Archiefdocument
Origineel
7 april 1939. Waarschijnlijk een lokale marktmeester of ambtenaar (signatuur lijkt op Hennink). [Linksboven:]
No 28/42/1 M 1939 31/3
[Rechtsboven:]
Den Heer Inspecteur
Th. Maaskant
alhier.
[Hoofdtekst:]
Naar aanleiding van het verzoek van pkt no 157. J. Hilliger meld ik U het volgende.
Genoemde Hilliger heeft momenteel een Café, waar, zooals hij zelf zegt een boterham in verdiend wordt.
Hilliger die al eerder gewaarschuwd is zijn marktplaats te bezetten, tracht op deze manier uitstel te krijgen. Ik adviseer U dan ook dit verzoek ^voor een tijd van 3 maanden toe te^ ~~niet toe te staan, daar volgens~~ ~~hem, zijn vrouw genoemde zaak drijft.~~
[Linksonder:]
E'dam 7 April 1939.
[Rechtsonder:]
[Handtekening: Hennink (?)]
--- * Onderwerp: De brief betreft een verzoek van ene J. Hilliger, die een marktstandplaats in Edam heeft maar deze niet (voldoende) bezet.
* Inhoudelijke strekking: De schrijver van de brief is kritisch over Hilliger. Hij merkt op dat Hilliger al inkomsten heeft uit een café en vermoedt dat het ingediende verzoek (waarschijnlijk om uitstel van de bezettingsplicht) een tactiek is om tijd te winnen. Hilliger was namelijk al eerder gewaarschuwd.
* Tekstuele wijziging: Het document bevat een opvallende correctie in de laatste alinea. De oorspronkelijke tekst adviseerde om het verzoek niet toe te staan, met de reden dat Hilligers vrouw de zaak (het café) dreef. Dit is echter volledig doorgehaald en vervangen door een handgeschreven tussenvoegsel boven de regel, waardoor het uiteindelijke advies luidt om het verzoek voor een periode van 3 maanden wel toe te staan.
* Handschrift: Het betreft een vlot, zakelijk cursief handschrift uit de late jaren '30. De afkorting "pkt" in de eerste regel zou kunnen staan voor "petitie" of "pakket", maar duidt in deze context op het dossiernummer van het verzoek. * Tijdsbeeld: Geschreven in april 1939, aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. De uitdrukking "een boterham in verdiend wordt" reflecteert de economische realiteit van die tijd, waarin het behouden van een basisinkomen centraal stond.
* Marktwezen: In deze periode was de regelgeving omtrent markten streng. Wie een standplaats toegewezen kreeg, had de plicht deze ook daadwerkelijk te gebruiken om de markt levendig en rendabel te houden voor de gemeente. Het niet bezetten van een plek kon leiden tot intrekking van de vergunning.
* Bestuurlijke structuur: De correspondentie vindt plaats tussen de lokale uitvoering (Edam) en een inspecteur, wat duidt op een hiërarchische toezichtstructuur op het marktwezen in Noord-Holland.