Politierapport / Onderzoeksverslag.
Origineel
Politierapport / Onderzoeksverslag. 16 juli 1943 (rechtsboven genoteerd als 16/7). (Marginale notities linksboven: J.M. th. – graarne bespreken)
Rapport
Naar aanleiding van nevensgaanden brief d.d. 14 Juni 43, onderteekend met mej. Vermeulen, waarin wordt geklaagd over Manus Ter-Voort, die een vischhal heeft in de Spaarndammerstraat nº 97 en zijn visch daar clandestien verkoopt tegen hooge prijzen waar de politie bijstaat, heb ik, ondergetekende, na een op Maandag 21 Juni 43 bekomen opdracht een onderzoek ingesteld, waaruit het volgende is gebleken:
In perceel Spaarndammerstraat nº 95 (en niet 97 zoals in den brief staat vermeld) is een vischhal van Henk ter Voort, geboren 24 October 1919, dus 24 jaar oud. Hij wordt in de buurt Rooie Henk genoemd en woont bij zijn vader Manus ter Voort, op de Lindengracht № 158 II, hoek 2de Goudsbloemdwarsstraat, alhier. Deze Manus ter Voort is ook vischkoopman en oefent zijn praktijk uit op de Lindengracht en omgeving. Als er in de hal in de Spaarndammerstraat visch is, dan wordt Henk ter Voort bij de verkoop geholpen door zijn 26 jarige broer Manus en zijn zuster Afie.
Bij een bedekt onderzoek in de omgeving van de vischhal is gebleken dat de straatdeuren van deze hal van ruiten waren voorzien geweest, doch waren sedert ± 4 maanden deze ruiten er uit genomen en daarvoor hout in de plaats gemaakt, zoodat men niet meer van buiten af naar binnen kan kijken. Dit is dan ook, volgens de omwonenden (die allen klagen over het geknoei met de vischverkoop door Rooie Henk) alleen gedaan om binnen in de hal vrij spel te hebben met het clandestien verkoopen van de visch en niet van buiten af gezien kan worden dat de visch eerst wordt gesorteerd en de groote er worden uitgehouden om daarvoor hooge prijzen te maken en daarna de kleinste (het uitschot) worden verkocht aan de menschen, die uren in de rij hebben staan wachten.
De groote visch wordt volgens de omwonenden geborgen bij Bob Nobel, een rijwielstalling in de Spaarndammerstraat № 98, naast het politiebureau en moeten de agenten van politie ook met trossen met visch de hal...
(Onderaan links: Volg / 712) Het document is een ambtelijk verslag van een onderzoek naar aanleiding van een klacht van een buurtbewoner (Mej. Vermeulen). De kern van de zaak is de verdenking van illegale praktijken in de vishandel door de familie Ter Voort.
De belangrijkste bevindingen uit het rapport zijn:
1. Correctie van feiten: De politie stelt vast dat de vismarkt zich op nummer 95 bevindt, niet op nummer 97 zoals de klaagster beweerde.
2. Modus Operandi: De verdachte ("Rooie Henk") heeft de ruiten van zijn pand vervangen door houtwerk. Dit dient volgens buurtbewoners om de "zwarte handel" aan het zicht te onttrekken.
3. Discriminatie in verkoop: De beste/grootste vis wordt achtergehouden voor de clandestiene verkoop (tegen woekerprijzen), terwijl het gewone publiek dat uren in de rij staat slechts het "uitschot" (kleine vis) krijgt aangeboden.
4. Logistiek van de zwarte handel: Er wordt een externe opslaglocatie genoemd: de rijwielstalling van Bob Nobel op nummer 98.
5. Corruptie-insinuatie: De tekst breekt af bij een zeer gevoelig punt: de suggestie dat politieagenten (die nota bene naast de rijwielstalling gehuisvest zijn) ook betrokken zijn of worden omgekocht met vis ("met trossen met visch"). Dit document stamt uit juli 1943, een periode midden in de Duitse bezetting van Nederland. Voedselschaarste en distributiebonnen bepaalden het dagelijks leven. Dit leidde tot:
- De Zwarte Markt: Omdat de officiële rantsoenen vaak ontoereikend waren, ontstond er een levendige illegale handel. Handelaren zoals "Rooie Henk" konden enorme winsten maken door producten buiten het distributiesysteem om te verkopen aan welgestelde klanten.
- Sociale Spanning: Het rapport ademt de frustratie van de gewone burger (de omwonenden). Terwijl zij uren in de rij stonden voor een schamel rantsoen, zagen zij hoe de beste producten "onder de toonbank" verdwenen.
- Collaboratie en Corruptie: De opmerking over de politie is typerend. Tijdens de bezetting stond de integriteit van de politie onder druk; sommigen werkten voor de bezetter, anderen knepen tegen betaling (in natura, zoals vis) een oogje toe bij de zwarte handel.
- Geografie: De genoemde locaties (Spaarndammerbuurt en de Jordaan/Lindengracht) waren destijds typische volksbuurten waar de voedselnood hoog was en de sociale controle (en daarmee de bereidheid om te klagen bij de autoriteiten) groot.