Officieel ambtelijk rapport.
Origineel
Officieel ambtelijk rapport. 29 juli 1943. CENTRALE MARKT
R A P P O R T
Naar aanleiding van bijgaanden brief, d.d. 14 Juni 1943, no. 447 L.M. 1943 17/6, waarin een en ander wordt medegedeeld over de handelingen van Manus Tervoort alhier, heb ik, J.H. de Grebber, Controleur bij het Marktwezen, na daartoe bekomen opdracht een nader onderzoek ingesteld.
Op 28 Juli 1943, heb ik mij naar den Gemeentelijken vischafslag begeven. Bij den Afslag werd dien dag aan Henk Tervoort 55 k.g. schol (kleinste soort) toegewezen. Ik, rapporteur, heb bedoelden Tervoort van den Afslag (Ruyterkade) naar zijn vischhal gelegen in perceel Spaarndammerstraat no. 95, gevolgd. Ik constateerde dat, toen Tervoort met zijn visch in hal was aangekomen, onmiddellijk de hal geheel geopend werd. Daarna verscheen er een bord voor het perceel, waarop stond vermeld; "Heden de nummers 432-462". Dus 30 personen kwamen aan de beurt voor een vischtoewijzing. Ik heb mij geruimen tijd in de onmiddellijke omgeving van bedoeld perceel opgehouden en geconstateerd, dat Tervoort aan verschillende personen visch verkocht en afleverde. Enkele van deze personen zijn door mij, rapporteur staande gehouden en toonde mij desgevraagd een nummer, gelegen tussen 432 en 462. Verder zag ik, dat hij verscheidene personen wegstuurde. Enkele dezer personen verklaarden mij desgevraagd dat zij nog niet aan de beurt waren.
Daarna heb ik gehoord; Henk Tervoort, oud 23 jaar en wonende Lindengracht no. 158 alhier. Deze verklaarde mij desgevraagd; "Ik heb ongeveer 800 klanten. Dezen zijn door mij voorzien van een stukje karton, waarop mijn naam en adres staat vermeld en voorzien van een nummer. Vandaag heb ik ongeveer 50 k.g. kleine scholletjes toegewezen gekregen. Deze visch verdeel ik over 30 klanten, zoodat heden de nummers 432-462 aan de beurt zijn. De klanten krijgen, naar gelang de grootte van het gezin, 1 1/2 á 2 k.g toegewezen. Het gebeurt natuurlijk wel, dat niet alle 30 klanten op komen dagen, zoodat ik 's middags z.g. "vrij" verkoop. Dit is altijd een zeer gering kwantum."
Ik, rapporteur, ben met Tervoort het volgende overeengekomen. Hij legt een genummerde klantenlijst aan. Deze nummers stemmen overeen met de door hem uitgegeven nummers. Wanneer hij visch ten verkoop voorhanden heeft, maakt hij zulks bekend op een bord voor zijn winkel met vermelding welke nummers in aanmerking komen voor een toewijzing. Verder zal hij den datum en het aantal nummers dat dien dag in aanmerking is gekomen schriftelijk verantwoorden.
Op deze wijze zal m.i. het geknoei tot een minimum gereduceerd worden. In de administratie van den Gemeentelijken Vischafslag, kan nagegaan worden wanneer en hoeveel een vischverkooper heeft ontvangen. Komt er nu een klacht binnen dan kan aan de hand van de genummerde klantenlijst een eventueel onderzoek plaats vinden.
Ik, rapporteur zal bedoelden Tervoort eenigen tijd controleeren. Dit zal m.i. een preventieve uitwerking hebben. Elke door mij geconstateerde knoeierij zal door mij gerapporteerd worden.
Waarvan dit rapport te Amsterdam op 29 Juli 1943
Aan Den Heer Directeur van het Marktwezen
ALHIER
De controleur voornoemd,
(Handtekening: J.H. de Grebber) Dit rapport beschrijft een onderzoek naar mogelijke onregelmatigheden bij de verkoop van vis door Henk Tervoort in zijn winkel aan de Spaarndammerstraat in Amsterdam. De controleur, J.H. de Grebber, volgde Tervoort vanaf de visafslag aan de Ruyterkade om te zien hoe hij de toegewezen 55 kg schol distribueerde.
Tervoort bleek een systeem te hanteren met genummerde kaartjes voor zijn circa 800 klanten. Op de dag van controle hielp hij de nummers 432 tot 462. De controleur stelde vast dat Tervoort inderdaad mensen zonder het juiste nummer wegstuurde. Om toekomstig "geknoei" (fraude of zwarte handel) te voorkomen, werd afgesproken dat Tervoort een officiële klantenlijst bijhoudt en de verkoop via een bord buiten de winkel en een schriftelijke administratie transparant maakt. De controleur adviseert een periode van verscherpt toezicht als preventieve maatregel. Het document dateert uit juli 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van extreme schaarste en distributie van levensmiddelen via bonkaarten. Vis was een schaars goed en de handel werd streng gecontroleerd door het Marktwezen om te voorkomen dat producten op de zwarte markt belandden.
Het rapport toont de bureaucratische controle op de kleinhandel. Zelfs een relatief kleine hoeveelheid vis (55 kg voor 800 klanten) was onderwerp van officieel onderzoek. De angst voor "geknoei" was groot; winkeliers werden nauwlettend in de gaten gehouden of zij zich hielden aan de toewijzingen en of zij niet stiekem voorraden achterhielden voor begunstigden of voor verkoop tegen woekerprijzen. De genoemde locaties (Spaarndammerstraat, Lindengracht, Ruyterkade) zijn nog steeds herkenbare plekken in Amsterdam die destijds centraal stonden in de lokale voedselvoorziening.