat hij geen juridische of reglementaire grond heeft om aanspraak te maken op meer dan zijn huidige quotum.
De tekst is zakelijk en bureaucratisch van toon, kenmerkend voor ambtelijke besluitvorming in die tijd. De datum van het document (oktober 1943) plaatst deze stukken midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van een strikt distributiesysteem en schaarste aan voedselmiddelen.
Het "Marktwezen Hoofdkantoor" hield toezicht op de handel en de toewijzing van goederen aan handelaren. De term "toewijzing" (quotum) was essentieel: zonder officiële toewijzing mocht een handelaar geen goederen inkopen of verkopen. De afwijzingen in dit document laten zien hoe streng de controle op de distributieketen was. Het niet kunnen aantonen dat men reeds vóór de oorlog of vóór bepaalde regelgeving "daadwerkelijk als kleinhandelaar" actief was, was vaak een reden om uitgesloten te worden van legale handel in schaarse goederen zoals vis en garnalen.
Samenvatting
Het document bevat twee specifieke besluiten van een niet nader genoemde commissie:
- Geval Marinus: Er is een verzoek ingediend door of namens iemand met de naam Marinus. De commissie blijft bij een eerder standpunt dat deze persoon nooit echt als kleinhandelaar heeft gewerkt. Op basis daarvan wordt geadviseerd het verzoek af te wijzen. Dit suggereert dat de status van 'erkend kleinhandelaar' noodzakelijk was voor bepaalde rechten of toewijzingen.
- Geval J.J. Looyen Jr.: Deze persoon heeft verzocht om een grotere hoeveelheid zoetwatervis en garnalen te mogen ontvangen. De commissie wijst dit af met de motivatie dat hij geen juridische of reglementaire grond heeft om aanspraak te maken op meer dan zijn huidige quotum.
De tekst is zakelijk en bureaucratisch van toon, kenmerkend voor ambtelijke besluitvorming in die tijd.
Historische Context
De datum van het document (oktober 1943) plaatst deze stukken midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van een strikt distributiesysteem en schaarste aan voedselmiddelen.
Het "Marktwezen Hoofdkantoor" hield toezicht op de handel en de toewijzing van goederen aan handelaren. De term "toewijzing" (quotum) was essentieel: zonder officiële toewijzing mocht een handelaar geen goederen inkopen of verkopen. De afwijzingen in dit document laten zien hoe streng de controle op de distributieketen was. Het niet kunnen aantonen dat men reeds vóór de oorlog of vóór bepaalde regelgeving "daadwerkelijk als kleinhandelaar" actief was, was vaak een reden om uitgesloten te worden van legale handel in schaarse goederen zoals vis en garnalen.