Getypte brief (doorslag of origineel) met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte brief (doorslag of origineel) met handgeschreven kanttekeningen. 21 mei 1943. De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Visafslag Amsterdam). Den Heer L. Jansen, Prinsengracht 8 I, Amsterdam-Centrum (Wijk 9). [Linksboven, getypt:]
46c/29/1b M.
[Midden boven, handgeschreven in potlood en inkt:]
Verzonden 21/5
H. Visch-
markt
[Onleesbare paraaf in blauwe inkt]
[Rechtsboven, getypt:]
HB.
[Midden, getypt:]
21 Mei 1943.
Den Heer L.Jansen,
Prinsengracht 8 I,
Amsterdam-Centrum.
==================
Wijk 9.
Mij is gerapporteerd, dat U de U op 20 Mei jl. aan den
afslag alhier toegewezen versche aal niet op Uw plaats op
de markt Lindengracht hebt verkocht.
In verband met deze overtreding van het 2e Uitvoerings-
besluit van het Visscherijbesluit 1941 schors ik U voorloo-
pig van de verdeeling van visch aan den afslag te dezer
stede, terwijl aan den Burgemeester de vraag zal worden
voorgelegd, welke maatregelen te Uwen aanzien genomen dienen
te worden.
De Directeur, In deze zakelijke correspondentie wordt de heer L. Jansen door de directeur van de visafslag op de vingers getikt voor een disciplinaire overtreding. Op 20 mei 1943 had Jansen verse aal (paling) toegewezen gekregen bij de afslag, met de strikte voorwaarde dat deze verkocht moest worden op zijn vaste standplaats op de Lindengracht-markt. Jansen heeft de vis echter elders verkocht of op een andere manier van de hand gedaan.
De sanctie is tweeledig:
1. Directe schorsing: Jansen wordt per direct uitgesloten van de visverdeling bij de afslag.
2. Escalatie: De zaak wordt voorgelegd aan de Burgemeester van Amsterdam voor verdere strafmaatregelen.
De brief beroept zich op het "2e Uitvoeringsbesluit van het Visscherijbesluit 1941", een wettelijk kader dat de handel in vis tijdens de oorlogsjaren strak reguleerde. Dit document is een treffend voorbeeld van de strikte distributie- en controlemechanismen tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In 1943 was er sprake van groeiende schaarste en een bloeiende zwarte markt.
Om de voedselvoorziening te controleren en te voorkomen dat schaarse goederen (zoals aal) buiten het officiële circuit om voor woekerprijzen werden verkocht, moesten marktkooplieden hun waren op exact aangewezen locaties verkopen. Het niet nakomen van deze regels werd zwaar gestraft, omdat het direct werd gezien als ondermijning van de gecontroleerde distributie. De betrokkenheid van de Burgemeester (destijds de pro-Duitse Edward Voûte) onderstreept de ernst die de autoriteiten aan dergelijke economische vergrijpen hechtten. De markt op de Lindengracht in de Jordaan was, en is nog steeds, een van de centrale marktlocaties in Amsterdam. H. Visch L. Jansen