Archief 745
Inventaris 745-282
Pagina 61
Dossier 27
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte ambtelijke brief/nota.

12 mei 1939.

Origineel

Getypte ambtelijke brief/nota. 12 mei 1939. [Rechtsboven handgeschreven:] M. Müller
[Rechtsboven stempel/typschrift:] vD/G.

28/49/2 M.
12 Mei 1939.

Teruggave marktgeld aan
L.J. Schmit-Jongbloed.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat L.J. Schmit-Jongbloed, Tuinstraat 220, die een vaste plaats op de markt Lindengracht heeft bezet, het terzake, krachtens artikel 17 eerste lid van de Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden verschuldigde marktgeld voor het eerste kalenderhalfjaar van 1939, tot een bedrag van ƒ 23,70 heeft betaald. Schmit-Jongbloed heeft met ingang van 17 April jl. voor zyn vaste marktplaats bedankt, omdat zyn dochter, die hem op zyn plaats assisteerde, op dezen datum zelf een vaste plaats op de markt kreeg; Schmit is niet in staat om zonder hulp handel te dryven (hy verkoopt manufacturen, waarvan hy niet voldoende verstand heeft), zoodat hy wel genoodzaakt was, zyn plaats op te geven (zyn echtgenoote, die hem vroeger assisteerde, is overleden). Hy verzoekt om hem het te veel betaalde marktgeld te restitueeren.

Indien hy volgens het tarief per kalenderweek had betaald, zou hy van 1 Januari tot 15 April jl. een totaal bedrag van ƒ 15,75 schuldig zyn geweest. Hy betaalde ƒ 23,70 weshalve hy voor een restitutie van ƒ 23,70 - ƒ 15,75 = ƒ 7,95 in aanmerking zou kunnen komen.

Ik heb de eer U te adviseeren op dit verzoek gunstig te beschikken en derhalve by Besluit van Burgemeester en Wethouders, ingevolge artikel 36 van de Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden, aan L.J. Schmit-Jongbloed voornoemd teruggave van reeds betaald * Kernboodschap: De brief adviseert de wethouder om een gedeeltelijke restitutie van marktgeld toe te kennen aan marktkramer L.J. Schmit-Jongbloed.
* Aanleiding: Schmit-Jongbloed heeft zijn vaste plek op de Lindengracht per 17 april 1939 opgezegd. Hij had echter al betaald voor het gehele eerste halfjaar.
* Argumentatie: De reden voor opzegging is persoonlijk: de koopman kan de handel niet alleen drijven omdat hij onvoldoende kennis heeft van zijn handelswaar (manufacturen/textiel). Eerder werd hij geholpen door zijn (inmiddels overleden) vrouw en daarna door zijn dochter. Omdat de dochter nu een eigen vaste marktplaats heeft gekregen, staat hij er alleen voor en is hij genoodzaakt te stoppen.
* Berekening:
* Betaald voor halfjaar: ƒ 23,70
* Verschuldigd tot 15 april (weektarief): ƒ 15,75
* Geadviseerde teruggave: ƒ 7,95
* Juridische grondslag: Er wordt verwezen naar de artikelen 17 en 36 van de toenmalige "Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden". Dit document biedt een inkijkje in het sociaal-economische leven in de Amsterdamse Jordaan vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Lindengracht was (en is) een bekende marktlocatie. Het document illustreert hoe de kleinschalige handel destijds vaak een familieaangelegenheid was, waarbij de continuïteit van een kraam afhankelijk was van de beschikbaarheid van gezinsleden.

Tevens toont het de nauwgezette bureaucratie van die tijd: zelfs voor een relatief klein bedrag van minder dan acht gulden werd een officieel advies opgesteld voor de wethouder, inclusief verwijzingen naar specifieke wetsartikelen en een gedetailleerde berekening. De spelling (zoals "zyn" en "dryven") is typerend voor ambtelijke stukken uit de eerste helft van de 20e eeuw, waarbij de 'ij' vaak als 'y' werd getypt.

Samenvatting

  • Kernboodschap: De brief adviseert de wethouder om een gedeeltelijke restitutie van marktgeld toe te kennen aan marktkramer L.J. Schmit-Jongbloed.
  • Aanleiding: Schmit-Jongbloed heeft zijn vaste plek op de Lindengracht per 17 april 1939 opgezegd. Hij had echter al betaald voor het gehele eerste halfjaar.
  • Argumentatie: De reden voor opzegging is persoonlijk: de koopman kan de handel niet alleen drijven omdat hij onvoldoende kennis heeft van zijn handelswaar (manufacturen/textiel). Eerder werd hij geholpen door zijn (inmiddels overleden) vrouw en daarna door zijn dochter. Omdat de dochter nu een eigen vaste marktplaats heeft gekregen, staat hij er alleen voor en is hij genoodzaakt te stoppen.
  • Berekening:
    • Betaald voor halfjaar: ƒ 23,70
    • Verschuldigd tot 15 april (weektarief): ƒ 15,75
    • Geadviseerde teruggave: ƒ 7,95
  • Juridische grondslag: Er wordt verwezen naar de artikelen 17 en 36 van de toenmalige "Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden".

Historische Context

Dit document biedt een inkijkje in het sociaal-economische leven in de Amsterdamse Jordaan vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Lindengracht was (en is) een bekende marktlocatie. Het document illustreert hoe de kleinschalige handel destijds vaak een familieaangelegenheid was, waarbij de continuïteit van een kraam afhankelijk was van de beschikbaarheid van gezinsleden.

Tevens toont het de nauwgezette bureaucratie van die tijd: zelfs voor een relatief klein bedrag van minder dan acht gulden werd een officieel advies opgesteld voor de wethouder, inclusief verwijzingen naar specifieke wetsartikelen en een gedetailleerde berekening. De spelling (zoals "zyn" en "dryven") is typerend voor ambtelijke stukken uit de eerste helft van de 20e eeuw, waarbij de 'ij' vaak als 'y' werd getypt.

Locaties

Amsterdam (afgeleid uit de straatnamen Lindengracht en Tuinstraat).

Gerelateerde Documenten 6