Getypte brief (doorslag of kopie).
Origineel
Getypte brief (doorslag of kopie). 31 oktober 1944. De Directeur (organisatie niet nader gespecificeerd in de tekst, mogelijk een gemeentelijke instantie of distributiedienst). Den Heer H.J.M. v.d. Vliet, Amstelveenscheweg 200, Amsterdam-Zuid. Verzonden 1/11
1
2c/84/1M'44 vB/SV.
31 October 1944.
Den Heer H.J.M.v.d.Vliet
Amstelveenscheweg 200
Amsterdam-Zuid.
================
Naar aanleiding van Uw brief
d.d. 24 October jl. bericht ik U,
dat Uw klacht ter behandeling is
doorgezonden aan de Verg. van Klein-
handelaren "Centraal Belang", Jan van
Galenstraat 18.
De Directeur, * Vorm: Het document is een zakelijke correspondentie op dun papier, waarschijnlijk een doorslag voor het archief. Het bevat typische ambtelijke afkortingen uit die tijd, zoals "d.d." (de dato - van de datum) en "jl." (jongstleden).
* Inhoud: De brief is een korte mededeling aan een burger (H.J.M. van de Vliet) dat zijn klacht van 24 oktober is doorgeleid naar de Vereniging van Kleinhandelaren "Centraal Belang".
* Locatie: De genoemde adressen bevinden zich in Amsterdam. De Jan van Galenstraat 18 was destijds een bekend adres in de sfeer van de voedselvoorziening en handel (nabij de Centrale Markthallen).
* Status: De handgeschreven notitie "Verzonden 1/11" duidt op de administratieve verwerking: de brief is op 31 oktober getypt en een dag later, op 1 november, daadwerkelijk verstuurd. * Historische periode: De brief dateert van oktober/november 1944. Dit is midden in de Tweede Wereldoorlog, ten tijde van de Duitse bezetting van Amsterdam.
* Maatschappelijke context: In deze periode (het begin van de Hongerwinter) was er extreme schaarste aan voedsel en goederen. Klachten van burgers over kleinhandelaren of de distributie waren in deze tijd schering en inslag.
* Organisatie: De Vereniging van Kleinhandelaren "Centraal Belang" was een organisatie die de belangen van winkeliers behartigde en nauw betrokken was bij de distributie en regelgeving tijdens de bezetting. Dat een klacht hierheen wordt doorverwezen, suggereert dat de kwestie betrekking had op de bedrijfsvoering van een specifieke winkelier of de handel in het algemeen. H.J.M. v.d. Vliet