Archief 745
Inventaris 745-413
Pagina 52
Dossier 100
Jaar 1943
Stadsarchief

Uittreksel (extract) uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam.

21 mei 1943.

Origineel

Uittreksel (extract) uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam. 21 mei 1943. [Stempel linksboven:] No. 46c/25/1 b M. 1943 1/6
[Stempel rechtsboven:] Marktwez. [met rode paraaf en handgeschreven '902']

No.55/14 L.M.1943. Straf van een marktkoopman.

E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam.

Vrijdag, 21 Mei 1943.

Op voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen wordt het volgende besluit genomen:
De Burgemeester van Amsterdam,
Gezien het rapport van den Directeur van den Dienst van het Marktwezen, d.d. 11 Mei 1943 No. 46c/25/1 b M:
Gelet op het Tweede Uitvoeringsbesluit van het Visscherijbesluit 1941:

B e s l u i t :

den marktkoopman W. Aal, Van Beuningenplein 31^II, wegens overtreding van bovengenoemd besluit, bestaande uit het aan den verkoop trachten te onttrekken van een partij schol, voor den tijd van vier maanden van de verdeeling aan den afslag uit te sluiten, derhalve tot en met 5 September 1943.

Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (2 stuks).
A.C. [/]

Voor eensluidend extract,
de Gemeentesecretaris,

(get.) J. F. FRANKEN

[Rechtsonder diverse handgeschreven initialen en een handtekening/paraaf]

--- Dit document betreft een officiële administratieve sanctie opgelegd door de gemeente Amsterdam aan een individuele ondernemer. Marktkoopman W. Aal, woonachtig aan het Van Beuningenplein, wordt gestraft voor het plegen van een economisch delict: het proberen te onttrekken van een partij schol (vis) aan de reguliere verkoop.

De straf is fors: een uitsluiting van vier maanden van de visafslag. In de praktijk betekende dit een tijdelijk beroepsverbod, aangezien de koopman hierdoor geen nieuwe voorraad kon inkopen via de officiële kanalen. Het besluit is gebaseerd op het 'Visscherijbesluit 1941', een regeling die tijdens de Duitse bezetting werd aangescherpt om de voedselvoorziening en distributie onder controle te houden.

Opvallend is de gedetailleerde functiebenaming van de wethouder, wiens portefeuille zowel de levensmiddelen als de publieke was- en badinrichtingen besloeg. Dit illustreert de verregaande bemoeienis van het gemeentebestuur met de dagelijkse behoeften en hygiëne van de burger in oorlogstijd.

--- Het document dateert uit mei 1943, een periode in de Tweede Wereldoorlog waarin de schaarste in Nederland nijpend begon te worden. De bezetter had een strikt systeem van distributie en prijsbeheersing ingevoerd om de voedselstroom te controleren (en deels naar Duitsland af te voeren).

Het "onttrekken aan de verkoop", zoals W. Aal deed, werd beschouwd als een ernstig vergrijp. Vaak gebeurde dit om goederen op de zwarte markt tegen veel hogere prijzen te verkopen, of om eigen voorraden aan te leggen. De overheid trad hier hard tegen op om de officiële distributie in stand te houden en onrust onder de bevolking te voorkomen.

De burgemeester van Amsterdam in 1943 was Edward Voûte, die door de Duitse bezetter was aangesteld. Hoewel het apparaat van de gemeente Amsterdam bleef functioneren, stond het volledig in dienst van de bezettingswetgeving. Dit extract toont aan hoe de bureaucratie tot op het niveau van individuele marktkooplieden toezag op de handhaving van de economische ordening.

Samenvatting

Dit document betreft een officiële administratieve sanctie opgelegd door de gemeente Amsterdam aan een individuele ondernemer. Marktkoopman W. Aal, woonachtig aan het Van Beuningenplein, wordt gestraft voor het plegen van een economisch delict: het proberen te onttrekken van een partij schol (vis) aan de reguliere verkoop.

De straf is fors: een uitsluiting van vier maanden van de visafslag. In de praktijk betekende dit een tijdelijk beroepsverbod, aangezien de koopman hierdoor geen nieuwe voorraad kon inkopen via de officiële kanalen. Het besluit is gebaseerd op het 'Visscherijbesluit 1941', een regeling die tijdens de Duitse bezetting werd aangescherpt om de voedselvoorziening en distributie onder controle te houden.

Opvallend is de gedetailleerde functiebenaming van de wethouder, wiens portefeuille zowel de levensmiddelen als de publieke was- en badinrichtingen besloeg. Dit illustreert de verregaande bemoeienis van het gemeentebestuur met de dagelijkse behoeften en hygiëne van de burger in oorlogstijd.


Historische Context

Het document dateert uit mei 1943, een periode in de Tweede Wereldoorlog waarin de schaarste in Nederland nijpend begon te worden. De bezetter had een strikt systeem van distributie en prijsbeheersing ingevoerd om de voedselstroom te controleren (en deels naar Duitsland af te voeren).

Het "onttrekken aan de verkoop", zoals W. Aal deed, werd beschouwd als een ernstig vergrijp. Vaak gebeurde dit om goederen op de zwarte markt tegen veel hogere prijzen te verkopen, of om eigen voorraden aan te leggen. De overheid trad hier hard tegen op om de officiële distributie in stand te houden en onrust onder de bevolking te voorkomen.

De burgemeester van Amsterdam in 1943 was Edward Voûte, die door de Duitse bezetter was aangesteld. Hoewel het apparaat van de gemeente Amsterdam bleef functioneren, stond het volledig in dienst van de bezettingswetgeving. Dit extract toont aan hoe de bureaucratie tot op het niveau van individuele marktkooplieden toezag op de handhaving van de economische ordening.

Locaties

Amsterdam.

Kooplieden in dit dossier 4

Hors Makreel
Hors Makreel
Hors Makreel
[?] Dekker 2.515

Gerelateerde Documenten 5