Handgeschreven brief (bezwaarschrift/verzoek om hulp).
Origineel
Handgeschreven brief (bezwaarschrift/verzoek om hulp). 12 juni 1943. Jb. Kes. Volendam 12 Juni 1943
Meheer Stam, ik kan niet nalaten U het volgende
ter Uwe kennis te moeten brengen en verzoek U beleefd
dit ernstig onder Uwe aandacht te willen nemen;
Vrijdag hield Meheer Rens controle over onze visch en
toen ik los was vroeg hij mij wat ik met die visch gedaan
had. Daar ik niet anders dan 2 ½ K.G. voor eigen gebruik
had afgewogen kwam ik, zoo zeide de Marktmeester,
dat ik 18 pond te kort kwam.
Gezien dit feit, kom ik hierdoor in moeilijkheden en
daar ik hieraan geheel onschuldig ben, zoo verzoek ik U
dan beleefd wat nu hier dan tegen te doen is.
[Linkermarge:]
opbergen.
AB. 12/7 '43.
Met de meeste Hoogachting.
Jb Kes De brief is een formeel schrijven van een visser of visverwerker (Jb. Kes) aan een leidinggevende of functionaris (Meneer Stam). De kern van het probleem is een tekort aan vis dat geconstateerd is tijdens een controle door ene Meneer Rens. Volgens de marktmeester mist er 18 pond vis.
Kes verweert zich door te stellen dat hij slechts 2,5 kg voor eigen gebruik heeft achtergehouden (wat destijds gebruikelijk of toegestaan kon zijn) en dat hij verder onschuldig is aan het tekort. Hij uit zijn zorgen over de "moeilijkheden" waarin hij hierdoor verkeert en vraagt om advies of bemiddeling. De toon is onderdanig maar dringend. Het document dateert uit juni 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Dit geeft de brief een extra zware lading:
1. Voedseldistributie: Tijdens de oorlog was de handel in levensmiddelen, waaronder vis, streng gereguleerd door de bezetter en de Nederlandse crisisorganen. Elk pond vis moest verantwoord worden.
2. Represailles: Een tekort van 18 pond kon worden uitgelegd als diefstal of zwarte handel. In oorlogstijd stonden hier zware straffen op, zoals uitsluiting van het beroep of zelfs arrestatie.
3. Locatie: Volendam was een cruciale schakel in de visvoorziening. De genoemde functionarissen (Stam, Rens, de Marktmeester) maakten waarschijnlijk deel uit van de lokale havenautoriteiten of de visafslag, die nauwlettend in de gaten werden gehouden door de bezettingsautoriteiten.
De brief is een tastbaar bewijs van de bureaucratische druk en de persoonlijke onzekerheid die de distributiewetten teweegbrachten bij gewone burgers in bezet gebied.