Archiefdocument
Origineel
[1] de spiering verkochten aan Jansen. Daar
[2] de spiering heel slap was, of van mindere
[3] kwaliteit, deden wij dit, terwijl door de
[4] commissie hier niets van gezegd werd.
[5] Daar wij nimmer de kisten mede kregen
[6] en in dit geval wel, dachten wij, dat de
[7] zaak in orde was.
[8] Daar de verkoop aldus de venters, na 16½
[9] uur geheel vrij is, dus niet gebonden aan
[10] standplaats, hebben wij de spiering op
[11] deze wijze overgedaan, daar we anders
[12] de spiering niet meer aan het publiek
[13] kunnen verkoopen, en zooals dit reeds
[14] meer is voorgekomen, dat wij met
[15] de spiering blijven zitten."
[16] Op 6 Sept 1943 werd door ons gehoord
[17] H. ter Voort Jr die als volgt verklaarde.
[18] "Ik heb van de 12 bakken spiering, die
[19] ik kreeg voor Starreveld, Meester Voort
[20] en mij 8 bakken verkocht aan Jansen
[21] de andere 4 bakken spiering heb ik op mijn
[22] standplaats verkocht."
[23] Op 7 Sept werd door ons gehoord
[24] G.C. Jansen deze verklaarde als volgt
[25] "Ik heb op de Ruyterkade op 31 Aug 43
[26] 63 bakken versche spiering gekocht van
[27] diverse personen zooals van H. ter Voort
[28] 12 bakken J.J. Wijnschenk 8 bakken en
[29] Klapmuts 6 bakken Deze handel heb ik
[30] gekocht wegens het prijsverschil op 31 Aug
[31] en 1 Sept. 43, dit verschil zou mijn winst
[32] worden. Ik ben van mening geen
[33] overtreding begaan te hebben, daar de
[34] vischventers na 16.30 uur, een vrije verkoop Het document is een verslag van getuigenverklaringen in een onderzoek naar de handel in spiering (een kleine vissoort). De kern van de zaak lijkt te draaien om de vraag of er regels zijn overtreden met betrekking tot de distributie en de verkoopprijs.
- Verdedigingsgronden: De betrokkenen (H. ter Voort Jr. en G.C. Jansen) voeren aan dat de kwaliteit van de vis slecht was ("heel slap") en dat zij dachten dat de verkoop legaal was omdat zij de kisten mee mochten nemen.
- Regelgeving: Er wordt verwezen naar een regel dat na 16:30 uur de verkoop "vrij" zou zijn, wat betekent dat venters niet langer gebonden waren aan hun vaste standplaats. Dit werd blijkbaar gebruikt als argument om grotere partijen vis aan tussenhandelaren zoals Jansen door te verkopen.
-
Handel: Jansen kocht op de Ruyterkade (Amsterdam) grote hoeveelheden vis (63 bakken) op van verschillende venters. Hij geeft eerlijk toe dat hij dit deed vanwege het "prijsverschil" tussen 31 augustus en 1 september, wat duidt op speculatie of het inspelen op veranderende vastgestelde prijzen. Dit document stamt uit september 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Tijdens deze periode was de voedselvoorziening strikt gereguleerd door de overheid (de Crisis Controle Dienst en de Prijsbeheersing).
-
Voedseldistributie: Vischhandel was aan strenge banden gelegd om zwarte handel te voorkomen en te zorgen dat de bevolking tegen vastgestelde prijzen kon kopen.
- Ruyterkade: De De Ruyterkade in Amsterdam was een centrale plek voor de aanvoer van vis via het IJ.
- Economische Delicten: Het onderzoek is waarschijnlijk ingesteld omdat men vermoedde dat er sprake was van een economisch delict: het onttrekken van goederen aan de reguliere distributie of het verkopen boven de vastgestelde maximumprijzen. De genoemde namen (Wijnschenk, Klapmuts, Starreveld) wijzen op een netwerk van Amsterdamse visventers uit die tijd. G.C. Jansen H. ter Voort J.J. Wijnschenk