Handgeschreven ambtelijke notitie of brief.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie of brief. 12 april 1939. mij niet gewaarschuwd.
Dus uit den aard der zaak, moet iedere
belanghebbende goede nota nemen of er wat
aangeslagen is
Het is dan ook altijd den raad die ik aan
de marktkooplieden geef die mij vragen van plaats
te mogen veranderen toch altijd goed op de
aankondiging te letten, want, dat er eerdaags
weer plaatsen worden aangeslagen.
Dat de kennisgeving onvoldoende zou zijn
geweest, is m. i. onjuist.
De plaatsen zijn reglementair toegewezen,
en het zou onjuist en tevens onbillijk zijn, dit
te herroepen, want dan zou de toewijzing van
marktplaatsen nog nooit goed geschied zijn.
Ten slotte dit, dat er in de toekomst op
meer in 't oog loopende plaatsen kennisgeving
kaartjes zouden geplaatst worden, zou m. i. toe
te juichen zijn.
12 April 1939 [Handtekening] De tekst is een ambtelijk verweer of advies betreffende de toewijzing van marktplaatsen. De schrijver reageert op een klacht dat een kennisgeving onvoldoende zou zijn geweest. De kernpunten zijn:
* Eigen verantwoordelijkheid: De schrijver stelt dat marktkooplieden zelf de plicht hebben om officiële aankondigingen (het "aanslaan" van berichten) in de gaten te houden.
* Rechtsvastheid: De toewijzing heeft volgens de reglementen plaatsgevonden. Het herroepen van dit besluit zou volgens de schrijver "onbillijk" zijn en een ongewenst precedent scheppen voor de geldigheid van eerdere toewijzingen.
* Verbetering: De schrijver erkent wel een punt van verbetering voor de toekomst: het plaatsen van kennisgevingen op meer opvallende plekken. Het document dateert van april 1939, een periode waarin de Nederlandse bureaucreatie zeer formeel was. De markt was destijds een essentieel onderdeel van de lokale economie en de toewijzing van standplaatsen was vaak een bron van conflict tussen kooplieden en de gemeente. De term "m.i." (mijns inziens) en het jargon ("reglementair", "onbillijk") wijzen op een auteur met een juridische of bestuurlijke achtergrond, waarschijnlijk een marktmeester of een secretaris van de betreffende gemeente. De suggestie om kaartjes op "meer in het oog lopende" plaatsen te hangen, getuigt van een vroege vorm van klantgerichtheid binnen de overheid.