Officiële brief van de Politiepresident te Amsterdam.
Origineel
Officiële brief van de Politiepresident te Amsterdam. 16 december 1943. De Waarnemend Politiepresident van Amsterdam, namens deze de Hoofdinspecteur der Staatsrecherche (D.J. Bonekamp). Politiepresident te Amsterdam
Amsterdam, 16 December 1943.
~~Recherche~~ Hoofdafdeeling
[Handgeschreven:] 768 / [Paraaf] / [Paraaf]
R.A. III-b-2.
Ia No. 344 a.
Dict.Pt./Ba.
Verzoeke bij beantwoording datum, letter en nummer van dit schrijven aan te halen.
Naar aanleiding van Uw brief No. 46a/64/2 M d.d. 2 December 1943 betreffende den vischhandelaar Jacobus Martinus ZWAAN, geboren te Amsterdam 8 Augustus 1922, wonende Pieter Nieuwlandstraat 15-II alhier (bij zijn ouders), heb ik de eer U te berichten, dat deze persoon op 20 November 1943 door de Duitsche Politie werd aangehouden en in bewaring gesteld.
Hij was voorheen werkzaam in Duitschland en had zich zonder verlof naar hier begeven.
Hij bevindt zich thans in het Polizeiliches Durchgangslager te Amersfoort.
Coll:
[Paraaf]
DE WND. POLITIEPRESIDENT,
namens dezen:
De Hoofdinspecteur der Staatsrecherche
[Handtekening: Bonekamp]
D. J. BONEKAMP
[Handgeschreven tekst links midden:]
Indien dit verzoek alsnog mocht komen zaak even voorleggen
[Stempel:] No. 46/64/3 M. 1943
[Handgeschreven tekst rechtsonder:]
Rangeren et geen verzoek is van de achterblijvende om toewijzing in ontvangst te mogen nemen, hierop voorloopig wachten. Toewijzing op v.M. dus niet uitgeven. [Paraaf]
AAN
den Heer Directeur
van het Marktwezen
te
A M S T E R D A M .
[Onderrand:] K 9665 M 176 - 2000-10-43 * De kern: De Amsterdamse politie informeert de directeur van het Marktwezen dat een visboer, de 21-jarige Jacobus Martinus Zwaan, is opgepakt.
* Reden van arrestatie: Zwaan was werkzaam in Duitsland (zeer waarschijnlijk in het kader van de Arbeitseinsatz) en is zonder toestemming ("zonder verlof") teruggekeerd naar Amsterdam. Dit werd door de bezetter beschouwd als contractbreuk of desertie.
* Locatie: Hij is overgebracht naar Kamp Amersfoort (Polizeiliches Durchgangslager), wat duidt op een strafmaatregel voor zijn ongeoorloofde afwezigheid van het werk in Duitsland.
* Administratieve context: De handgeschreven aantekeningen onderaan lijken te gaan over de vergunning of standplaats ("toewijzing op v.M." oftewel vismarkt) van Zwaan. Er wordt besloten deze niet uit te geven en de zaak te laten rusten ("rangeren") omdat er geen verzoek van zijn familie is binnengekomen. Dit document is een treffend voorbeeld van de bureaucratische verwevenheid tussen de Nederlandse gemeentelijke diensten (zoals het Marktwezen) en het politieapparaat onder toezicht van de Duitse bezetter tijdens de Tweede Wereldoorlog.
In 1943 werd de druk op Nederlandse mannen om in de Duitse oorlogsindustrie te werken maximaal opgevoerd. Velen probeerden hieraan te ontsnappen of keerden voortijdig clandestien terug. De politie en de "Staatsrecherche" (een afdeling die nauw samenwerkte met de Duitse Sicherheitspolizei) hielden hierop streng toezicht. Voor een kleine zelfstandige zoals een visboer betekende een arrestatie niet alleen verlies van vrijheid, maar ook het onmiddellijk in gevaar komen van zijn nering en vergunningen.