Dienstbrief / Rapportage van overtreding
Origineel
Dienstbrief / Rapportage van overtreding 11 mei 1943 De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Visafslag of een verwante distributiedienst) [Handgeschreven in blauwe inkt bovenaan:] extra
[Getypt:]
HB.
46c/25/1b M.
1.
Uitsluiting
verdeeling W. Aal.
11 Mei 1943.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
In bijlage dezes heb ik de eer U een afschrift
te doen toekomen van een rapport, opgemaakt door een
ambtenaar van mijn dienst, waaruit blijkt, dat
W. Aal, geboren 23-6-1898 en wonende Van Beuningen-
plein 31 II, alhier, op Woensdag 5 Mei jl. heeft ge-
tracht een partij schol aan den verkoop te onttrek-
ken.
In verband met deze overtreding heb ik Aal
voornoemd voorloopig van de verdeeling aan den afslag
alhier geschorst.
Ik moge U beleefd verzoeken te willen bevorde-
ren, dat, bij Besluit van den Burgemeester, Aal voor-
noemd wordt gestraft met uitsluiting van de verdee-
ling aan den afslag te dezer stede voor den tijd van
vier maanden.
De Directeur, Dit document betreft een officiële melding van een economisch delict tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Een zekere W. Aal wordt ervan beschuldigd op 5 mei 1943 te hebben geprobeerd een partij schol (vis) buiten de officiële kanalen om te houden ("aan den verkoop te onttrekken").
De directeur van de betreffende dienst (waarschijnlijk de visafslag) heeft Aal reeds geschorst en verzoekt de wethouder nu om een formele straf via een burgemeestersbesluit: een uitsluiting van de visverdeling voor de duur van vier maanden. Dit was een zware sanctie, aangezien het de betrokkene gedurende die tijd onmogelijk maakte om legaal via de afslag in zijn levensonderhoud of voedselvoorziening te voorzien. Het document dateert uit mei 1943, een periode waarin de voedselschaarste in bezet Nederland steeds nijpender werd. Om de distributie te beheersen en de zwarte handel tegen te gaan, stond de gehele voedselketen — inclusief de visserij en visafslagen — onder strikt toezicht van de bezetter en de meewerkende Nederlandse overheid.
Het "onttrekken aan de verkoop" was een eufemisme voor pogingen om goederen op de zwarte markt te verkopen, waar de prijzen vele malen hoger lagen dan de vastgestelde distributieprijzen. De genoemde locatie, het Van Beuningenplein, ligt in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt, wat bevestigt dat dit dossier betrekking heeft op de Amsterdamse voedselvoorziening en de Centrale Visafslag aan het IJ. De burgemeester van Amsterdam in deze periode was de pro-Duitse Edward Voûte.