Ambtsverslag of proces-verbaal van inbeslagname en verhoor.
Origineel
Ambtsverslag of proces-verbaal van inbeslagname en verhoor. 1 en 2 september 1943. . Monnickendam, werd de eerder genoemde
8 bakken versche spiering, welke reeds in
de rookkasten van D Vos geblokkeerd
werden in beslag genomen en gedeponeerd
aan de Coöp Vischafslag te Monnickendam
Op 2 Sept 1943 bevonden wij ons bij
de firma Sterk Rookersgracht te Volendam,
waar ons door een der firmanten werd
medegedeeld, dat de bewering van
hun chefrooker op 1 Sept 43 juist is
geweest.
In verband met deze verklaring
werden ook deze 17 bakken spiering door
ons in beslag genomen en gedepo-
neerd aan de Coöp Vischafslag te
Volendam.
Op 2 Sept 1943 werden door ons de volgende
vischventers gehoord aan blok op de Gem:
Vischafslag te Amsterdam zijnde
J Klapmuts R J A Verbrugge
M Klapmuts J J Wijnschenk
A Marinus H ter Voort Sr
De laatste H ter Voort Sr kwam op voor
zijn zoon H ter Voort Jr welke de spiering
in ontvangst had genomen voor
H P Starreveld, daar deze ziek was - voor
zijn zwager Meester Voort.
Deze vischventers verklaarden het volgende
„Wij hebben ter goeder trouw gehandeld
met de spiering, daar we ze anders niet
open en bloot op de afslag hadden afgegeven
aan de kooper J L Jansen, voor onze vast-
gestelde prijs van f 21.- per 100 pond. Deels
was de commissie aanwezig, die zag dat wij Het document doet verslag van opsporingsactiviteiten door (waarschijnlijk) de Prijsbeheersing of de Crisis-Controle-Dienst (CCD) in september 1943. Er worden twee partijen spiering in beslag genomen: 8 bakken bij D. Vos in Monnickendam en 17 bakken bij firma Sterk in Volendam. De vis wordt overgebracht naar de lokale coöperatieve visafslagen.
Vervolgens worden in Amsterdam verschillende visventers verhoord. De kern van hun verklaring is een verdediging tegen beschuldigingen van illegale handel of prijsopdrijving. Zij benadrukken dat zij "ter goeder trouw" en "open en bloot" op de afslag hebben gehandeld voor een prijs van 21 gulden per 100 pond. Het feit dat de afslagcommissie aanwezig was, dient als bewijs voor de rechtmatigheid van hun handelen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de handel in levensmiddelen in Nederland strikt gereguleerd om zwarte handel en prijsopdrijving te voorkomen. Er golden maximumprijzen en goederen mochten vaak alleen via officiële kanalen (zoals de gemeentelijke visafslagen) worden verhandeld. Toezichthouders controleerden streng op de naleving van deze regels. Inbeslagnames zoals beschreven in dit document waren aan de orde van de dag wanneer men vermoedde dat vis buiten de boeken om of tegen te hoge prijzen werd verhandeld. De spieringvisserij was in die tijd een belangrijke bron van inkomsten en voedsel rond het IJsselmeer.