Officiële brief/memo van de Gemeente Amsterdam aan het Gewestelijk Arbeidsbureau.
Origineel
Officiële brief/memo van de Gemeente Amsterdam aan het Gewestelijk Arbeidsbureau. 2 juni 1943. De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen van Amsterdam (namens de Burgemeester). Gewestelijk Arbeidsbureau, Stadhouderskade 6, Amsterdam. [Bovenaan gecentreerd, paars stempel met handgeschreven toevoeging in blauw]
No. 46c/28/d M. 1943 4/6.
[Rechtsboven, handgeschreven in grijze pen]
919.
Marktwe
[Geadresseerde]
Aan het Gewestelijk Arbeidsbureau
Stadhouderskade 6
Amsterdam. W.
[Rechtsboven, diverse handgeschreven aantekeningen en parafen in rood en grijs potlood/pen:]
v
Dir dht
Zwap
[Datum]
2 Juni 1943.
[Linkerzijde]
L.M. -55/15-
-1943-
[Onderwerp]
Te werkstelling.
[Inhoud van de brief]
Onder toezending van een afschrift van een aan
G. Hagedoorn, geboren 2 Augustus 1896, wonende Hondecoeterstraat 18 hs
gezonden brief, deel ik U mede, dat de Burgemeester heeft besloten om
Hagedoorn voornoemd voor den tijd van zes maanden, derhalve tot 7 No-
vember 1943 van de vischverdeeling alhier uit te sluiten, omdat hij
zich schuldig heeft gemaakt aan het verkoopen van buiten de vischver-
deeling om verkregen visch, boven den maximum-prijs.
Ten einde te voorkomen, dat Hagedoorn zal trachten in
den zwarten handel zijn brood te verdienen, ware m.i. te overwegen hem
voor den tijd zijner uitsluiting in dienstverplichting op te nemen.
[Linksonder]
GM
[Rechtsonder, ondertekening]
De Wethouder voor de Levensmiddelen,
Wasch- en schoonmaak-, bad- en zwem-
inrichtingen.
[Handgeschreven handtekening]
(get) J.L. Prak
[Rechtsonder op de hoek, handgeschreven in blauw]
46 e.
oud m. Dit document illustreert de repressieve wijze waarop het Amsterdamse gemeentebestuur tijdens de bezetting optrad tegen overtredingen van de distributiewetten. De heer G. Hagedoorn is betrapt op zwarte handel (verkoop van vis boven de maximumprijs buiten het bonnensysteem). Als straf sluit de Burgemeester hem voor een half jaar uit van de visdistributie.
De meest opmerkelijke passage is het advies van de wethouder aan het Gewestelijk Arbeidsbureau. Hij stelt voor om Hagedoorn gedurende deze zes maanden op te roepen voor de "dienstverplichting". Hiermee wordt de arbeidsinzet (verplichte arbeid, vaak in Duitsland) expliciet ingezet als een punitief instrument om te voorkomen dat iemand doorgaat met illegale handel. Dit getuigt van een verregaande samenwerking tussen de gemeentelijke diensten en de instanties die verantwoordelijk waren voor de gedwongen tewerkstelling van de Nederlandse bevolking. In 1943 was de voedselvoorziening in Nederland zeer precair en werd alles strikt gerantsoeneerd via distributiestelsels. De zwarte handel tierde welig, maar werd door zowel de Duitse bezetter als het collaborerende lokale bestuur (onder leiding van de door de Duitsers benoemde burgemeester E.J. Voûte) streng bestraft.
Het Gewestelijk Arbeidsbureau (GAB) was in deze periode belast met de uitvoering van de Arbeitseinsatz. Mannen konden worden opgeroepen om in Duitsland te gaan werken. De suggestie in deze brief om een burger als straf voor een economisch delict over te dragen aan het GAB voor dienstverplichting, laat zien hoe verschillende machtsmiddelen van de bezettingsstaat werden gecombineerd om sociale en economische controle over de bevolking af te dwingen.