Ambtelijk advies/correspondentie (brief).
Origineel
Ambtelijk advies/correspondentie (brief). 12 mei 1939 (verzonden op 15 mei 1939). Waarschijnlijk een ambtenaar van de betreffende gemeentelijke dienst (ondertekend door A. Müller en M. de Boer bovenaan). [Rechtsboven, handgeschreven:]
A. Müller
M. de Boer
[Daaronder, getypt:]
vD/G.
[Links, getypt:]
28/49/2 M.
[Midden, handgeschreven:]
Verzonden 15/5
[Rechts, getypt:]
12 Mei 1939.
[Links, onderstreept:]
Teruggave marktgeld aan
L.J.Schmit-Jongbloed.
[Rechts van het midden:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
[Hoofdtekst:]
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat L.J. Schmit-Jongbloed, Tuinstraat 220, die een vaste plaats op de markt Lindengracht heeft bezet, het terzake, krachtens artikel 17 eerste lid van de Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden verschuldigde marktgeld voor het eerste kalenderhalfjaar van 1939, tot een bedrag van f 23,70 heeft betaald. Schmit-Jongbloed heeft met ingang van 17 April jl. voor zyn vaste marktplaats bedankt, omdat zyn dochter, die hem op zyn plaats assisteerde, op dezen datum zelf een vaste plaats op de markt kreeg; Schmit is niet in staat om zonder hulp handel te dryven (hy verkoopt manufacturen, waarvan hy niet voldoende verstand heeft), zoodat hy wel genoodzaakt was, zyn plaats op te geven (zyn echtgenoote, die hem vroeger assisteerde, is overleden). Hy verzoekt om hem het te veel betaalde marktgeld te restitueeren.
Indien hy volgens het tarief per kalenderweek had betaald, zou hy van 1 Januari tot 15 April jl. een totaal bedrag van f 15,75 schuldig zyn geweest. Hy betaalde f 23,70 weshalve hy voor een restitutie van f 23,70 - f 15,75 = f 7,95 in aanmerking zou kunnen komen.
Ik heb de eer U te adviseeren op dit verzoek gunstig te beschikken en derhalve by Besluit van Burgemeester en Wethouders, ingevolge artikel 36 van de Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden, aan L.J. Schmit-Jongbloed voornoemd teruggave van reeds betaald
[Rechtsonder, handgeschreven berekening/notitie:]
2,70
24.30 Dit document betreft een ambtelijk advies aan de Amsterdamse Wethouder voor de Levensmiddelen. De kern van de zaak is een verzoek tot restitutie van marktgeld door de heer L.J. Schmit-Jongbloed.
- Aanleiding: De heer Schmit-Jongbloed hanteerde een standplaats op de Lindengrachtmarkt voor de verkoop van manufacturen (textiel/stoffen). Hij heeft per halfjaar vooruitbetaald (f 23,70).
- Problematiek: De handelaar stopt op 17 april 1939 met zijn handel. De reden hiervoor is sociaal-economisch van aard: hij kan de handel niet alleen drijven omdat hij geen verstand heeft van de goederen. Hij werd voorheen bijgestaan door zijn inmiddels overleden echtgenote en later door zijn dochter. Wanneer de dochter op 17 april een eigen vaste plek op de markt krijgt, kan zij haar vader niet meer helpen, waardoor hij gedwongen is te stoppen.
- Financiële afwikkeling: De ambtenaar berekent dat de man over de periode 1 januari tot 15 april slechts f 15,75 verschuldigd was op basis van het weektarief. Hij adviseert daarom om het verschil van f 7,95 terug te betalen.
- Juridische basis: Er wordt verwezen naar de artikelen 17 en 36 van de toenmalige "Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden". De brief dateert van mei 1939, enkele maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het geeft een inkijkje in de dagelijkse gang van zaken op de Amsterdamse markten (in dit geval de Jordaan, Lindengracht) en de bureaucratische afhandeling van marktplaatsvergunningen.
Het document illustreert ook de gezinssituatie van kleine zelfstandigen in die tijd. De verkoop op de markt was vaak een familieaangelegenheid waarbij de vakkennis niet altijd bij de officiële vergunninghouder (de vader) lag, maar bij de vrouwelijke gezinsleden. Het overlijden van de echtgenote en het verzelfstandigen van de dochter leidden hier direct tot het einde van de onderneming van de vader. De spelling met de 'y' (in plaats van 'ij') is kenmerkend voor de ambtelijke spelling van voor de spellinghervorming van Marchant (die pas in 1947 definitief werd, hoewel al eerder ingezet).