Getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekeningen. 11 mei 1943. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst voor de Levensmiddelen of een gerelateerde gemeentelijke instelling). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier. [Handgeschreven aantekeningen bovenaan:]
Hummel t k.w. [?]
Verzonden 11/5
SV [met paraaf/stempel]
37/25/5 M.
11 Mei 1943.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
===========
Heffing leveranties aan Joodsche bevolking.
Ten vervolge op mijn schrijven van 9 April no. 37/25/4 M. heb ik de eer U te berichten, dat in de periode van 29 Maart tot en met 1 Mei 1943 het totaal-bedrag van de leveringen van groenten etc. aan de Joodsche bevolking bedroeg: f. 53.900.--
Heffing 4% f. 2.156,03
Onder aftrek van 2% voor bemoeiingen vermeerderd met omzetbelasting in totaal: " 1.099,58
heeft de veiling aan mijn dienst afgedragen f. 1.056,45
De Gemeente ontvangt 1% van f. 53.900.- " 539.--
Aan de vier leden van de Commissie van Toezicht komt ten goede het restant groot f. 517,45
Ik verzoek U beleefd mij te machtigen om het laatstgenoemde bedrag aan voornoemde Commissie uit te betalen.
De Directeur,
[Stempel/merkje onderaan] Het document betreft een financiële verantwoording over een "heffing" die werd opgelegd op de levering van levensmiddelen (specifiek groenten) aan de Joodse bevolking tijdens de Duitse bezetting.
De berekening is als volgt opgebouwd:
1. Totale omzet: Er is voor f. 53.900 aan groenten geleverd.
2. Bruto heffing (4%): f. 2.156,03. Dit is een extra belasting die specifiek over deze leveringen werd geheven.
3. Kostenoverzicht: Er wordt 2% ingehouden voor "bemoeiingen" (administratieve kosten) plus omzetbelasting.
4. Verdeling: Na aftrek van de kosten blijft f. 1.056,45 over. Hiervan gaat f. 539 naar de gemeentekas (1% van de totale omzet).
5. Persoonlijk gewin: Het resterende bedrag van f. 517,45 wordt verdeeld onder de vier leden van een "Commissie van Toezicht".
De toon van de brief is strikt zakelijk en ambtelijk, wat contrasteert met de ethische zwaarte van de inhoud (het financieel uitbuiten van een vervolgde groep). Dit document is een treffend voorbeeld van de bureaucratische medewerking aan de Jodenvervolging in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1943 was de Joodse bevolking al grotendeels geïsoleerd, beroofd van hun bezittingen en onderworpen aan strikte rantsoenering.
De "heffing" op levensmiddelen was een methode om extra geld te onttrekken aan de Joodse gemeenschap. Opmerkelijk is dat de opbrengst van deze discriminatoire belasting niet alleen naar de gemeente vloeide, maar ook direct werd gebruikt om de leden van een toezichtscommissie te betalen. Dit illustreert hoe de vervolging tot in de kleinste lokale ambtelijke haarvaten was georganiseerd en hoe individuen financieel profiteerden van het systeem van uitsluiting. De term "Alhier" duidt erop dat dit een correspondentie binnen een gemeentelijk apparaat betreft, zeer waarschijnlijk in een grote stad met een aanzienlijke Joodse populatie in die tijd (zoals Amsterdam of Den Haag).