Archiefkaart / Notitiedocument (waarschijnlijk afkomstig uit een persoons- of toegangsregister).
Origineel
Archiefkaart / Notitiedocument (waarschijnlijk afkomstig uit een persoons- of toegangsregister). 13 juli 1943. No. 53/42/1 M. 1943 [stempel in paars, met handgeschreven toevoeging 13/7]
Johannes Gerardus Smedicus
geb. 3/4 1867. pens. bewijs A 35/43 2934
wonende Reigerbergenstr 79 I
was vroeger koper op de C.M.
vraagt toegang voor tijdpassering.
[Linksonder in marge:]
Is thans onmogelijk
toe te staan
ls
[Centraal onderaan:]
afwijzen [onderstreept, met paraaf/handtekening] 13/7 '43
[Onderaan:]
z. o. z. Het betreft een formeel verzoek van een particulier aan een instantie (vermoedelijk de legerleiding of de directie van een staatsbedrijf) tijdens de Tweede Wereldoorlog.
- Persoonsgegevens: De aanvrager is Johannes Gerardus Smedicus, een man van 76 jaar oud (geboren in 1867). Hij is gepensioneerd, blijkens de vermelding van zijn pensioenbewijs.
- Achtergrond: Hij was voorheen werkzaam als "koper" (waarschijnlijk koperslager of metaalbewerker) bij de "C.M.". In de context van Den Haag (waar de Reigerbergenstraat ligt) verwijst "C.M." doorgaans naar de Centrale Magazijnen van Militaire Kleding en Uitrusting.
- Het verzoek: De man vraagt om "toegang voor tijdpassering". Dit duidt erop dat hij als gepensioneerde oud-medewerker graag de faciliteiten of het terrein van zijn voormalige werkgever wilde bezoeken voor sociale contacten of recreatie.
- Besluitvorming: Het verzoek wordt op 13 juli 1943 resoluut afgewezen. De ambtelijke notitie "Is thans onmogelijk toe te staan" suggereert dat de geldende veiligheidsmaatregelen of de oorlogssituatie dergelijke informele bezoeken niet toelieten. De afkorting "z.o.z." duidt erop dat er op de achterzijde van het document mogelijk meer informatie of een nadere motivering staat. Dit document illustreert de strikte regulering van de openbare en semi-publieke ruimte in het bezette Nederland van 1943. Zelfs onschuldige verzoeken van bejaarde burgers om toegang tot hun oude werkplek voor "tijdpassering" werden in deze periode door de bureaucratie formeel geregistreerd en veelal om veiligheidsredenen afgewezen. De Reigerbergenstraat in Den Haag, waar de betrokkene woonde, lag in een gebied dat tijdens de oorlog te maken had met evacuaties en de aanleg van de Atlantikwall, wat de algemene strengheid omtrent toegangsvergunningen in die stad verder verklaart.