Ambtsverslag/Rapport van een opsporingsambtenaar.
Origineel
Ambtsverslag/Rapport van een opsporingsambtenaar. 16 juli 1943 (met een stempel van 21 juli 1943). [Pagina 1]
uitgaan. Tot zoover het relaas van de omwonenden, die tevens nog zeggen dat de heele buurt verbitterd is over het geknoei met de visch door Rooie Henk en dat men van plan is om gezamenlijk naar den Burgemeester te schrijven. Ik, rapporteur, heb van af Dinsdag 22 Juni '43 tot en met Woensdag 14 Juli '43 dus (behalve de Zondagen) 20 dagen, des middags de vischhal geobserveerd doch is die hal gedurende die 20 dagen niet open geweest en is daar geen visch geweest, behalve Dinsdag 6 Juli en Woensdag 14 Juli '43 toen er een klein partijtje Spiering is verkocht en Donderdag 1 Juli '43 toen er een partijtje heel kleine schol is verkocht. Tijdens de verkoop van deze kleine scholletjes heeft een vrouw, die onbekend wil blijven, doch mij, rapporteur, bekend is, gezien dat de groote schol in een kist werd gedaan en achter in de hal werd neergezet en dat een man die het ook had gezien en naar die groote visch vroeg, werd gezegd: "die is voor ons zelf!"
Bij een verder onderzoek aan de vischafslag aan de De Ruyterkade, werd mij, rapporteur, door den Chef-afslager Stam, desgevraagd medegedeeld dat Henk Font op de na te noemen dagen de volgende partijtjes visch is toegewezen geworden voor zijn hal in de Spaarndammerstraat No 95, zooals uit de administratie bleek:
24 Juni '43 - 24 pond gerookte poon.
25 Juni '43 - 99 pond zoetwatervisch.
29 Juni '43 - 20 pond gerookte poon.
1 Juli '43 - 100 pond zeevisch.
6 Juli '43 - 200 pond spiering.
7 Juli '43 - 24 pond gezouten bliek.
10 Juli '43 - 20 pond gerookte poon.
14 Juli '43 - 200 pond spiering.
Hieruit blijkt duidelijk dat Henk Font niet met al zijn toegewezen visch naar zijn hal in de Spaarndammerstraat gaat, want, zooals boven gemeld, heeft hij acht maal visch toegewezen gekregen en is hij daar maar drie maal met visch geweest.
Bij de drie maal dat hij visch heeft verkocht is niets bijzonders voorgevallen en is er geen politie
[Pagina 2]
bij tegenwoordig geweest. In verband met verschillende gesprekken met buurtbewoners komt het mij, rapporteur, wel voor dat het met de verkoop van visch in genoemde hal niet in orde is, doch heb ik zelf geen fraude kunnen constateeren. Er is op heden bijna geen aanvoer van visch, waarom de hal de meeste dagen gesloten is. Mocht mijn onderzoek meer succes opleveren, dan is het noodig dat dat onderzoek wordt voortgezet in den tijd dat er weer veel aanvoer van visch is en zal daarom dan wachten op nadere opdracht.
Naar waarheid dit rapport.
De onderzoekings Ambtenaar der C.D.I.V.
[Signatuur: Th. J. Princen]
[Kantlijn/Stempels]
16-7-'43
De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en Schoonmaak-, Bad- en Zweminrichtingen stelt deze in handen van den Heer Directeur van het Marktwezen om advies ter kennisneming en afdoening.
A'dam, 21 Juli 1943.
No. 46C/45/1 M. 1943 21/7
--- Het document is een gedetailleerd verslag van een opsporingsambtenaar van de Centrale Dienst voor In- en Uitvoer (C.D.I.V.) die onderzoek deed naar "Rooie Henk", een visboer in de Amsterdamse Spaarndammerbuurt.
De kernpunten van het onderzoek zijn:
1. Observatie: De ambtenaar heeft de winkel 20 dagen lang geobserveerd. In die periode was de winkel slechts 3 keer open, ondanks dat er volgens de administratie van de visafslag 8 keer vis was geleverd.
2. Verduistering/Zwarte handel: Er wordt een specifiek incident beschreven waarbij de beste vis (grote schol) apart werd gehouden ("voor ons zelf"), terwijl alleen de kleine scholletjes aan het publiek werden verkocht.
3. Discrepantie: Er is een duidelijk verschil tussen de 8 officiële toewijzingen (totaal honderden ponden aan poon, spiering en andere vis) en de daadwerkelijke verkoop in de winkel. Dit wijst erop dat een groot deel van de vis buiten de officiële kanalen (waarschijnlijk de zwarte markt) werd verhandeld.
4. Conclusie van de ambtenaar: Hoewel de situatie verdacht is en de buurt "verbitterd", kan de ambtenaar op dat moment geen harde fraude bewijzen. Hij wijt dit deels aan de algemene schaarste van vis en adviseert om het onderzoek te hervatten zodra de aanvoer weer groter is.
--- Dit document stamt uit juli 1943, een periode midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Schaarste en distributie waren aan de orde van de dag.
- Voedselvoorziening: Vlees en vis waren schaars. De distributie werd streng gecontroleerd door overheidsinstanties zoals de C.D.I.V. om te voorkomen dat goederen op de zwarte markt verdwenen.
- Sociale onrust: De "verbittering" in de Spaarndammerbuurt (een volksbuurt) illustreert de spanningen tussen de bevolking, die honger leed, en handelaren die ervan verdacht werden de schaarse voorraden achter te houden voor eigen gewin of illegale verkoop tegen woekerprijzen.
- Bureaucratie: Het document toont de ambtelijke weg; het rapport wordt door de wethouder doorgestuurd naar de Directeur van het Marktwezen voor "advies en afdoening". Dit type toezicht was essentieel voor het handhaven van de (beperkte) openbare orde rondom de voedselvoorziening.