Officiële brief op briefpapier van het Gewestelijk Arbeidsbureau.
Origineel
Officiële brief op briefpapier van het Gewestelijk Arbeidsbureau. 6 juli 1943. De Directeur van het Gewestelijk Arbeidsbureau Amsterdam (gevestigd aan de Stadhouderskade 6). Den Heer Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam. GEWESTELIJK ARBEIDSBUREAU
AMSTERDAM. Stadhouderskade 6.
[In kader:]
Den Heer Directeur van het
Marktwezen
Jan van Galenstraat 14,
AMSTERDAM.
BIJKANTOOR TE [getypte tekst onleesbaar/doorgehaald]
11524 VI
NR. AFD.
UW SCHRIJVEN no. 46c/35/3M van 21.6.43
DATUM 6 Juli 1943.
ONDERWERP Opgave van vischkooplieden.
No. 46c/35/y M. 1943 9/7 [Paarse stempel met handgeschreven toevoeging]
Het is thans niet mogelijk U een opgave te verstrekken van vischkooplieden, die eventueel naar Duitschland worden uitgezonden.
D/S [geparafeerd]
De Directeur van het Gewestelijk Arbeidsbureau Amsterdam,
[Handtekening]
BIJLAGE(N)
(A) 25644 - '42 - K 983 In deze brief reageert het Gewestelijk Arbeidsbureau Amsterdam op een eerdere aanvraag (van 21 juni 1943) van de Directeur van het Marktwezen. De kern van de correspondentie betreft het inventariseren van visverkopers voor mogelijke uitzending naar Duitsland. Het Arbeidsbureau geeft aan dat het op dat moment "niet mogelijk" is om een dergelijke lijst (opgave) te verstrekken. De brief is opgesteld in de formele, zakelijke stijl die gebruikelijk was voor ambtelijke correspondentie tijdens de bezettingsjaren. Dit document is een direct overblijfsel van de bureaucratische processen rondom de Arbeitseinsatz tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Vanaf 1942 en vooral in 1943 intensiveerden de Duitse bezetters de gedwongen tewerkstelling van Nederlandse mannen in de Duitse oorlogsindustrie.
De Gewestelijke Arbeidsbureaus stonden onder toezicht van de bezetter en werden gedwongen mee te werken aan het selecteren en oproepen van arbeiders. In dit geval is er sprake van een specifiek verzoek om viskooplieden te registreren. De mededeling dat een opgave "niet mogelijk" is, kan wijzen op administratieve achterstanden, maar in sommige gevallen probeerden Nederlandse ambtenaren ook de uitvoering van dergelijke maatregelen te vertragen of te bemoeilijken om burgers te beschermen tegen deportatie. De brief illustreert hoe de bezettingsadministratie diep doordrong in het dagelijks economisch leven en de persoonlijke vrijheid van beroepsgroepen.