Officiële brief/dienstmededeling.
Origineel
Officiële brief/dienstmededeling. 28 februari 1944. De Burgemeester van Amsterdam (E.J. Voûte). De Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. [Briefhoofd links:]
DE BURGEMEESTER
VAN AMSTERDAM
[Briefhoofd rechts:]
Amsterdam, 28 Februari 1944.
No.5/8a P.S.B.1944.
[Handgeschreven, links:]
Kabinet
[Handgeschreven, rechtsboven:]
min. Div [onzeker]
Naar aanleiding van Uw schrijven d.d. 23 Februari j.l., No.2a/1/8M., deel ik U mede, dat de Adviseur voor Voedings- en Distributie-aangelegenheden mij heeft medegedeeld, dat de voorraad in de Coenhaven 160.000 h.l. is, terwijl U opgeeft 131.000 h.l..
Ik verzoek U, dit verschil toe te lichten.
De Burgemeester van Amsterdam,
[Handtekening: Voute]
AAN den Heer Directeur van het Marktwezen,
Jan van Galenstraat 14,
AMSTERDAM (W).
[Linksonder in kleine letters:]
STADSDRUKKERIJ AMSTERDAM In deze korte, zakelijke brief vraagt de burgemeester van Amsterdam om opheldering over een aanzienlijk verschil in gerapporteerde voorraden. De kern van de brief is een administratieve discrepantie:
* De Directeur van het Marktwezen rapporteerde een voorraad van 131.000 h.l. (hectoliter).
* De Adviseur voor Voedings- en Distributie-aangelegenheden rapporteerde echter een voorraad van 160.000 h.l. in de Coenhaven.
Het verschil van 29.000 hectoliter (waarschijnlijk graan of een ander bulk-levensmiddel, gezien de eenheid h.l. en de locatie in de haven) is substantieel. De toon van de burgemeester is dwingend ("Ik verzoek U, dit verschil toe te lichten"). In een tijd van schaarste was een nauwkeurige controle op de voedselvoorraden van cruciaal politiek en strategisch belang. Het document dateert van februari 1944, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De ondertekenaar, Edward Voûte, was de door de Duitsers aangestelde regeringscommissaris/burgemeester van Amsterdam en stond bekend als collaborateur.
De context van deze brief is die van de voedseldistributie en schaarste. In 1944 was bijna alles op de bon en werd de controle op voorraden streng gehandhaafd door de bezetter en het collaborerende stadsbestuur. Een discrepantie in de boeken van bijna 30.000 hectoliter kon wijzen op administratieve fouten, maar ook op zwarte handel, verduistering of zelfs bewuste sabotage door ambtenaren die probeerden voorraden buiten het zicht van de bezetter te houden.
De Jan van Galenstraat 14 was (en is) de locatie van de Centrale Markthallen, het logistieke hart van de Amsterdamse voedselvoorziening. De Coenhaven was een belangrijke plek voor de opslag van bulkgoederen. Deze brief illustreert de bureaucratische controle die het naziregime en zijn handlangers uitoefenden op de primaire levensbehoeften van de bevolking. E.J. Vo Gemeente Amsterdam Marktwezen