Archief 745
Inventaris 745-282
Pagina 71
Jaar 1939
Stadsarchief

Handgeschreven brief (verzoekschrift).

19 april 1939 (met een aantekening/stempel van 20 april).

Origineel

Handgeschreven brief (verzoekschrift). 19 april 1939 (met een aantekening/stempel van 20 april). Amsterdam 19. 4 1939
No 28/50 // M. 229 [met potloodaantekening 20/4]

Hooggeachte Heer

De Werkverschaffing waarin ik werkzaam was
bij het laatste onderhoud dat ik met uw had
hoort nu tot het verleden. En nu ben ik weer
voor de zooveelste maal bezig om handelsgeld,
hopende dat mijn wens verstrekt zal worden.
De omstandigheden zijn nu voor mij in
gunstige zin gewijzigd omdat de jongens
nu allemaal zooveel verdienen dat ik nog
maar een kleine uitkering krijg. Vandaar
dat voor mij dan ook misschien eens de kans
doorkomt. De bedoeling is nu wanneer enig-
zins mogelijk gij ook een goed woordje ten
mijne gunst doet. Mij dunkt dat ik het
nu wel zal redden. Ik hoop nu zoogouw als
ik handelsgeld mocht hebben aan den gang te
gaan. daar kunt gij ook veel toe bijdragen door
mij zo spoedig mogelijk mijn plaatsen die
gij steeds te mijner beschikking heeft gehouden
te verstrekken. Ik vraag dat bij voorbaat nu
omdat ik bij god niet wist hoe ik die plaatsen
moest laten. Omdat ik zolang gestempeld
heb ik weet anders de gang van zaken wel maar
nu niet. Ik zal uw AS Woensdag op uw spreekuur
bezoeken dan weet ik meer. En dan vertrouw ik
er op dat gij mij dan wel de noodige inlichtinge [verstrekt]. * Toon en taal: De brief is geschreven in een eerbiedige, formele toon ("Hooggeachte Heer", "Gij"). Het handschrift is vlot maar soms lastig leesbaar door de verbonden letters.
* Kernboodschap: De schrijver is gestopt met werken in de "Werkverschaffing" en wil weer voor zichzelf beginnen als kleine handelaar. Hij vraagt om "handelsgeld" (een startkapitaal of lening) en om de teruggave van zijn oude "plaatsen" (waarschijnlijk markt- of standplaatsen).
* Sociale situatie: De schrijver merkt op dat zijn zoons nu voldoende verdienen, waardoor zijn eigen uitkering is verlaagd. Dit ziet hij paradoxaal genoeg als een "gunstige" wijziging, mogelijk omdat hij hierdoor eerder in aanmerking komt voor steun om zelfstandig te worden, of omdat er minder financieel risico is voor het gezin.
* Bureaucratie: De brief getuigt van de strikte regels uit die tijd. De schrijver vermeldt dat hij lang heeft moeten "stempelen" (zich dagelijks melden als werkloze) en dat hij de huidige gang van zaken bij de instanties niet precies meer kent. De brief dateert uit april 1939, de nadagen van de Grote Depressie in Nederland en vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de werkloosheid nog steeds hoog.
* Werkverschaffing: Dit waren door de overheid opgezette projecten (zoals de aanleg van het Amsterdamse Bos) waar werklozen zware fysieke arbeid moesten verrichten in ruil voor een schrale uitkering.
* Stempelen: Werklozen waren verplicht om één of meerdere malen per dag een stempel te halen bij een controlepost om aan te tonen dat zij niet zwart werkten.
* Handelsgeld: Voor kleine zelfstandigen die door de crisis hun bedrijf waren kwijtgeraakt, bestonden er regelingen om met een kleine lening van de gemeente weer een handel (bijvoorbeeld een kar of marktkraam) te beginnen. De schrijver probeert via deze weg zijn zelfstandigheid te herwinnen.

Samenvatting

  • Toon en taal: De brief is geschreven in een eerbiedige, formele toon ("Hooggeachte Heer", "Gij"). Het handschrift is vlot maar soms lastig leesbaar door de verbonden letters.
  • Kernboodschap: De schrijver is gestopt met werken in de "Werkverschaffing" en wil weer voor zichzelf beginnen als kleine handelaar. Hij vraagt om "handelsgeld" (een startkapitaal of lening) en om de teruggave van zijn oude "plaatsen" (waarschijnlijk markt- of standplaatsen).
  • Sociale situatie: De schrijver merkt op dat zijn zoons nu voldoende verdienen, waardoor zijn eigen uitkering is verlaagd. Dit ziet hij paradoxaal genoeg als een "gunstige" wijziging, mogelijk omdat hij hierdoor eerder in aanmerking komt voor steun om zelfstandig te worden, of omdat er minder financieel risico is voor het gezin.
  • Bureaucratie: De brief getuigt van de strikte regels uit die tijd. De schrijver vermeldt dat hij lang heeft moeten "stempelen" (zich dagelijks melden als werkloze) en dat hij de huidige gang van zaken bij de instanties niet precies meer kent.

Historische Context

De brief dateert uit april 1939, de nadagen van de Grote Depressie in Nederland en vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de werkloosheid nog steeds hoog.
* Werkverschaffing: Dit waren door de overheid opgezette projecten (zoals de aanleg van het Amsterdamse Bos) waar werklozen zware fysieke arbeid moesten verrichten in ruil voor een schrale uitkering.
* Stempelen: Werklozen waren verplicht om één of meerdere malen per dag een stempel te halen bij een controlepost om aan te tonen dat zij niet zwart werkten.
* Handelsgeld: Voor kleine zelfstandigen die door de crisis hun bedrijf waren kwijtgeraakt, bestonden er regelingen om met een kleine lening van de gemeente weer een handel (bijvoorbeeld een kar of marktkraam) te beginnen. De schrijver probeert via deze weg zijn zelfstandigheid te herwinnen.

Locaties

Amsterdam.

Gerelateerde Documenten 6