Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 31 maart 1939 (gebaseerd op de paarse stempel). Jac. Hillegers, wonende aan de N[ieuwe] Leliestraat 2 hoog. № 28/42 / M. 1939 31/3 [stempel] ni. mop [?]
Mijnheer
Daar ik op de Lindegracht op
heden nog geen bestaan
kan vinden voor mijn gezen [gezin]
zou ik u beleefd willen vra-
gen om drie maanden uit-
stel voor mijn plaats. Ik ben
nu begonnen aan een
winkel. Maar mijn plaats
wou ik graag behouden
Ik zal dan ook allen weeken
het marktgeld betalen
Jac Hillegers
N Leliesth 2 h
[Onderaan een cirkel met een vraagteken en rechtsonder het getal 28] In deze brief richt Jac. Hillegers zich tot de instantie die verantwoordelijk is voor de marktplaatsen (waarschijnlijk de Dienst van het Marktwezen in Amsterdam). De schrijver geeft aan dat hij op de Lindengracht momenteel onvoldoende inkomen ("bestaan") kan genereren voor zijn gezin.
Hij verzoekt om een uitstel van drie maanden voor het daadwerkelijk innemen van zijn toegewezen marktplaats. De reden hiervoor is dat hij in de tussentijd een vaste winkel is begonnen. Desondanks wil hij zijn marktvergunning ("plaats") niet opgeven. Om zijn goede wil te tonen en zijn recht op de plek te behouden, biedt hij expliciet aan om het wekelijkse marktgeld door te blijven betalen tijdens deze periode van afwezigheid. Het document stamt uit maart 1939, de late crisistijd vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Lindengracht in de Jordaan (Amsterdam) was (en is) een bekende marktlocatie. In die tijd was een marktplaats een kostbaar bezit dat sociale zekerheid bood; het opzeggen ervan was een risico. De brief illustreert de precaire economische positie van kleine zelfstandigen die probeerden te laveren tussen ambulante handel (de markt) en een vaste winkelvestiging om het hoofd boven water te houden. De spelling ("gezen" voor gezin, "Leliesth" voor Leliestraat) duidt op een schrijver die wellicht meer gewend was aan fysiek werk dan aan administratieve correspondentie, maar die wel formeel en beleefd zijn zaak bepleit. Marktwezen