Handgeschreven verzoekschrift / brief.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift / brief. 16 mei 1939. J. H. Duijs Jr., wonende aan de Lindengracht 254 huis, Amsterdam. [Stempel bovenin:] № 28 / 61 / , M. 1939 17/5
[Rechtsboven:] A’dam 16 Mei 1939
M. H.
Daar ik op het oogenblik circa twee jaar al ingeschreven staan voor een vaste plaats op den Lindengracht, en ik winter en zomer weer of geen weer elke dag staan zoo zou ik graag in aanmerking willen komen voor een vaste plaats of voorkeurskaart daar ik nu elke zaterdag dan hier en dan daar wordt geplaatst, en ik derhalve pas om bij twaalven kan uitstallen waar ik natuurlijk een boel schade van heb, daar ik van de markt moet bestaan.
Hopende op een goedgunstig besluit teeken ik
Hoogachtend
J. H. Duijs Jr.
Lindengracht 254 huis
[Rechtsonder in potlood:] 28 * Inhoud: De schrijver, J. H. Duijs Jr., verzoekt de instanties om een vaste plek op de markt van de Lindengracht. Hij voert aan dat hij al twee jaar ingeschreven staat en dagelijks aanwezig is, ongeacht de weersomstandigheden.
* Probleemstelling: Omdat hij geen vaste plek heeft, wordt hij elke zaterdag op wisselende locaties ingedeeld. Hierdoor kan hij pas rond het middaguur (twaalf uur) zijn stal opbouwen, wat leidt tot inkomstenderving ("een boel schade").
* Taalgebruik: De brief is geschreven in een formele, maar grammaticaal enigszins gebrekkige stijl (bijv. "ingeschreven staan" in plaats van "sta"). Dit duidt op een schrijver uit de arbeidersklasse die probeert de officiële beleefdheidsvormen van die tijd te hanteren.
* Beroep: De schrijver benadrukt dat hij "van de markt moet bestaan", wat aangeeft dat dit zijn hoofdmiddel van bestaan is. Dit document stamt uit mei 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en aan het einde van de crisisjaren. De Lindengrachtmarkt in de Amsterdamse Jordaan was (en is) een belangrijke volksmarkt. Standplaatsen waren destijds zeer gewild en strikt gereguleerd door de gemeente.
De "voorkeurskaart" waarover gesproken wordt, was een bewijs dat marktkooplieden bepaalde rechten gaf op basis van hun anciënniteit of regelmatige aanwezigheid. De brief geeft een inkijkje in de dagelijkse overlevingsstrijd van kleine zelfstandigen in het vooroorlogse Amsterdam, waarbij de toewijzing van een goede plek op de markt het verschil kon maken tussen armoede en een redelijk bestaan.