Ambtseedig rapport (proces-verbaal).
Origineel
Ambtseedig rapport (proces-verbaal). 14 september 1943. hebben, dit wil zeggen, niet aan hun stand-
plaats of kwantums gebonden. Ik was van
plan deze spiering te laten rooken en ze weer
in A’dam te verkoopen.
Ik ben wel bekend met de vischvoor-
ziening van Amsterdam.
Ik ben wel bekend dat visch niet
bewerkt of verwerkt mag worden
zonder vergunning daartoe. Maar ik
heb reeds jaren toestemming dat ik
mijn visch mag laten rooken."
Verbalisanten merken op dat Janse
geen naam kan noemen van de persoon
die deze toestemming gaf.
Verder verklaarde Janse
"Ik heb 8 kisten spiering afgegeven om
gerookt te worden bij C. Jongert -
10 kisten bij L. Schaap beiden rookers
te Monnickendam en betaal daar-
voor f 0.50 aan rook- en pakloon. De
overige 17 kisten heb ik in de koelcel
gezet bij de firma Sterk te Volendam"
Hiervan hebben wij opgemaakt
dit ambtseedig rapport gesloten en
getekend den 14 Sept 1943 te Amsterdam.
De Controleurs der
Centr: Controledienst
[Handtekening: H. Brom] Dit document is een getuigenverklaring van een vishandelaar genaamd Janse, opgetekend door de Centrale Controledienst (CCD). De tekst weerspiegelt een verhoor over de legale status van een partij vis (spiering). Janse probeert zijn handelwijze te rechtvaardigen door te claimen dat hij al "jaren toestemming" heeft om vis te laten roken, hoewel hij deze bewering niet kan staven met een naam of officieel bewijs.
Opvallend zijn de genoemde locaties en namen:
* C. Jongert en L. Schaap: Bekende rokerijen in Monnickendam.
* Firma Sterk te Volendam: Een gerenommeerd visserijbedrijf dat nog steeds bestaat.
* Spiering: Een vissoort die destijds veelvuldig werd verwerkt.
* Financieel: Er wordt een bedrag genoemd van f 0,50 (vijftig cent) aan "rook- en pakloon" per kist.
De verbalisanten (de controleurs) noteren expliciet de zwakte in Janse's verweer (het niet kunnen noemen van een naam), wat duidt op een vermoedelijke overtreding van de distributie- of vergunningswetten. Het document dateert uit september 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Tijdens deze periode was de voedselvoorziening strikt gereguleerd via de Distributiewet. De Centrale Controledienst (CCD) was belast met het opsporen van zwarte handel en prijsopdrijving.
Vissers en handelaren probeerden vaak buiten de officiële kanalen om hun producten te verwerken en te verkopen om hogere winsten te behalen of simpelweg te overleven. Het "roken" van vis zonder specifieke vergunning werd gezien als een economisch delict, omdat het de controle op de voedselvoorraad bemoeilijkte. Dit rapport is een typisch voorbeeld van de bureaucratische strijd tegen de illegale handel in de oorlogsjaren.