Handgeschreven ambtelijke notitie/rapportage.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie/rapportage. 17 mei 1943. (Diplomatische transcriptie: interpunctie en spelling uit het origineel zijn aangehouden.)
Hoofdtekst:
Snoek beweert in [doorhaling: een]
van Mossel (202)
toewijzing geen pond visch
voor zijn eigen te hebben
gehouden, doch te kort
op de vischmarkt te hebben
ontvangen.
De ambtenaar heeft dit
onmiddellijk doorgegeven
aan Hr. Ham.
Achteraf kan echter niet
worden nagegaan of
te weinig was geleverd.
Snoek heeft aan Mossel
80 pond afgedragen.
M.i. moet de verklaring
van Snoek worden aangeno-
men.
S. staat gunstig bekend
voor zoover zijn aanvoer
betreft.
17-5-’43
de Waal.
Linkermarge (verticaal geschreven):
Zijde ambtenaar heeft hij i.i.g. tegen vordering in[?] * Kern van de zaak: Het document betreft een onderzoek naar een mogelijke onregelmatigheid in de visdistributie. Een zekere Snoek wordt ervan verdacht een deel van een vis-toewijzing (bestemd voor een persoon of firma genaamd 'Mossel') voor eigen gebruik te hebben achtergehouden.
* Verweer: Snoek voert aan dat hij niet zelf vis heeft achtergehouden, maar dat hij op de vismarkt simpelweg minder geleverd heeft gekregen dan op papier was toegezegd.
* Conclusie van de opsteller: De ambtenaar (De Waal) adviseert om de verklaring van Snoek te accepteren. De belangrijkste reden hiervoor is dat Snoek een goede reputatie heeft ("gunstig bekend staat") met betrekking tot eerdere leveringen. Daarnaast stelt hij vast dat het achteraf objectief niet meer te bewijzen valt of er op de markt inderdaad te weinig is geleverd.
* Terminologie: Termen als "toewijzing", "vischmarkt" en "80 pond" wijzen op de strikte regulering van de voedselvoorziening tijdens de bezettingsjaren. Dit document stamt uit mei 1943, een periode waarin de Duitse bezetting van Nederland leidde tot grote schaarste en een complex systeem van distributiebonnen en toewijzingen. De handel in vis en andere levensmiddelen stond onder streng toezicht van instanties zoals de Crisis Controle Dienst (CCD).
Het document geeft inzicht in de 'kleine geschiedenis' van de oorlog: de dagelijkse strijd tegen tekorten, de bureaucratische afhandeling van vermoedelijke fraude en het belang van een goede naam bij de autoriteiten om vervolging voor zwarte handel of verduistering te voorkomen. De visserijsector was in deze periode extra zwaar getroffen door de beperkingen op zee (Sperrgebiet), wat tekorten op de vismarkten verklaart.