Handgeschreven rapport van een opsporingsambtenaar met ambtelijke kanttekeningen en stempels.
Origineel
Handgeschreven rapport van een opsporingsambtenaar met ambtelijke kanttekeningen en stempels. 16 juli 1943 (rapport), 21 juli 1943 (stempel en verwerking). Joh. P. Prinsen, onderzoekingsambtenaar van de C.D.L.V. (Centrale Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening). Directeur van het Marktwezen (via de Wethouder voor de Levensmiddelen). [Linksboven in de marge:] 3
bij tegenwoordig geweest. In verband met verschillende
gesprekken met buurtbewoners komt het mij, rapporteur,
wel voor dat het met de verkoop van visch in genoemde
hal niet in orde is, doch heb ik zelf geen fraude
kunnen constateeren. Er is op heden bijna geen toe-
voer van visch, waarom de hal de meeste dagen geslo-
ten is. Mocht mijn onderzoek meer succes opleveren
dan is het noodig dat dat onderzoek wordt voort-
gezet in den tijd dat er weer veel aanvoer van
visch is en zal daarom dan wachten op nadere
opdracht.
Naar waarheid dit rapport.
De onderzoekings Ambtenaar der C.D.L.V.
[Handtekening: Joh. P. Prinsen]
[Midden links:] 16-7-'43
[Paars stempel rechtsmidden:]
De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en
Schoonmaak-, Bad- en Zweminrichtingen stelt deze
in handen van den Heer Directeur van het Markt-
wezen om advies. ter kennisneming
en afdoening.
A'dam, 21 Juli 1943
[Handgeschreven aantekeningen onder het stempel:]
m. Dir.
Insp.
ter onderzoek
[Blauw stempel:] No. 46C/45/1 M. 1943 21/7
[Onderaan, handgeschreven notitie in ander handschrift:]
de Grebber fo. alle dag nagaan via beschrijving
of de boot aan de beurt is geweest, zoo ja – dan controleeren.
[Paraaf: V.] * Inhoud: Het document betreft een rapportage van een rechercheur/inspecteur die geruchten uit de buurt heeft onderzocht over mogelijke fraude bij een vishal. Hoewel de ambtenaar "gevoelsmatig" vermoedt dat er zaken niet kloppen, kan hij op dat moment niets bewijzen. De voornaamste reden is de enorme schaarste aan vis; de hal is simpelweg vaak dicht door gebrek aan aanvoer. Hij adviseert het onderzoek te pauzeren tot er weer meer aanvoer is.
* Toon: Formeel-ambtelijk, maar ook enigszins voorzichtig. De rapporteur baseert zijn vermoeden op "gesprekken met buurtbewoners" maar is eerlijk over het gebrek aan hard bewijs ("geen fraude kunnen constateeren").
* Taalgebruik: Typisch voor het midden van de 20e eeuw met archaïsche spelling zoals visch, constateeren en de naamvalsvormen (den tijd, der C.D.L.V.).
* Administratieve route: Het document is door de wethouder direct doorgeleid naar de Directeur van het Marktwezen voor "afdoening" (afhandeling). De extra aantekening onderaan suggereert een specifieke instructie aan een ondergeschikte (mogelijk "de Grebber") om de administratie van de boten/aanvoer scherp in de gaten te houden. * Historische periode: Dit document stamt uit juli 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.
* Schaarste en distributie: In 1943 was de voedselvoorziening zeer problematisch. Vis was schaars en de distributie werd streng gecontroleerd door de overheid (C.D.L.V.). Deze schaarste werkte zwarte handel en fraude in de hand, waar buurtbewoners vaak als eerste signalen van opvingen.
* Toezicht: De C.D.L.V. speelde een cruciale rol in het beheersen van de voedselstroom en het bestrijden van onregelmatigheden om te voorkomen dat schaarse goederen buiten het officiële distributiesysteem om werden verkocht tegen woekerprijzen.
* Betrokkenen: De "Wethouder voor de Levensmiddelen" in Amsterdam in 1943 was werkzaam onder een door de bezetter aangestelde burgemeester (E.J. Voûte). De bureaucratie bleef echter voor een groot deel functioneren volgens de oude Nederlandse structuren, zij het onder streng toezicht en gericht op de oorlogseconomie.