Archief 745
Inventaris 745-413
Pagina 88
Dossier 44
Jaar 1943
Stadsarchief

Getypt ambtelijk rapport/brief (pagina 2).

Na 21 mei (jaar onbekend, waarschijnlijk jaren '40 gelet op spelling en context van distributie).

Origineel

Getypt ambtelijk rapport/brief (pagina 2). Na 21 mei (jaar onbekend, waarschijnlijk jaren '40 gelet op spelling en context van distributie). -2-

In het onderhavige geval doet het echter vreemd aan, dat een deel der toewijzingen in de bakkerskar werd aangetroffen, hetgeen het vermoeden wekt, dat men zou trachten dit deel aan den marktaanvoer te onttrekken. De beide overige toewijzingen waren over de kar van de Looyen's verdeeld. Looyen Jr. geeft voor, dat de visch, welke zich in de bakkerskar bevond, de visch van zijn vader was, welke hij even apart had gezet, omdat ze afzonderlijk moest worden verkocht. De opbrengst moest namelijk afzonderlijk worden gehouden, omdat deze den vader toekwam. Dit argument kan mijns inziens moeilijk worden aanvaard.

Wat het sorteeren betreft merk ik op, dat dit in dit geval, waar zich 2 soorten visch in één kist bevonden, zonder bezwaar en ongestraft op de Vischmarkt had kunnen plaatsvinden. Alle straathandelaren doen dit op de Vischmarkt. Voor het halen van gewichten en bascule had men den omweg met de visch niet behoeven te maken. Een der broers had met de kar naar de verkoopplaats kunnen gaan, terwijl de ander even het gereedschap had kunnen gaan halen. Hoewel de omstandigheden erop zouden wijzen, dat het de bedoeling was om een gedeelte van de toewijzingen te doen verdwijnen, kan zulks niet bewezen worden. Vast staat evenwel, dat een overtreding heeft plaatsgehad van art. 8 van het 2e Uitvoeringsbesluit.

Ik stel U daarom voor de drie heeren Looyen bij Besluit van den Burgemeester voor den tijd van 2 maanden uit te sluiten van de verdeeling. Hiermede zal tevens een goed voorbeeld zijn gesteld voor de andere kooplieden. Ik heb de Looyen met ingang van 21 Mei jl. voorloopig van de verdeeling geschorst. Zooals uit het bovenstaande blijkt, doe ik ook een strafvoorstel voor Looyen Sr., hoewel deze bij het gepleegde feit niet zelf aanwezig was. Ik ben evenwel van meening, dat hij van de handeling en van zijn zoons volkomen op de hoogte was; hij heeft tegenover mij trouwens verklaard, dat de visch steeds op deze wijze via de karrenloods naar de verkoopplaats werd gebracht.

De Directeur, De tekst betreft een verslag van een directeur (vermoedelijk van een vismarkt of distributiebureau) aan een hogere instantie (mogelijk de burgemeester). De kern van de zaak is dat de familie Looyen (vader en twee zoons) ervan wordt verdacht vis te hebben willen achterhouden voor de officiële marktaanvoer.

De verdediging van Looyen Jr.—dat de vis in de bakkerskar apart stond omdat deze voor zijn vader was—wordt door de directeur verworpen. Hij voert aan dat het wegen en sorteren gewoon op de markt had kunnen gebeuren. Hoewel kwade opzet (het laten "verdwijnen" van vis) niet hard bewezen kan worden, is er wel een formele overtreding van het "2e Uitvoeringsbesluit" geconstateerd. De directeur adviseert een zware straf: een uitsluiting van twee maanden van de visdistributie voor alle drie de gezinsleden, om hiermee een afschrikwekkend voorbeeld te stellen voor andere handelaren. Het taalgebruik (zoals "visch", "den omweg") en de verwijzing naar "toewijzingen", "verdeeling" en een "Uitvoeringsbesluit" wijzen sterk op de periode van de Tweede Wereldoorlog of de directe wederopbouwperiode in Nederland. Tijdens deze periode was er sprake van een strikt distributiestelsel waarbij goederen, waaronder vis, officieel toegewezen moesten worden. Het buiten het officiële circuit om verhandelen van goederen ("zwarte handel") werd streng bestraft. De rol van de burgemeester bij het nemen van dergelijke besluiten over lokale kooplieden was in die tijd gebruikelijk. De "bakkerskar" werd hier blijkbaar oneigenlijk gebruikt om de vis te vervoeren of te verbergen.

Samenvatting

De tekst betreft een verslag van een directeur (vermoedelijk van een vismarkt of distributiebureau) aan een hogere instantie (mogelijk de burgemeester). De kern van de zaak is dat de familie Looyen (vader en twee zoons) ervan wordt verdacht vis te hebben willen achterhouden voor de officiële marktaanvoer.

De verdediging van Looyen Jr.—dat de vis in de bakkerskar apart stond omdat deze voor zijn vader was—wordt door de directeur verworpen. Hij voert aan dat het wegen en sorteren gewoon op de markt had kunnen gebeuren. Hoewel kwade opzet (het laten "verdwijnen" van vis) niet hard bewezen kan worden, is er wel een formele overtreding van het "2e Uitvoeringsbesluit" geconstateerd. De directeur adviseert een zware straf: een uitsluiting van twee maanden van de visdistributie voor alle drie de gezinsleden, om hiermee een afschrikwekkend voorbeeld te stellen voor andere handelaren.

Historische Context

Het taalgebruik (zoals "visch", "den omweg") en de verwijzing naar "toewijzingen", "verdeeling" en een "Uitvoeringsbesluit" wijzen sterk op de periode van de Tweede Wereldoorlog of de directe wederopbouwperiode in Nederland. Tijdens deze periode was er sprake van een strikt distributiestelsel waarbij goederen, waaronder vis, officieel toegewezen moesten worden. Het buiten het officiële circuit om verhandelen van goederen ("zwarte handel") werd streng bestraft. De rol van de burgemeester bij het nemen van dergelijke besluiten over lokale kooplieden was in die tijd gebruikelijk. De "bakkerskar" werd hier blijkbaar oneigenlijk gebruikt om de vis te vervoeren of te verbergen.

Kooplieden in dit dossier 4

Hors Makreel
Hors Makreel
Hors Makreel
[?] Dekker 2.515

Gerelateerde Documenten 5