Dienstbrief / Rapportage betreffende voedselvoorraden.
Origineel
Dienstbrief / Rapportage betreffende voedselvoorraden. 21 november 1944. De Directeur (vermoedelijk van de V.B.N.A. – Voedselvoorziening in Belang van het Nederlandsche Algemeen). De Heer Burgemeester van Amsterdam. [Handgeschreven, bovenaan midden:]
Verzonden 21/11 Wlm
AND
[Typewerk:]
2a/1/58M. 21 November 1944. SV.
Den Heer Burgemeester
van Amsterdam,
Raadhuis,
A l h i e r .
===========
Naar aanleiding van den brief van Uw Se-
cretaris d.d. 2 April 1942 (No.P.S.B.) en ten
vervolge op mijn brief d.d. 18 November 1944
(no.2a/1/57M.) heb ik de eer U onderstaand op-
gave te doen toekomen van den aardappelvoorraad
te Amsterdam op 11 November; de aflevering in
de week van 13 tot en met 18 November en de
boekvoorraad op 18 November 1944.
De Directeur,
V.B.N.A.
Voorraad op 11 November 1944: 48.571 hl
Aanvoer week 13 - 18 Nov.1944: 14.497 hl
---------
63.068 hl
Aflevering week 13 - 18 Nov.1944: 23.128 hl
---------
Voorraad op 18 November 1944
des avonds: 39.940 hl
Gemeente (opgeslagen in het koel-
huis).
Voorraad op 18 November 1944: 2.058 hl
---------
Totaal: 41.998 hl
=========
--- Dit document is een kwantitatieve rapportage over de aardappelvoorraad in Amsterdam in november 1944. Het geeft een nauwkeurig beeld van de logistieke situatie:
* Balansvoering: De voorraad wordt berekend door de beginvoorraad (11 nov) op te tellen bij de nieuwe aanvoer, en daar de wekelijkse afleveringen van af te trekken.
* Eenheid: De hoeveelheden worden uitgedrukt in 'hl' (hectoliter).
* Differentiatie: Er wordt onderscheid gemaakt tussen de algemene voorraad (V.B.N.A.) en een kleinere noodvoorraad van de gemeente die in het koelhuis is opgeslagen.
* Bureaucratie: Ondanks de extreme omstandigheden van die tijd, blijft de administratieve lijn (verwijzingen naar brieven uit 1942 en een eerdere brief van drie dagen daarvoor) strikt gehandhaafd.
--- De datum van dit document, 21 november 1944, plaatst het midden in de Hongerwinter. Na de Slag om Arnhem (september 1944) en de daaropvolgende spoorwegstaking, stelden de Duitse bezetters een embargo in op voedseltransporten naar het westen van Nederland.
Hoewel er in dit rapport nog sprake is van een 'aanvoer' van ruim 14.000 hl, was de totale voorraad van circa 42.000 hectoliter volstrekt onvoldoende om de Amsterdamse bevolking (toen bijna 800.000 inwoners) langdurig te voeden. Een maand later zouden de rantsoenen nog drastischer dalen. Dit document illustreert de wanhopige pogingen van het lokale bestuur om het overzicht te houden op de laatste voedselreserves terwijl de hongersnood in de stad in alle hevigheid toenam. V.B.N.A.